Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4043

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
C/10/593952 / JE RK 20-849
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift inzake verlenging machtiging uithuisplaatsing. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/593952 / JE RK 20-849

datum uitspraak: 23 april 2020

beschikking verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2014 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam pleegmoeder] ,

hierna te noemen de pleegmoeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam pleegvader] ,

hierna te noemen de pleegvader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 27 maart 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft partijen telefonisch gehoord.

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

Op 23 april 2020 heeft de kinderrechter, in het bijzijn van de griffier, telefonisch gehoord:

- de moeder,

- de vader,
- de pleegouders,

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] verblijft in een netwerkpleeggezin.

Bij beschikking van 8 november 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 8 november 2020.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 22 januari 2020 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 8 mei 2020.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van drie maanden.

De standpunten

De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De GI is van oordeel dat het perspectief van [naam kind] zo snel mogelijk duidelijk moet zijn. In januari 2020 is geprobeerd om een samenwerking tussen de ouders, de pleegouders en Pleegzorg van de grond te krijgen. De visie van de GI en de visie van Pleegzorg over het perspectief van [naam kind] lopen uiteen. Pleegzorg ziet geen draagvlak om [naam kind] thuis te plaatsen en is van mening dat [naam kind] is gebaat bij voortzetting van de plaatsing in het pleeggezin. Hierdoor ontbreekt het bij de ouders aan vertrouwen in de samenwerking met Pleegzorg. De ouders staan open voor het contact met de GI. De GI ziet dat de ouders positieve stappen maken rond hun financiële situatie, relatie en gezondheid. Maar de situatie is nog niet volledig stabiel. De GI acht een onafhankelijk onderzoek door het Kennis- en Service Centrum Diagnostiek (KSCD) van belang. Op 17 maart 2020 heeft het KSCD aangegeven met het onderzoek te kunnen starten. Het streven is om binnen een periode van drie maanden duidelijkheid te hebben.


De vader heeft medegedeeld dat hij een voorstander is van het onderzoek door het KSCD, indien het helpt om [naam kind] weer thuis te krijgen. De vader betreurt het dat er sprake is van een lange wachtlijst en dat de ouders en [naam kind] hier de dupe van zijn. Hij heeft tot op heden niets vernomen vanuit het KSCD. De ouders hebben er veel aan gedaan om de band met de familie te verbeteren, maar hij verwacht dat dit omgekeerd ook gebeurt.

De moeder heeft zich aangesloten bij hetgeen de vader naar voren heeft gebracht.

De pleegouders hebben aangegeven dat zij het fijn vinden dat er een onderzoek zal plaatsvinden door het KSCD, omdat het meer inzicht zal geven. De pleegouders staan er voor open om voor [naam kind] te blijven zorgen. Zij vinden het dan wel van belang dat er sprake is van een goede communicatie tussen de ouders en de pleegouders.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en hetgeen partijen telefonisch naar voren hebben gebracht, volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). [naam kind] verblijft sinds 1 mei 2019 in een netwerkpleeggezin in verband met de zorgen omtrent haar ontwikkeling en haar veiligheid in de opvoedsituatie bij de ouders. [naam kind] ervaart momenteel veel onzekerheid over haar toekomstperspectief. Het is daarom van belang dat hier zo spoedig mogelijk duidelijkheid over komt. Een complicerende factor is echter dat de visies van de betrokken instanties over het perspectief van [naam kind] uiteenlopen. In de komende periode zal er een onderzoek worden verricht door het KSCD. Hierdoor zal er meer zicht komen op de (on)mogelijkheden van beide ouders en zal er een objectief advies volgen over de vraag of een thuisplaatsing al dan niet in het belang van [naam kind] is. De kinderrechter is van oordeel dat de plaatsing van [naam kind] in het netwerkpleeggezin dient te worden voortgezet, in afwachting van de resultaten en het advies vanuit het KSCD.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg tot
8 augustus 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier en in het openbaar uitgesproken op
23 april 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 mei 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.