Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4072

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
C/10/594756 / FA RK 20-2557
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 Wvggz. Ontvankelijkheidsverweer gelet op 5:16 Wvggz en de advocaat voert aan dat er sprake is van een niet-aangeboren hersenletsel waarvan de problematiek voorliggend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594756 / FA RK 20-2557

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 april 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode] [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,

advocaat mr. J.A. Smits te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 9 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door L. Leeman, psychiater, van 2 april 2020;

 de zorgkaart van 2 april 2020 met bijlagen;

 het zorgplan van 12 maart 2020 met bijlagen;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan, en

 de politiegegevens en het bericht dat er geen strafvorderlijke- en justitiële gegevens voor betrokkene zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

 [naam arts 1] , arts, [naam arts 2] , arts en [naam psychiater] , psychiater, allen verbonden aan Antes, locatie Poortmolen.

1.2.

De officier is telefonisch niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Ontvankelijkheid

2.1.1.

De advocaat van betrokkene stelt zich op het standpunt dat, gelet op artikel 5:16 Wvggz, het verzoek om een zorgmachtiging te laat is ingediend nu het voorbereidingstraject reeds omstreeks 10 maart 2020 in gang zou zijn gezet. De rechtbank verwerpt dit ontvankelijkheidsverweer van de advocaat en oordeelt als volgt. Weliswaar is door de officier eerder een voorbereidingstraject ten behoeve van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz opgestart maar dit traject is beëindigd, omdat op 27 maart 2020 sprake was van een crisissituatie die dermate ernstig was dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Gelet op artikel 7:1 Wvggz heeft de burgemeester van Rotterdam die dag een crisismaatregel genomen en op 31 maart 2020 is door deze rechtbank de voortzetting daarvan verleend. In aansluiting op de voortzetting van de crisismaatregel is vervolgens op grond van artikel 7:11 Wvggz een zorgmachtiging voorbereid en gevraagd.

2.1.2.

Namens betrokkene wordt bovendien aangevoerd dat er bij hem sprake is van niet-aangeboren hersenletsel waarvan de problematiek voorliggend is, zodat de Wet Zorg en Dwang (hierna: Wzd) gelet op artikel 1 lid 4 Wzd van toepassing kan zijn. Betrokkene stelt dat zij thans veel klachten heeft die voortkomen uit dit letsel. De arts verklaart gemotiveerd dat er geen sprake is van niet-aangeboren hersenletsel waarvan de problematiek voorliggend is. Er is sprake is van een cavernoom die asymptomatisch is. De rechtbank ziet geen aanleiding om het oordeel van de psychiater in twijfel te trekken, zodat de Wvggz van toepassing wordt verklaard.

2.2.

Criteria zorgmachtiging

2.2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 9 april 2020, is onderhavig verzoek ingediend.

2.2.2.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van een persoon wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend. Indien het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor een persoon geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van een persoon te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van een persoon te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.2.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.2.4.

Het gedrag van betrokkene in de voorliggende situatie leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept. Betrokkene ervaart paranoïde wanen en denkt dat men samenzweert tegen haar. Vanuit de wanen is zij bovendien gepreoccupeerd met het aanklagen van instanties, waardoor uitputting dreigt. In de thuissituatie heeft betrokkene overlast veroorzaakt door haar meubels vanaf het balkon naar beneden te gooien. De politie heeft in de periode voor opname meerdere malen betrokkene in haar woning moeten bezoeken. Uit de politiemutaties hierover blijkt bovendien dat de woning van betrokkene vervuild is. Op de afdeling kan betrokkene zichzelf niet altijd handhaven en is zij regelmatig in conflict met zowel medepatiënten als het personeel. De emoties bij betrokkene kunnen snel hoog oplopen en leiden tot fysieke agressie. Onlangs is er een start gemaakt met de medicatie. De artsen zien dat betrokkene hierdoor rustiger en minder geagiteerd is en dat de wanen naar de achtergrond treden. Betrokkene is echter tot op heden nog onvoldoende gestabiliseerd om de accommodatie te verlaten.

2.3.

Verplichte zorg

2.3.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.3.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring en hetgeen ter zitting besproken blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig. Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling de wens uitspreekt dat zij de behandeling op vrijwillige basis wil voortzetten, is de rechtbank niet overtuigd van deze bereidheid gelet op het gebrek aan ziektebesef en –inzicht. Betrokkene is het niet eens met de vastgestelde diagnose. Zij is voornemens om een second opinion te laten uitvoeren in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, voor de duur van maximaal zes maanden;

 het beperken van de bewegingsvrijheid, voor de duur van maximaal vier weken;

 het insluiten, voor de duur van maximaal vier weken;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene, voor de duur van maximaal zes maanden, en

 het opnemen in een accommodatie, voor de duur van maximaal vier weken.

Namens betrokkene voert de advocaat verweer tegen de duur van de opname in een accommodatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en het insluiten als vorm van verplichte zorg. Betrokkene is onlangs gestart met de huidige medicatie en het is noodzakelijk dat de arts het beloop gedurende vier weken in een klinische setting kan monitoren. Nu de arts voldoende duidelijk heeft gemaakt dat deze vorm van verplichte zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden, zal de rechtbank de voornoemde vormen van verplichte zorg toewijzen. De rechtbank ziet echter aanleiding om deze vormen van verplichte zorg te bekorten in duur, te weten voor de duur van maximaal vier weken.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.3.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2020.

Deze beschikking is op 20 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 30 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.