Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3942

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
C/10/594229 / FA RK 20-2281
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594229 / FA RK 20-2281

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 14 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Duitsland,

hierna: betrokkene,

wonende en verblijvend in Antes GGZ, locatie Bouman te Rotterdam,

advocaat mr. J. Oversluizen te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 1 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door Y. Chong, psychiater, van 26 maart 2020;

 de zorgkaart van 1 april 2020;

 het zorgplan van 26 maart 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;

 E. Versnel, behandelaar, verbonden aan Antes GGZ.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een neurocognitieve stoornis, mogelijk veroorzaakt door langdurig alcoholgebruik.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het risico op het bestaan van levensgevaar dan wel ernstig lichamelijk letsel bij betrokkene. Daarnaast bestaat het risico dat betrokkene zichzelf ernstig zal verwaarlozen en maatschappelijk teloor zal gaan. Er is sprake van geheugenproblematiek. In het kader daarvan is besloten een neuropsychologisch onderzoek (hierna: NPO) aan te vragen voor betrokkene. Tot twee keer toe is dit niet gelukt doordat betrokkene hiervoor te veel ontremd was en alcohol had gedronken. Een derde poging zit inmiddels in de afrondingsfase. Betrokkene is van mening dat hij onterecht wordt vastgehouden en legt de schuld hiervan neer bij een medewerker van het Leger des Heils. Er is geen sprake van ziektebesef of -inzicht. Betrokkene vindt dat er niets met hem aan de hand is. Hij is momenteel dakloos en naast zijn cognitieve gesteldheid speelt er tevens somatische problematiek. Gelet hierop is het de bedoeling om een begeleide woonvorm voor betrokkene te zoeken. Hiervoor is het van belang een indicatie te hebben. Die indicatie komt voort uit de uitslag van het NPO en wordt binnenkort verwacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

De advocaat van betrokkene heeft gevraagd om de zorgmachtiging als die wordt verleend, voor een kortere periode van bijvoorbeeld drie maanden toe te wijzen omdat de betrokkene dan al in een andere woonvorm woont en verplichte zorg dan misschien niet meer nodig is. De rechtbank zal de zorgmachtiging toewijzen voor de gevraagde periode van zes maanden omdat deze periode tenminste nodig zal zijn om de resultaten van het NPO te krijgen, een indicatie aan te vragen en een plek in een geschikte woonvorm te vinden.

2.2.5.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 oktober 2020.

Deze beschikking is op 14 april 2020 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 29 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.