Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3850

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
7823349 CV EXPL 19-3991
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering betaling facturen ICT-werkzaamheden. Vallen werkzaamheden (deels) onder prijsafspraak? Is het geleverde werk overeenkomstig wat de klant mocht verwachten? Bewijsopdracht + deskundigenonderzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7823349 CV EXPL 19-3991

uitspraak: 23 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres 1] , t.h.o.d.n. [handelsnaam 1] ,

gevestigd in [vestigingsplaats eiseres] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. W.S.M. Snelderwaard,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ., h.o.d.n. [handelsnaam 2],

gevestigd in Zwijndrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. E. Spijer.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres 1] ” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verdere verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het tussenvonnis van 12 december 2019 en de daarin opgenomen processtukken;

  • -

    de akte van [eiseres 1] van 9 januari 2020;

  • -

    de akte overleggen productie en uitlaten bewijs van [gedaagde] van 9 januari 2020;

  • -

    de rolbeslissing van 13 februari 2020;

  • -

    de akte toelichting bewijs van [eiseres 1] van 12 maart 2020;

  • -

    de antwoordakte tevens akte overlegging producties van [gedaagde] van 12 maart 2020.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op vandaag.

2. De verdere beoordeling

In conventie en in reconventie

2.1.

Bij tussenvonnis van 12 december 2019 is [eiseres 1] in conventie opgedragen:

- haar facturen nader te specificeren en te verduidelijken op welke opdracht een factuur ziet;

- te bewijzen welke werkzaamheden door haar zijn verricht die buiten de support vallen;

- toe te lichten waar de betalingen van [gedaagde] in zijn verdisconteerd;

- de kantonrechter te voorzien van het overeengekomen migratiedocument met daarin de opgenomen planning.

Ook [eiseres 2] is in reconventie opgedragen de kantonrechter te voorzien van het overeengekomen migratiedocument met daarin de opgenomen planning.

2.2.

[eiseres 1] heeft bij akte van 9 januari 2020 als productie 1 een nadere specificatie gegeven van de opdrachten die ten grondslag liggen aan de onbetaalde facturen alsmede werkzaamheden die [eiseres 1] heeft verricht buiten support. Als productie 2 heeft [eiseres 1] een document overgelegd met vragen/problemen die door [gedaagde] aan [eiseres 1] zijn voorgelegd alsmede een document met als titel “Notarisdossier”. Als productie 3 heeft [eiseres 1] een betalingsoverzicht overgelegd en als productie 4 een document met als titel “Migratie en inrichtingsdocument [gedaagde] ”, gedateerd 14 juli 2016.

2.3.

[gedaagde] heeft bij akte van 9 januari 2020 als productie 10 het - volgens haar - overeengekomen migratiedocument met planning overgelegd en heeft zich uitgelaten over de bewijsmogelijkheden ten aanzien van haar stelling dat zij door de uitgevoerde werkzaamheden van [eiseres 1] schade heeft geleden, alsmede wat de hoogte van de hierdoor geleden schade is.

2.4.

Bij rolbeslissing van 13 februari 2020 is partijen verzocht met elkaar in overleg te gaan en het migratiedocument nader toe te lichten, omdat zij verschillende documenten hebben overgelegd. Ook is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om te reageren op de door [eiseres 1] overgelegde gespecificeerde facturen.

2.5.

[eiseres 1] heeft bij akte van 12 maart 2020 een toelichting gegeven op het door haar overgelegde document dat volgens haar is aan te merken als migratiedocument. Als productie 1 heeft [eiseres 1] een kopie van een e-mailbericht van 28 februari 2017 van [eiseres 1] aan [gedaagde] overgelegd met als bijlage een document, dat volgens haar het migratiedocument betreft.

2.6.

