Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3939

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
C/10/594160 / FA RK 20-2242
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594160 / FA RK 20-2242

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 april 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 1 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door T. de Gooijer, psychiater, van 25 maart 2020;

 de zorgkaart;

 het zorgplan van 12 maart 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat,

 M. Beelen, arts, en H. Zijlmans, psychiater, beiden verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 1 april 2020, is onderhavig verzoek ingediend.

2.1.2.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire stoornis.

2.1.4.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op het ontstaan van ernstig lichamelijk letsel en psychische- en financiële schade bij betrokkene. Het risico bestaat dat zij maatschappelijk teloor zal gaan en dat haar veiligheid in gevaar raakt al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt. Er is sprake van een depressief beeld waardoor er sprake was van zelfverwaarlozing in de thuissituatie. Betrokkene heeft last van nihilistische wanen waardoor zij onder andere denkt dat ze dood zal gaan en dat zij dermate ernstige financiële problemen heeft dat het nooit meer goed zal komen. Dit is ook de reden dat betrokkene zich met regelmaat aan zorg onttrekt. Zij is ervan overtuigd dat zij de behandeling niet kan betalen en dat ze hiermee nog dieper in de financiële problemen komt. Zodra ze de kans krijgt om alle zorg af te sluiten doet ze dit. Wanneer het toestandsbeeld van betrokkene stabiliseert na het klinisch instellen op de medicatie mag zij naar huis om ambulant de behandeling voort te zetten. Zodra ze echter thuis is stopt ze met medicatie inname waardoor een decompensatie ontstaat.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Betrokkene zegt tijdens de mondelinge behandeling dat zij bereid is tot een vrijwillige opname. De psychiater bevestigt dat betrokkene dit met regelmaat zegt. Volgens de psychiater is de bereidheid van betrokkene tot vrijwillige opname ambivalent en blijkt dit uit het feit dat betrokkene alle zorg stopt zodra zij daartoe de kans krijgt. De rechtbank is van oordeel dat de bereidheid onvoldoende consistent is en dat om ie reden verplichte zorg nodig is. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

 het onderzoek aan kleding of lichaam;

 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Betrokkene bepleit toewijzing van het verzoek voor een verkorte duur van twee maanden. Uit de voorgeschiedenis van betrokkene blijkt dat twee maanden voldoende is om betrokkene klinisch in te stellen op medicatie waarna de behandeling ambulant kan worden voortgezet. De rechtbank is van oordeel dat twee maanden onvoldoende is. Opname in een accommodatie is op dit moment noodzakelijk en het is volgens de toelichting van de behandelaar op dit moment nog onduidelijk wanneer betrokkene voldoende stabiel is om met ontslag te gaan. Toewijzen voor de verzochte duur van zes maanden is daarom noodzakelijk. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 oktober 2020.

Deze beschikking is op 10 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 16 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.