Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3725

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
28-04-2020
Zaaknummer
8216533 CV EXPL 19-52997
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Openstaande factuur, vordering is toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8216533 CV EXPL 19-52997

uitspraak: 17 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Famed B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Famed’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 28 november 2019, met producties;

  • -

    de aantekeningen van 17 december 2019 van het mondelinge antwoord van [gedaagde] en de daarbij door hem overgelegde producties;

  • -

    het tussenvonnis van 17 december 2019 waarbij de mondelinge behandeling is gelast;

  • -

    de door Famed bij brief/fax van 6 januari 2019 ingediende productie.

1.2

Op 9 januari 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daar is namens Famed genoemde gemachtigde verschenen; [gedaagde] is in persoon verschenen. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier. De zaak is verwezen naar de lopende zakenrol van 3 februari 2020 voor het overleggen van de offerte en een factuur door [gedaagde]. Ter rolzitting van 28 februari 2020 heeft Famed zich bij akte uitgelaten. Daarop heeft [gedaagde] ter rolzitting van 19 maart 2020 bij akte gereageerd.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang het volgende vast.

2.1

[gedaagde] heeft voor de tandheelkundige behandeling bij [zorgverlener] (hierna: de zorgverlener) op 5 juli 2017 een bedrag van in totaal € 96,48 in rekening gebracht gekregen, welk bedrag is gefactureerd met factuurnummer [factuurnummer 1].

2.2

De zorgverlener heeft haar vordering overgedragen aan Famed.

3. De vordering

3.1

Famed heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 138,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 96,48 vanaf 17 mei 2018 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Aan haar vordering heeft Famed – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

De zorgverlener heeft voor [gedaagde] een offerte opgesteld voor meerdere tandheelkundige behandelingen. Op 5 juli 2017 heeft de zorgverlener zoals in de offerte was opgenomen in opdracht van [gedaagde] een preventieve voorlichting en/of instructie willen geven. Deze behandeling stond voor 45 minuten ingepland en is op verzoek van [gedaagde] na korte tijd stop gezet en niet afgemaakt. De factuur met nummer [factuurnummer 1] maakt volgens Famed onderdeel uit van de eerder opgestelde offerte.

3.2.2

[gedaagde] is, ondanks aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van de door Famed aan hem verzonden factuur van 13 juli 2017 voor een totaalbedrag van € 96,48.

3.2.3

Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Famed zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken. Op 30 augustus 2017 is [gedaagde] aangemaand. De gemaakte kosten van € 40,00 komen op grond van artikel 6:96 lid 5 Burgerlijk Wetboek voor rekening van [gedaagde].

3.2.4

Verder maakt Famed aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 1,62 aan vervallen rente berekend tot 17 mei 2018.

3.3

Famed heeft gemotiveerd betwist dat de behandeling van 5 juli 2017, die nog onder de offerte van 11 januari 2017 viel, bij de factuur van 13 april 2017 in rekening is gebracht. De behandeling is met verrichtingscode T32 aangeduid. Op de factuur van 13 april 2017 met factuurnummer [factuurnummer 2] komt de verrichtingscode T32 niet voor. Uiteindelijk is de behandeling onder de code M01 in rekening gebracht op de factuur van 13 juli 2017 met factuurnummer [factuurnummer 1]. De offerte die is opgesteld, was onder voorbehoud van eventuele onvoorziene complicaties die kunnen zorgen voor prijswijzigingen. [gedaagde] is akkoord gegaan met de offerte door afspraken te plannen en plaats te nemen in de behandelstoel.

4. Het verweer

4.1

Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Daartoe heeft hij – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd.

4.2

[gedaagde] komt al jaren bij deze zorgverlener. In overleg tussen de zorgverlener en [gedaagde] is voor de behandelingen een offerte van € 700,00 opgesteld. Nadat de behandelingen waren afgerond, was het in de offerte genoemde bedrag overschreden met € 100,00. Na een paar maanden moest [gedaagde] terugkomen voor controle. Bij een controle dacht [gedaagde] aan vijf minuten en niet de 40 minuten die het volgens de zorgverlener zou gaan duren. De zorgverlener is gestopt met de controle en [gedaagde] heeft de praktijk verlaten. Ook wilde de zorgverlener [gedaagde] opnemen in een controlestramien, waarbij [gedaagde] iedere zes maanden een controle zou ondergaan. Daar heeft [gedaagde] van af gezien. De behandelingen zijn niet volgens verwachting gegaan en [gedaagde] heeft het gevoel dat hem dingen zijn opgedrongen.