[gedaagde] heeft bij antwoordakte van 12 maart 2020 als producties 11 en 12 een eigen betalingsoverzicht en facturen overgelegd, als productie 13 een overzicht van “te verwijderen kostenposten uit productie 1 Q”, als productie 14 een door [gedaagde] opgestelde beschrijving van het migratieproces, als productie 15 een “Specificatie facturen kosten i.v.m. migratieproject (exclusief herstelkosten)”, als productie 16 en 17 facturen van [eiseres 1] , als productie 18 stukken over het softwarepakket Notarisdossier en een verklaring van het bedrijf Dirict over haar ervaringen met [eiseres 1] , als productie 19 een specificatie van de facturen die betrekking hebben op herstelkosten en als productie 20 de bijbehorende facturen, als productie 21 a tot en met f e-mailcorrespondentie tussen [eiseres 1] en [gedaagde] , als productie 22 een specificatie van de rekeningen voor de internetverbinding, als productie 23 de bijbehorende facturen en als productie 24 e-mails over de internetverbinding, als producties 25 en 26 documenten over CD Rom Elsevier, als producties 27 en 28 documenten over de certificaten, als producties 20 en 30 documenten over de printers, als productie 31 een overzicht van de medewerkers van [gedaagde] en als productie 32 een verklaring van mevrouw [naam persoon] , administratief medewerker/boekhouder bij [gedaagde] van 9 maart 2020.

Openstaande facturen

2.7.

Uit de door [eiseres 1] en [gedaagde] overgelegde overzichten volgt dat op dit moment nog (deels) open staan de volgende facturen van [eiseres 1] : 201700088, 201700165, 201700194, 201700217, 201700271, 201700313, 201700316, 201700371, 201800114, 201800225, voor een totaalbedrag van € 19.356,05.

2.8.

[eiseres 1] heeft als productie 1 bij akte van 9 januari 2020 een overzicht overgelegd van de werkzaamheden die op de hiervoor genoemde (deels) niet betaalde facturen staan, met daarachter een rubricering. Ook komen op het overzicht van [eiseres 1] een viertal werkzaamheden op 1 juni 2018 voor, die horen bij de factuur met nummer 201800351. Aangezien [eiseres 1] geen betaling van deze factuur vordert, zullen deze werkzaamheden verder buiten beschouwing worden gelaten.

Van de facturen 201700217, 201700271, 201700313, 201700316 en 201700371 is een deel door [gedaagde] betaald. [eiseres 1] heeft niet duidelijk gemaakt welk deel van de werkzaamheden op deze facturen wel en welk deel niet is betaald. [gedaagde] heeft als productie 13 bij haar akte van 12 maart 2020 een overzicht overgelegd van de werkzaamheden van de (deels) onbetaalde facturen die zij stelt al te hebben betaald. Aangezien deze bedragen overeenkomen met de bedragen die volgens [eiseres 1] van de desbetreffende facturen zijn betaald, zal verder worden uitgegaan van het overzicht van [gedaagde] (productie 13).

Internetprovider

2.9.

Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, wordt afgeleid dat zij het erover eens zijn dat [gedaagde] [eiseres 1] een afzonderlijke opdracht heeft gegeven voor het verrichten van (advies)werkzaamheden ten behoeve van het wisselen van internetprovider. [gedaagde] dient de hiervoor in rekening gebrachte bedragen, volgens het overzicht van [eiseres 1] totaal € 463,14 excl BTW, dan ook in beginsel aan [eiseres 1] te voldoen. [gedaagde] heeft gesteld dat [eiseres 1] bij deze werkzaamheden steken heeft laten vallen, hetgeen [eiseres 1] heeft betwist. [gedaagde] heeft niet, althans onvoldoende duidelijk gemaakt welke gevolgtrekking zij hier precies aan verbindt, zodat aan haar stellingen op dit punt voorbij wordt gegaan.

