Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3954

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-04-2020
Datum publicatie
01-05-2020
Zaaknummer
C/10/595126 / FA RK 20-2744
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595126 / FA RK 20-2744

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres berokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes GGZ, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. K.S. Kort te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 16 april 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 16 april 2020;

 de medische verklaring opgesteld door R.M. Lopes Benoliel, psychiater, van 16 april 2020;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene (met behulp van een tolk in de Engelse taal) met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam arts] , arts, verbonden aan Antes GGZ.

1.3.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria crisismachtiging

2.1.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.1.2.

Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op het ontstaan van ernstige lichamelijke en materiële schade bij betrokkene. Daarnaast bestaat het risico dat betrokkene wegens hinderlijk gedrag agressie van anderen jegens zichzelf oproept en bestaat er gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De stemming van betrokkene is verhoogd waarbij betrokkene snel wisselt tussen zeer opgewekt en geïrriteerd. Voortkomend uit het manisch-psychotisch toestandsbeeld is er sprake van oordeels- en kritiekstoornissen. Het denken is versneld van tempo, verhoogd associatief en incoherent waarbij betrokkene regelmatig langs vragen heen praat. Het is noodzakelijk om betrokkene klinisch in te stellen op medicatie teneinde zijn psychose in remissie te kunnen brengen.

Op het moment van de zitting bevindt betrokkene zich in de separeerruimte wegens forse agitatie de afgelopen dagen. De behandelaar geeft aan dat betrokkene vandaag een verbeterd toestandsbeeld lijkt te hebben. Indien dit zo blijft zal gedurende de dag bekeken worden of mobilisatie naar de afdeling mogelijk is. Bij betrokkene is jarenlang sprake geweest van een stabiel toestandsbeeld. Onlangs is, op verzoek van betrokkene, gestart met het wisselen van medicatie. Mogelijk is dit de luxerende factor geweest voor deze psychotische decompensatie.

2.1.4.

De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van onderhavig verzoek omdat de agitatie van de afgelopen dagen afgenomen is. Hierdoor is er geen sprake meer van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Het toestandsbeeld van betrokkene lijkt slechts sinds de dag van de zitting ietwat verbeterd te zijn. Dit is niet voldoende om ervan te kunnen spreken dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is afgewend en is onvoldoende om betrokkene naar huis te kunnen laten gaan.

2.1.5.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.

2.1.6.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg heeft de advocaat van betrokkene bepleit dat het toezicht op betrokkene niet nodig is als vorm van verplichte zorg omdat dit toezicht alleen plaatsvindt in de separeerruimte en dit toezicht al in de huisregels van de accomodatie is vastgelegd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de wetsgeschiedenis de Wvggz juist is bedoeld om zorg op maat te bieden en om de positie van de betrokkene te verbeteren. De wet waarborgt de rechten van betrokkene meer nu betrokkene verweer kan voeren tegen de diverse vormen van verplichte zorg en er steeds een afweging zal dienen plaats te vinden of de verplichte zorg nog wel noodzakelijk wordt geacht. Met betrekking tot de door de accomodatie gehanteerde huisregels heeft een betrokkene weinig tot niets in te brengen. Gelet op de huidige situatie van betrokkene, is het noodzakelijk om toezicht op hem te kunnen uitoefenen als hij zich in de separeerruimte bevindt.

2.2.2.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

 het onderzoek aan kleding of lichaam;

 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen;

 het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.3.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.4.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.2.5.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 mei 2020.

Deze beschikking is op 20 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.I. Hendriks – van Wel, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 24 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.