4.3

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] naar voren gebracht dat hij op 5 juli 2017 voor een normale controle naar de zorgverlener is gegaan. Dit staat volgens hem los van de offerte die al op 13 april 2017 in rekening is gebracht.

5. De beoordeling van de vordering

5.1

Vaststaat dat [gedaagde] op 5 juli 2017 voor een behandeling naar de zorgverlener is gegaan en dat de tandheelkundige behandeling ook is gestart, zodat [gedaagde] in beginsel is gehouden om het daarvoor verschuldigde bedrag van € 96,48 te voldoen.

5.2

Voor zover [gedaagde] met zijn verweer heeft willen aanvoeren dat hij het bedrag van € 96,48 niet hoeft te betalen, omdat de behandeling niet langer heeft geduurd dan vijf minuten, wordt dat verweer verworpen. Immers, voor de behandeling was wel 45 minuten gepland en op verzoek van [gedaagde] zelf is dit 5 minuten geworden. Dat kan echter de zorgverlener niet worden verweten.

5.3

Indien [gedaagde] met zijn verweer heeft willen aanvoeren dat hij de factuur van 13 juli 2017 van € 96,48 niet hoeft te betalen, omdat de factuur van 13 april 2017 ten bedrage van € 868,98 hoger is uitgevallen dan het bedrag dat door de zorgverlener voor de totale behandeling is begroot, wordt ook dit verweer verworpen. Niet is gesteld of gebleken dat de behandeling van [gedaagde], die op initiatief van [gedaagde] vroegtijdig is beëindigd, al eerder door Famed bij [gedaagde] in rekening is gebracht dan wel niet onder de opgestelde offerte van 11 januari 2017 zou vallen. Daarnaast vormt de door de zorgverlener opgestelde offerte slechts een indicatie van de verwachte kosten voor de behandelingen. Het uiteindelijk door Famed aan [gedaagde] te factureren bedrag kan, zoals door Famed onbetwist is gesteld, door complicaties afwijken van de offerte. Voor zover [gedaagde] heeft bedoeld te zeggen dat hij de offerte enkel op een scherm in de behandelkamer heeft kunnen lezen, geldt dat [gedaagde] na afloop van de op 9 januari 2019 gehouden mondelinge behandeling zelf een kopie van de offerte heeft overgelegd. [gedaagde] beschikte dus kennelijk wel over een kopie van de bedoelde offerte.

5.4

Nu [gedaagde] verder de hoogte van het gevorderde bedrag niet heeft betwist, leidt het voorgaande tot de conclusie dat [gedaagde] is gehouden om het bedrag van € 96,48 aan Famed te voldoen. De vordering ter zake zal dan ook worden toegewezen.

5.5

Famed maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet beoordeeld worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Famed, althans haar gemachtigde, heeft aan [gedaagde] een aanmaning verzonden, die voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Wetboek gestelde eisen. Nu [gedaagde] hieromtrent geen verweer heeft gevoerd, wordt van de ontvangst van deze aanmaning door [gedaagde] uitgegaan. Daarnaast staat vast dat [gedaagde] niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn tot volledige betaling van de gevorderde hoofdsom is overgegaan. Het gevorderde bedrag van € 40,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt dan ook toegewezen.

5.6

De gevorderde vervallen wettelijke rente van € 1,62 berekend tot 17 mei 2018 zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen. De gevorderde rente vanaf 17 mei 2018 wordt toegewezen zoals onder de beslissing staat vermeld.

5.7

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] in de proceskosten van Famed veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Famed tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 138,10 aan hoofdsom, vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over € 96,48 vanaf 17 mei 2018 tot de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Famed vastgesteld op € 206,18 aan verschotten en € 90,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44485