Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3981

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
C/10/593140 / JE RK 20-706
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ots, gewezen ten tijde van corona-maatregelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/593140 / JE RK 20-706

datum uitspraak: 8 april 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] ( [geboorteland minderjarige] ), hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [land] ,

[naam stiefvader] ,

hierna te noemen de stiefvader, wonende te [woonplaats stiefvader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 12 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 13 maart 2020;

- het e-mailbericht van de Raad van 2 april 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

De mondelinge behandeling van deze zaak ter zitting met gesloten deuren stond gepland op de zitting van 8 april 2020. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het COVID-19 virus tegen te gaan, zoals dat sinds 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop zijn de betrokkenen op 8 april 2020 in de gelegenheid gesteld om telefonisch te worden gehoord.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] eerst telefonisch gehoord en daarna zijn - tegelijkertijd in een groepsgesprek - telefonisch gehoord:

- de vader,

- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam

Rijnmond, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

Getracht telefonisch te horen, maar niet bereikbaar waren

- de moeder,

- de stiefvader.

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Bulgaarse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met telefonische bijstand van mw. D.V. Dimitrova, tolk in de Bulgaarse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – in deze zaak voldoende is om tot een goed oordeel te komen en een beslissing te kunnen nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft in JJI De Hartelborgt.


Het verzoek

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Sinds 2018 verblijft [voornaam minderjarige] in Nederland. In de afgelopen periode zijn de zorgen over [voornaam minderjarige] toegenomen. [voornaam minderjarige] heeft een belast verleden en is kwetsbaar en beïnvloedbaar. Hij vertoont agressief gedrag en er is sprake van middelengebruik. Daarnaast wordt [voornaam minderjarige] verdacht van een ernstig strafbaar feit, waarvoor hij momenteel in preventieve hechtenis verblijft. De moeder en de stiefvader zijn de grip op [voornaam minderjarige] verloren. Binnen de ondertoezichtstelling dient onderzocht te worden waar [voornaam minderjarige] na zijn hechtenis geplaatst moet worden. De relatie tussen [voornaam minderjarige] en zijn moeder en stiefvader is door de huidige situatie verstoord geraakt, waardoor een thuisplaatsing bij hen niet meer aan de orde is. De vader, die in Bulgarije verblijft, heeft aangegeven [voornaam minderjarige] naar Bulgarije te willen laten komen. Het onderzoek van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: NIFP) dient duidelijkheid te geven over welke plaatsing in het belang van [voornaam minderjarige] wordt geacht.

De standpunten

De GI heeft het verzoek van de Raad ondersteund en daaraan het volgende toegevoegd. De laatste maanden zijn de zorgen over het gedrag van [voornaam minderjarige] toegenomen. Volgens het NIFP-onderzoek is het van belang dat er een plek komt voor [voornaam minderjarige] , waar hij structuur krijgt aangeboden en waar hij zich veilig voelt en dat zijn gedrag onder controle blijft. Binnen de ondertoezichtstelling dient naar een passende plek te worden gezocht. Ook is het van belang dat er contactherstel met zijn gezinsleden plaatsvindt en dat [voornaam minderjarige] aan zijn gedragsproblemen werkt.

Door de vader is ingestemd met het verzoek van de Raad. De vader is van mening dat de beste plek voor [voornaam minderjarige] bij een tante in Rotterdam is, waarna hij terug met de vader naar Bulgarije gaat.

De moeder en de stiefvader hebben eerder aan de Raad laten weten dat zij achter een ondertoezichtstelling staan.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit en heeft contacten in het criminele circuit. Daarnaast is er sprake van agressief gedrag en mogelijk middelengebruik. Ook zijn er grote zorgen over de hechting van [voornaam minderjarige] . De relatie tussen [voornaam minderjarige] en de andere gezinsleden is door de huidige situatie verstoord geraakt. De ouders zijn onvoldoende bereid en in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] af te wenden. De moeder legt de volledige verantwoordelijkheid van het ontstaan van de problemen bij [voornaam minderjarige] en toont onvoldoende inzicht in haar eigen aandeel, waardoor zij slechts in beperkte mate de bereidheid toont om de nodige hulpverlening te aanvaarden. De vader bevindt zich niet in de nabije omgeving van [voornaam minderjarige] , is niet bij de dagelijkse opvoeding van [voornaam minderjarige] betrokken en is enkel op afstand - telefonisch - voor [voornaam minderjarige] beschikbaar. Door de huidige situatie is er onduidelijkheid over de plek waar [voornaam minderjarige] na zijn verblijf in een strafrechtelijke inrichting voor jeugdigen kan verblijven. De komende periode dient het perspectief van [voornaam minderjarige] duidelijk te worden, waarbij het van belang is dat niet wordt gewacht op de uitkomst in de strafzaak maar dat binnen het civiele kader gekeken wordt naar een passende plek voor [voornaam minderjarige] . Uit het onderzoek van de Raad komt naar voren dat het civiele kader prevaleert boven het strafrechtelijke kader als gekeken wordt naar het belang van [voornaam minderjarige] .

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen. In de wijze van behandeling van het verzoek en gelet op het feit dat het niet is gelukt om de moeder telefonisch te bereiken, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor een kortere duur te verlenen, te weten drie maanden. Het verzoek voor het overige verzochte zal worden aangehouden.

De Raad wordt verzocht om twee weken vóór de hierna vermelde datum een briefrapportage (met afschrift aan de belanghebbenden) te overleggen over de dan actuele stand van zaken en aan te geven of het verzoek voor het overig verzochte wordt gehandhaafd. Indien het verzoek wordt gehandhaafd wordt de Raad tevens verzocht aan de griffie schriftelijk de telefoonnummers van de Raad, de belanghebbenden en [voornaam minderjarige] te verstrekken.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 8 april 2020 tot 8 juli 2020;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI, de belanghebbenden in deze zaak zal plaatsvinden op 30 juni 2020 te 9.30 uur;

vanwege de landelijke maatregelen die zijn genomen tegen de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) zal er vooralsnog geen fysieke zitting in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125 plaatsvinden, maar zullen betrokkenen zeer waarschijnlijk op voornoemd tijdstip telefonisch gehoord worden;

verzoekt de Raad om voor 16 juni 2020 aan de griffie schriftelijk de telefoonnummers van de Raad, de belanghebbenden en de minderjarige te verstrekken;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A. Verweij, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbenden;

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.