Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4105

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
C/10/593232 / JE RK 20-721
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling gewezen t.t.v. corona-maatregelen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/593232 / JE RK 20-721

datum uitspraak: 24 april 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2004 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2010 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen [naam kind 2] ,

[naam kind 3] ,

geboren op [geboortedatum kind 3] 2012 te [geboorteplaats kind 3] , hierna te noemen [naam kind 3] ,

[naam kind 4] ,

geboren op [geboortedatum kind 4] 2015 te [geboorteplaats kind 4] , hierna te noemen [naam kind 4] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 13 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 16 maart 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft op 24 april 2020, in het bijzijn van de griffier, de volgende personen, in een zogenoemde conference call, telefonisch gehoord:

- de moeder en haar advocaat, mr. S. Kranendonk,

- de vader en zijn advocaat, mr. M.G. Hoogerwerf,

- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

[naam] (de meerderjarige zus) heeft te kennen gegeven haar mening kenbaar te willen maken. Zij is voorafgaand aan de conference call afzonderlijk telefonisch gehoord, eveneens in aanwezigheid van de griffier.

[naam kind 1] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] wonen bij de moeder.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn zorgen over het contact van de vader met de kinderen en zijn mogelijke verslaving- en agressieregulatieproblematiek. De ouders hebben zorgen over elkaars opvoedsituatie. Incidenten die hebben plaatsgevonden rondom de vader, hebben het wantrouwen en de zorgen bij de moeder vergroot. Daarnaast heeft dit ertoe geleid dat [naam kind 2] op dit moment geen contact wil met haar vader. Bij [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] wordt er wel behoefte aan contact met de vader gezien. Het lukt de ouders niet om gezamenlijk het ouderschap vorm te geven. Het is noodzakelijk om de ouders hierin te ondersteunen. Daarnaast is het belangrijk dat er zicht komt op het middelengebruik van de vader en zijn agressieregulatie.

Het standpunt van de GI

De GI heeft zich aangesloten bij het verzoek van de Raad. Er wordt behoefte aan contact gezien tussen de vader en de kinderen. In januari 2020 zijn begeleide contactmomenten tussen de vader en de kinderen opgestart. De gesprekken verlopen nog niet helemaal gestructureerd en de ene keer verloopt het beter dan de andere keer. Afgelopen week heeft er een incident plaatsgevonden waarbij de vader aan de deur bij de moeder heeft gestaan. Daarom wil alleen [naam kind 3] op dit moment nog telefonisch contact met zijn vader. Hoewel beide ouders betrokken zijn bij de kinderen, lukt het hen niet om er samen uit te komen. Verder is het belangrijk dat er zicht komt op het middelengebruik en de agressieregulatie van de vader.

De standpunten van de belanghebbenden

Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek. De vader staat open voor hulpverlening en hij wil graag snel een uitbreiding van de contacten met zijn kinderen. Hij vindt het moeilijk dat de zorgregeling plotseling door de moeder is stopgezet terwijl de kinderen zelf aangeven dat zij graag contact willen met de vader. Daarnaast laat de moeder zich negatief uit over de vader tegenover de kinderen. De vader hoopt dat de GI hier verandering in kan brengen. Op dit moment voelt de vader zich niet gesteund en heeft hij het gevoel er alleen voor te staan.

Door en namens de moeder is eveneens ingestemd met het verzoek. De moeder vindt het moeilijk om met de vader tot afspraken te komen en om tot hem door te dringen. Zij maakt zich zorgen over het drank- en drugsgebruik van de vader. Zij vraagt zich af of de vader de hulpverlening wel serieus neemt. De moeder hoopt dat met behulp van een ondertoezichtstelling de situatie zal verbeteren.

De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat in deze zaak telefonisch horen voldoende is om tot een goed oordeel te komen over het verzoek en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.


Uit de overgelegde stukken en de telefonische behandeling is gebleken dat [naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er zijn zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Er is sprake van een onderlinge strijd tussen de ouders. De kinderen zijn meerdere keren getuige geweest van huiselijk geweld door de vader. Daarnaast heeft de vader de afgelopen periode een aantal keren onaangekondigd bij de moeder voor de deur gestaan. Dit heeft er mede voor gezorgd dat er op dit moment geen contact is tussen de kinderen en de vader. Door de voortdurende strijd tussen de ouders dreigen de kinderen klem en verloren te raken. Hoewel beide ouders betrokken zijn bij het welzijn van de kinderen, lukt het hen onvoldoende om in het belang van de kinderen met elkaar te communiceren en om aan te sluiten bij de behoeftes van de kinderen.

De kinderrechter is van oordeel dat het belangrijk is voor de ontwikkeling van [naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] dat zij onbelast contact hebben met beide ouders. Het is belangrijk dat de komende periode wordt gewerkt aan contactherstel tussen de kinderen en de vader en dat de nodige hulpverlening voor de kinderen wordt ingezet. De kinderrechter acht de betrokkenheid van de GI als neutrale partij noodzakelijk om het gezin hierin te begeleiden. Daarnaast is het belangrijk dat er zicht komt op de verslavings- en agressieregulatieproblematiek van de vader. Gelet op de voortdurende problematiek tussen de ouders acht de kinderrechter hulpverlening in het vrijwillig kader ontoereikend.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind 1] , [naam kind 2] , [naam kind 3] en [naam kind 4] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, tot 24 april 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2020 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 mei 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.