Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3991

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
07-05-2020
Zaaknummer
C/10/592193 / FA RK 20-1262
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging, artikel 6:4 Wvggz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/592193 / FA RK 20-1262

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 27 maart 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [land betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Krimpen aan den IJssel,
advocaat mr. J. Oversluizen te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 26 februari 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door drs. W.M.M. Kimenai, psychiater, van 13 februari 2020;

 de zorgkaart van 20 februari 2020;

 het zorgplan van 20 februari 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 maart 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam spv-er] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Antes.

1.2.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychose in het kader van schizofrenie, cannabisafhankelijkheid en antisociale gedragsproblemen.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is een dakloze man bij wie de agitatie regelmatig oploopt. Hij vertoont daarnaast achterdochtig en paranoïde gedrag en hoort stemmen. Vanwege zijn agressie is hij in de daklozenopvangcentra in Rotterdam niet meer welkom. In 2019 verbleef betrokkene kort in een beschermde woonvoorziening, maar vanwege conflicten met medebewoners is hij wederom op straat beland. In januari heeft betrokkene de ramen van meerdere daklozencentra in Rotterdam ingegooid, waardoor hij ten tijde van de mondelinge behandeling in een penitentiaire inrichting verblijft. Betrokkene neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn acties en legt de schuld bij verschillende instanties, omdat zij geen woning voor hem zouden regelen. Daarbij heeft hij meerdere hulpverleners ernstig bedreigd. Betrokkene weerspreekt niet dat alle reële ambulante opties zijn geprobeerd, zonder succes. Om deze reden is het niet mogelijk om betrokkene in een ambulante setting te behandelen en wordt een klinische opname noodzakelijk geacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene heeft geen ziektebesef en –inzicht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij meerdere keren aangegeven dat hij de vormen van zorg niet zal accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het onderzoek aan kleding of lichaam;

 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen;

 het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft betrokkene duidelijk gemaakt dat hij vooral tegen het innemen van medicijnen is omdat hij vreest dat hij daardoor zichzelf niet meer zal zijn en niet meer zal weten hoeveel één plus één is. Daarop is besproken dat het ook bij verplichte zorg mogelijk is om in gesprek te gaan met de arts over het type medicatie en over bijwerkingen daarvan.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 september 2020.

Deze beschikking is op 27 maart 2020 mondeling gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 1 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.