Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3810

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
28-04-2020
Zaaknummer
C/10/593386 / FA RK 20-1833
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Drietrapsmodel van de wetgever. Reguliere verplichte zorg, verplichte zorg in crisissituaties en verplichte zorg in noodsituaties. Met inachtneming van regels EVRM en EHRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0170
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/593386 / FA RK 20-1833

Patiëntnummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 april 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in het Erasmus Medisch Centrum, afdeling Psychiatrie (P1) te Rotterdam,

advocaat mr. W.L. Catsman te Capelle aan den IJssel.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de officier, ingekomen op 18 maart 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene en zijn hierboven genoemde advocaat;

 drs. S. Dieleman, psychiater, en drs. T. Jansen, arts, beiden verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 26 februari 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Voor het verstrijken van die machtiging is onderhavig verzoek ingediend.

2.1.2.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniforme stoornis (wellicht mede geluxeerd door cannabisgebruik).

2.1.4.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel voor een ander, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. In de afgelopen maanden is sprake geweest van toenemende achterdocht. Hierdoor kwam betrokkene in conflict met de mensen om zich heen en liep hij rond met een mes ter verdediging. Tijdens de opname februari 2020 werd eveneens een psychotisch toestandsbeeld waargenomen met veel agitatie. Daarbij was een separatie noodzakelijk vanwege agressie. De rust, de regelmaat en de medicatie en wellicht ook het niet meer blowen heeft op de afdeling heeft betrokkene goed gedaan. Met medicamenteuze behandeling kan het ziektebeeld gestabiliseerd worden en kan betrokkene weer naar huis en weer verdergaan met zijn opleiding.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Uit de stukken en de behandeling tijdens de zitting is gebleken welke zorg passend is voor betrokkene. Betrokkene zal nog korte tijd opgenomen moeten blijven. De psychiater verwacht dat een ontslag snel kan volgen als de nazorg is geregeld en de bezoeken met de moeder van betrokkene goed verlopen. In de thuissituatie zal ook verplichte zorg nodig zijn. Daarnaast wordt gevraagd om een mogelijkheid te geven tot een heropname wanneer het thuis niet meer goed gaat met betrokkene. De rechtbank zal hierna uiteenzetten welke verplichte zorg gegeven mag worden, voor hoe lang dat is toegestaan en op welke momenten.

Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg worden opgenomen in een zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging.

Tijdens de gehele duur van de zorgmachtiging wordt door de rechtbank toestemming gegeven voor de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;

 het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene (toezicht op medicatiegebruik).

De volgende verplichte zorg mag eveneens tijdens de gehele duur van de zorgmachtiging worden ingezet, maar is slechts bedoeld voor zorg in een ambulante setting:

 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten (het ophalen van een depotinjectie bij de polikliniek van het betrokken FACT-team).

De volgende vormen van verplichte zorg mogen voor maximaal vier weken vanaf heden worden verleend:

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het opnemen in een accommodatie;

 het insluiten (hoogstens voor een paar dagen bij fysieke agressie).

Ter zitting is besproken dat deze termijn waarschijnlijk korter zal zijn, maar dat gelet op de Corona-crisis het momenteel wellicht langer duurt om de ambulante zorg in stelling te brengen.

De rechtbank ziet ook aanleiding om een heropname toe te staan wanneer het thuis onverhoopt niet meer goed gaat met betrokkene. In zo’n crisissituatie mogen de volgende vormen van verplichte zorg worden verleend voor de duur van zes weken vanaf het moment van de vrijheidsbeneming, mits dit plaatsvindt binnen zes maanden na heden:

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het opnemen in een accommodatie;

 het insluiten (hoogstens voor een paar dagen bij fysieke agressie of zeer dreigend gedrag).

Bij betrokkene kan een crisissituatie als volgt worden gedefinieerd: bij beginnende psychotische klachten als betrokkene meent zich te moeten verdedigen. Omdat betrokkene nog zo jong is en dat zijn eerste psychotische episode was, is het belangrijk om een volgende keer snel in te grijpen ter voorkoming van ernstige psychische schade.

Als het gaat om opneming geruime tijd nadat de zorgmachtiging is verleend, moet aan die vrijheidsbeneming een recente medische beoordeling ten grondslag liggen. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens verlangt altijd een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek bij vrijheidsbeneming als deze. De nadere uitleg gegeven door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (zie onder meer EHRM 24 september 1992, Herczegfalvy v. Austria, 10533/83, r.o. 63 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47.

In de praktijk betekent dit dat bij een vrijheidsbeneming van betrokkene na vier maanden vanaf heden de zorgaanbieder uitvoering dient te geven aan een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. Dat mag door de geneesheer-directeur plaatsvinden, mits hij niet bij de behandeling betrokken is.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 oktober 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 2 april 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van J.D. Verburg, griffier, en op 10 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.