Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3943

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
C/10/594224 / FA RK 20-2280
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Tijdens de zitting is gebleken dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, ondanks het feit dat betrokkene zelf aangeeft de bereidheid tot vrijwillig verblijf te hebben. In het verleden is gebleken dat betrokenne zonder machtiging wegloopt en zijn medicatie weigert. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotirveerd. Specifiek is besproken het al dan niet verplicht toedienen van medicatie. De rechtbank is van oordeel dat de komende tijd moet worden bezien of betrokkene zijn medicatie ook zonder verplichting blijft accepteren, zodat deze vorm van verplichte zorg op dit moment wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594224 / FA RK 20-2280

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 14 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en verblijvende in Yulius, locatie De Gantel te Sliedrecht,

advocaat mr. M. Mook te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 31 maart 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door A. van Bodegraven, psychiater, van 20 maart 2020;

 de zorgkaart van 24 maart 2020;

 het zorgplan van 24 maart 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens;

 uittreksel uit het curateleregister.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam] , moeder en tevens curator van betrokkene;

 R. de Gelder, arts, verbonden aan Yulius.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang van betrokkene. Daarnaast bestaat er gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Op dit moment is er sprake van een stabiel toestandsbeeld bij betrokkene. De psychotische klachten waar hij last van kan hebben, worden onderdrukt door het dagelijks gebruik van Clozapine. Het is van belang dat hij een zinvolle dagbesteding heeft om het beeld stabiel te houden. Hij heeft sturing en begeleiding nodig om bezig te blijven en de structuur te bewaren om aan een dagbesteding toe te komen. Het toestandsbeeld van betrokkene is momenteel voldoende stabiel om hem over te plaatsen naar een herstelafdeling in plaats van een acute afdeling, waar hij zich nu bevindt. Betrokkene wil dat zelf op dit moment niet. De herstelafdeling zit momenteel nog in Dordrecht en dat vindt betrokkene te ver weg. Medio mei wordt een herstelafdeling geopend in de accommodatie waar betrokkene zich nu bevindt. Hij blijft liever op zijn huidige afdeling wachten tot de herstelafdeling er is en niet in de tussentijd naar Dordrecht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiel te houden, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De curator, tevens moeder van betrokkene en zijn behandelaar geven beiden duidelijk aan dat de machtiging nodig is, ondanks het feit dat betrokkene aangeeft vrijwillig opgenomen te willen blijven. In het verleden is gebleken dat betrokkene zonder machtiging wegloopt en zijn medicatie weigert. Op het moment is het toestandsbeeld van betrokkene stabiel, maar medio mei zal er een verandering plaats gaan vinden wat mogelijk invloed zal hebben.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Tijdens de mondelinge behandeling is specifiek gesproken over het toedienen van medicatie. De rechtbank is van oordeel dat de komende tijd moet worden bezien of betrokkene zijn medicatie ook zonder verplichting blijft accepteren, zodat deze vorm van verplichte zorg op dit moment wordt afgewezen.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

De moeder van betrokkene tevens curator heeft verzocht om de zorgmachtiging te verlenen voor een langere duur dan de verzochte zes maanden. De rechtbank zal desondanks de verzochte duur toewijzen. Na zes maanden is de betrokkene – als het goed is – verhuisd naar de herstelafdeling. Daarna kan de rechtbank opnieuw beoordelen of verplichte zorg nog steeds nodig is.

2.2.5.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 oktober 2020.

Deze beschikking is op 14 april 2020 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 29 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.