Nieuwe printers

2.10.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat het aansluiten van de nieuwe printers onder de oorspronkelijke overeenkomst vallen, zodat [eiseres 1] hiervoor niet afzonderlijk kosten in rekening mocht brengen. Dit standpunt wordt niet gevolgd. Noch uit de inhoud van de overeenkomst, noch uit het migratiedocument kan worden afgeleid dat het aansluiten van nieuwe printers onder de werkzaamheden vallen waarvoor een vast bedrag was afgesproken. In het migratiedocument wordt slechts verwezen naar het de reeds aanwezige printers. [gedaagde] dient deze werkzaamheden, volgens het overzicht van [eiseres 1] € 510,- excl BTW, dan ook afzonderlijk aan [eiseres 1] te betalen. [gedaagde] heeft subsidiair betwist dat de hoogte van de in rekening gebrachte kosten redelijk zijn. Dit heeft zij echter onvoldoende onderbouwd. Dit deel van het verweer wordt daarom verworpen.

Notaris Dossier

2.11.

[eiseres 1] heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van de omschakeling naar Notaris Dossier. Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, wordt afgeleid dat zij het erover eens zijn dat de kosten hiervoor niet onder de oorspronkelijke opdracht van 14 juli 2016 vallen. Partijen zijn van tevoren geen prijs voor deze werkzaamheden overeengekomen. Op grond van artikel 7:405 lid 2 BW is de opdrachtgever, [gedaagde] , dan een redelijk loon aan [eiseres 1] verschuldigd.

2.12.

[eiseres 1] heeft in haar als productie 1 bij akte van 9 januari 2020 overgelegde overzicht de door haar in rekening gebrachte kosten gerubriceerd, waarbij zij onder meer de post “Overgang Notaris Dossier” (€ 6.629,30 inclusief btw volgens [gedaagde] , maar
€ 6.953,75 volgens de kantonrechter, gelet op de vier posten van 31 maart 2017 en de post van 21 april 2017) heeft gehanteerd en de post “Migratie en overgang naar notarisdossier” (€ 3.716,21inclusief btw), zonder deze laatste post verder te splitsen. Omdat uit het overzicht van [eiseres 1] niet kan worden afgeleid welk deel van deze post precies betrekking heeft op werkzaamheden voor de overgang naar Notaris Dossier, zal worden aangesloten bij de wijze van berekenen die [gedaagde] heeft toegepast. De post “Migratie en overgang naar notarisdossier” wordt dan gesplitst, zodat € 1.858,10 wordt toegerekend aan de post “ Migratie” (volgens de oorspronkelijke overeenkomst) en € 1.858,11 aan de post “Overgang Notaris Dossier”. Dit leidt tot de conclusie dat [eiseres 1] in totaal een bedrag van € 8.811,86 inclusief btw in rekening heeft gebracht voor de overgang naar de software Notaris Dossier.

2.13.

[gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat het door [eiseres 1] in rekening gebrachte bedrag redelijk is. Het is dan aan [eiseres 1] om te bewijzen dat het door haar gevorderde bedrag een redelijk loon voor haar werkzaamheden is. [eiseres 1] zal tot bewijslevering worden toegelaten.

Storingen 3 april 2018, 24 mei 2018 en 15 juni 2018

2.14.

[eiseres 2] heeft in reconventie schadevergoeding gevorderd (onder meer) in verband met “acties” van [verweerster] die hebben geleid tot storingen. Uit hetgeen [eiseres 2] heeft aangevoerd, wordt afgeleid dat zij zich op het standpunt stelt dat [verweerster] bewust de toegang van [eiseres 2] tot haar systemen en bestanden heeft verstoord, vanwege de financiële meningsverschillen tussen partijen. Tussen partijen is niet in geschil dat er zich op 3 april, 24 mei en 15 juni 2018 storingen in het systeem van [eiseres 2] hebben voorgedaan, waardoor [eiseres 2] niet, althans niet volledig heeft kunnen functioneren. [eiseres 2] heeft echter onvoldoende onderbouwd dat [verweerster] deze storingen bewust heeft veroorzaakt. Aangezien niet kan worden vastgesteld dat [verweerster] op dit punt tekort is geschoten in haar verplichtingen of zelfs onrechtmatig jegens [eiseres 2] heeft gehandeld, zal het gevorderde bedrag van € 4.597,- bij eindvonnis in reconventie worden afgewezen.

