Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:4012

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-04-2020
Datum publicatie
07-05-2020
Zaaknummer
C/10/594327 / FA RK 20-2339
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wijziging van de zorgmachtiging, artikel 8:12 Wvggz. Het is noodzakelijk om 'het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek' en 'het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen' als vormen van verplichte zorg aan de zorgmachtiging toe te voegen vanwege de dagelijke contacten met en de invloed van geloofsgenoten op betrokkene, welke contacten de behandeling van betrokkene in de weg staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594327 / FA RK 20-2339

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 april 2020 betreffende een wijziging van de zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius, locatie Kasperspad te Dordrecht,

advocaat mr. T.M. Briggeman te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 24 februari 2020 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 lid 4 Wvggz van 31 maart 2020;

 het advies van de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 8:12 lid 4 Wvggz van 31 maart 2020;

 het zorgplan van 12 maart 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met advocaat mr. R.L.I. Jansen, namens de hierboven genoemde advocaat;

 [naam a.i.o.] , arts in opleiding tot specialist en [naam psychiater] , psychiater, beiden verbonden aan Yulius.

1.3.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van betrokkene is op 24 februari 2020 een zorgmachtiging afgegeven. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

 het toedienen van vocht tot en met 24 augustus 2020;

 het toedienen van voeding tot en met 24 augustus 2020;

 het toedienen van medicatie tot en met 24 augustus 2020;

 het beperken van de bewegingsvrijheid tot en met 24 april 2020;

 het opnemen in een accommodatie tot en met 24 april 2020.

2.2.

Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:

 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

 het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

2.3.

In het verzoekschrift heeft de officier verzocht om de zorgmachtiging op de volgende onderdelen te wijzigen voor de duur van de huidige zorgmachtiging, te weten tot en met 24 augustus 2020:

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

 het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

 het opnemen in een accommodatie.

2.4.

Betrokkene is opgenomen met ernstige psychotische decompensatie, waarschijnlijk in het kader van schizofrenie. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de arts en de psychiater naar voren gebracht dat betrokkene intensief contact met geloofsgenoten uit de religieuze beweging [naam religieuze beweging] heeft, die de ziekte van betrokkene ontkennen en aangeven dat betrokkene geen behandeling nodig heeft. Door deze contacten raakt betrokkene er steeds meer van overtuigd dat hij niet psychotisch is. Dit belemmert zijn behandeling, aldus de behandelaren. Hij heeft zich de afgelopen periode niet aan gemaakte afspraken, mede in het kader van toegekende vrijheden, gehouden. Hij is twee keer ongeoorloofd weggeweest, waarmee hij het vertrouwen van de behandelaren heeft geschaad.

Door en namens betrokkene is verweer gevoerd tegen het wijzigen van de zorgmachtiging. Betrokkene verklaart veel steun te ervaren van zijn geloofsgenoten en erkent hun invloed op hem. Hij kent hen al een lange periode en ook na afloop van de opname zullen zij een rol blijven spelen in het leven van betrokkene. De arts en psychiater hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de contacten met zijn geloofsgenoten – naarmate betrokkene meer in staat is om zelf beslissingen te nemen over zijn behandeling – gedurende de opname kunnen worden uitgebreid. Sinds een kleine week is een kleine positieve verandering waarneembaar en houdt betrokkene zich aan gemaakte afspraken in het kader van aan hem toegekende vrijheden.

2.5.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat de tijdelijke verplichte zorg ook na verloop van drie dagen moet worden voortgezet en dat is voldaan aan de vereisten om de op 24 februari 2020 verleende zorgmachtiging te wijzigen.

2.6.

De vormen van verplichte zorg ‘het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ zijn noodzakelijk gelet op de dagelijkse contacten met en de invloed van de geloofsgenoten op betrokkene, welke contacten zijn behandeling in de weg staan. Deze vormen van verplichte zorg maken het mogelijk de (telefonische) contacten van betrokkene vooralsnog te beperken tot zijn kerngezin.

2.7.

In tegenstelling tot het verzoek van de officier zal de rechtbank de vormen van verplichte zorg ‘opneming in een accommodatie’ en het ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ verlengen voor de duur van één maand. Recent zijn de vrijheden van betrokkene weer uitgebreid en betrokkene houdt zich sinds een week vooralsnog aan de gemaakte afspraken. Daarnaast neemt hij zijn medicatie in. Er is daardoor een voorzichtige verbetering zichtbaar bij betrokkene. Als betrokkene zich aan de afspraken blijft houden, kan er worden toegewerkt naar een ontslag in mei a.s., aldus de behandelaren ter zitting.

2.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

De vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaren tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd hebben verklaard dat deze vorm van verplichte zorg niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.

2.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Gelet op het in mei a.s. verwachte ontslag van betrokkene, zal het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging voor een kortere periode dan verzocht worden toegewezen, aldus dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen eveneens of voor een langere duur kunnen worden getroffen:

 het beperken van de bewegingsvrijheid, tot en met 24 mei 2020;

 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, tot en met 24 mei 2020;

 het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, tot en met 24 mei 2020;

 het opnemen in een accommodatie, tot en met 24 mei 2020.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de zorgmachtiging zoals deze op 24 februari 2020 is afgegeven ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd, inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg, naast de reeds verleende maatregelen:

 het toedienen van vocht, tot en met 24 augustus 2020;

 het toedienen van voeding, tot en met 24 augustus 2020;

 het toedienen van medicatie, tot en met 24 augustus 2020;

eveneens of voor een langere duur dan in de beschikking van 24 februari 2020 is bepaald de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

 het beperken van de bewegingsvrijheid, tot en met 24 mei 2020;

 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, tot en met 24 mei 2020;

 het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, tot en met 24 mei 2020;

 het opnemen in een accommodatie, tot en met 24 mei 2020.

3.2.

bepaalt dat de zorgmachtiging ten aanzien van de genoemde aanvullende of in duur gewijzigde vormen van verplichte zorg geldt tot en met 24 mei 2020 en voor het overige tot en met 24 augustus 2020.

3.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 6 april 2020 mondeling gegeven door mr. L.M. Coenraad, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 9 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.