Onjuiste berekening werknemers

2.15.

[eiseres 2] heeft in reconventie een bedrag van € 3.093,- gevorderd wegens het factureren voor te veel werknemers. [verweerster] heeft niet betwist dat zij bij haar facturatie is uitgegaan van meer werknemers dan feitelijk bij [eiseres 2] in dienst waren en dat dit een bedrag van € 3.093,- betreft. Dit bedrag kan bij eindvonnis in reconventie dan ook worden toegewezen.

Migratiedocument

2.16.

[eiseres 1] heeft bij akte van 12 maart 2020 aangevoerd dat het door [gedaagde] overgelegde document slechts de planning van de migratie betreft. Ten aanzien van het door haar ingebrachte document heeft [eiseres 1] toegelicht dat het migratiedocument is opgesteld zodat beide partijen en hun (technische) medewerkers vanuit één enkel document de oorspronkelijke opdracht en aanvullende opdrachten kunnen uitvoeren, dat in het migratiedocument het uiteindelijk aantal te migreren mailboxen, gebruikers, aliassen en domeinen is vastgelegd en dat daarin de specificaties van DirICT zijn opgenomen met daarin de inrichtingsvereisten die [eiseres 1] heeft geïmplementeerd op het platform.

2.17.

[gedaagde] heeft bij antwoordakte van 12 maart 2020 als productie 14 een beschrijving overgelegd van het migratieproces in het algemeen en bij [gedaagde] in het bijzonder. [gedaagde] heeft zich niet meer uitgelaten over het door [eiseres 1] overgelegde document of over het door haar als productie 10 bij akte van 9 januari 2020 ingebrachte document.

2.18.

Het door [gedaagde] overgelegde document betreft een planning voor verschillende (migratie)werkzaamheden. Het door [eiseres 1] als productie 4 bij akte van 9 januari 2020 overgelegde “Migratie en inrichtingsdocument [gedaagde] ” bevat (globaal) de werkzaamheden die [eiseres 1] ten behoeve van het migratieproces voor [gedaagde] zou verrichten, althans tot welk resultaat deze werkzaamheden zouden moeten leiden. Dit document moet dan ook als uitgangspunt worden beschouwd bij de beoordeling welke werkzaamheden onder de bedragen vallen die partijen zijn overeengekomen in de overeenkomst van 14 juli 2016.

Vervolgtraject

2.19.

Met alle facturen, specificaties en overzichten die door beide partijen zijn overgelegd, is deze zaak niet veel overzichtelijker geworden. Zoals hiervoor al is overwogen, zal [eiseres 1] nog moeten bewijzen of het door haar gevorderde bedrag van € 8.811,86 aan kosten voor de overgang naar Notaris Dossier is aan te merken als redelijk loon voor de door haar verrichte werkzaamheden. Een deskundigenbericht ligt daartoe in de rede, maar daarover mag [eiseres 1] zich nog uitlaten. De kantonrechter is verder voornemens zich door een deskundige te laten voorlichten over de vraag of de werkzaamheden waarvan [eiseres 1] in deze procedure nog betaling vordert (behalve de kosten met betrekking tot de wisseling van internetprovider, de aansluiting van de nieuwe printers en de overgang naar Notaris Dossier) vallen onder de werkzaamheden die in de overeenkomst van 14 juli 2019 en het migratiedocument zijn vermeld. Ook is de kantonrechter voornemens de te benoemen deskundige onderzoek te laten doen naar de kwaliteit van de door [eiseres 1] uitgevoerde werkzaamheden, in verband met de tegenvordering van [gedaagde] .

2.20.

Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenonderzoek en de aan de te benoemen deskundige te stellen vragen. Vooralsnog wordt geoordeeld dat de volgende vragen in ieder geval zullen moeten worden gesteld:

  • -

    vallen de kosten die [eiseres 1] nu nog van [gedaagde] vordert (deels) onder de afgesproken fixed fee van € 3.705,- exclusief btw plus 36 x € 693,80 exclusief btw per maand, uitgaande van de werkzaamheden/diensten die in de overeenkomst van 14 juli 2016 staan vermeld (productie 1 bij dagvaarding) en het migratiedocument (productie 10 bij akte van 9 januari 2020 van [eiseres 1] )? Zoals hiervoor overwogen, vallen de kosten met betrekking tot Notaris Dossier hier niet onder, evenmin als de kosten voor de wijziging van internetprovider en de kosten met betrekking tot de nieuwe printers.

  • -

    zijn de werkzaamheden die [eiseres 1] heeft uitgevoerd op grond van de overeenkomst van 14 juli 2016 en het bijbehorende migratiedocument correct uitgevoerd, volgens de daaraan te stellen eisen? Indien (een deel) van de werkzaamheden niet correct is uitgevoerd, wat is daarvan dan het gevolg geweest voor gebruik van het systeem door [gedaagde] ?

  • -

    (indien [eiseres 1] het bewijs dat de gevorderde kosten ad € 8.811,86 redelijk zijn, wil leveren door een deskundigenbericht) de vraag of die kosten redelijk zijn.

2.21.

Partijen worden ook in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de persoon van de deskundige. Als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de deskundige en beide partijen een deskundige voorstellen, dienen zij gemotiveerd aan te geven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de deskundige die door de wederpartij is voorgesteld, niet voor benoeming in aanmerking moet komen.

2.22.

Partijen kunnen zich bij de hiervoor genoemde akte tevens uitlaten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen deskundige. Bij gebreke van een dergelijke uitlating zal de rechtbank in overleg met de te benoemen deskundige de hoogte van het voorschot vaststellen. Gelet op de bewijslastverdeling zullen beide partijen ieder de helft van de kosten van het voorschot van de deskundige moeten betalen.

2.23.

Partijen wordt (nogmaals) in overweging gegeven met elkaar in overleg te treden om te bezien of zij alsnog tot overeenstemming kunnen komen, gelet op de uitvoerige processuele handelingen die nog zullen moeten volgen bij de benoeming van een deskundige en in het kader van de bewijsopdracht en de kosten die hiermee gepaard zullen gaan.

2.24.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

laat [eiseres 1] toe te bewijzen dat het door haar gevorderde bedrag van € 8.811,86 inclusief btw een redelijke loon is voor de werkzaamheden die zij in het kader van de overgang naar Notaris Dossier heeft verricht;

verwijst de zaak naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank van
donderdag 14 mei 2020 voor het schriftelijk meedelen door [eiseres 1] of en, zo ja, op welke wijze van de bewijsmogelijkheid gebruik zal worden gemaakt;

bepaalt dat indien [eiseres 1] bewijs wenst te leveren door een deskundigenbericht zij zich daarover tevoren met [gedaagde] dient te verstaan zodat beide partijen op voormelde rolzitting een akte kunnen menen waarin zij zich uitlaten als bedoeld in rechtsoverweging 2.20 tot en met 2.22;

wijst [eiseres 1] erop dat indien zij op een andere wijze bewijs wenst te leveren de schriftelijke reactie in tweevoud dient te worden ingestuurd en dat deze uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen moet zijn;

bepaalt dat [eiseres 1] , indien zij getuigen wenst te horen, bij die gelegenheid het aantal en de namen van eventueel te horen getuigen dienen op te geven – in welk geval zij tevens opgave dienen te doen van hun verhinderdata en de getuigen voor de maanden juni tot en met september 2020 – en/of op het bewijsthema betrekking hebbende stukken in het geding mogen brengen;

wijst [eiseres 1] erop dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen ten minste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;

bepaalt dat een eventueel getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het adres Steegoversloot 36 in Dordrecht, ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter;

in conventie voorts en in reconventie

verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 14 mei 2020 voor het nemen van een akte na tussenvonnis door beide partijen waarin zij zich uitlaten als bedoeld in rechtsoverweging 2.20 tot en met 2.22;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

424