Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3612

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
8015283 \ CV EXPL 19-37813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslag. Verklaring door een derde (artikel 476b Rv).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8015283 \ CV EXPL 19-37813

uitspraak: 17 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de naamloze vennootschap

de Volksbank N.V., voorheen statutair genaamd SNS Bank N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 24 augustus 2019,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V. te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Persorent B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

aanvankelijk in het geding verschenen bij: [naam 1] (directeur),

thans bijgestaan door gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Volksbank’ respectievelijk ‘Persorent’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties;

  • -

    het schriftelijke antwoord namens Persorent, met één productie;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van het op de rolzitting van 5 september 2019 door [naam 1] namens Persorent gegeven (aanvullende) mondelinge antwoord, alsmede het bij die gelegenheid door hem overgelegde KvK-uittreksel;

  • -

    de conclusie van repliek tevens voorwaardelijke wijziging van eis, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek, met producties;

  • -

    de akte uitlaten producties tevens wijziging van eis, zijdens Volksbank;

  • -

    de rolbeslissing van 21 februari 2020;

  • -

    de akte uitlaten wijziging van eis zijdens Persorent.

1.2.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van het volgende.

2.1.

Volksbank heeft op 17 januari 2019 ten laste van [naam 2] (hierna: [naam 2] ) executoriaal beslag gelegd onder Persorent voor een vordering ten bedrage van € 112.933,20 plus de kosten van overbetekening van het beslag, de (eventueel) vanaf 17 januari 2019 verschuldigde rente en de kosten van afwikkeling van het beslag.

2.2.

Het proces-verbaal van het executoriaal derdenbeslag is op 23 januari 2019 aan [naam 2] betekend. [naam 2] heeft niet geageerd tegen het beslag.

3. De vordering

3.1.

Volksbank heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Persorent te veroordelen aan haar tegen behoorlijke kwijting te betalen € 122.775,39, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2019 over € 75.696,87 tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van Persorent in de proceskosten.

3.2.

Aan die vordering heeft Volksbank het volgende ten grondslag gelegd.

Ondanks sommatie op 10 april 2019, heeft Persorent nagelaten een deugdelijke verklaring te verstrekken aan Volksbank over hetgeen Persorent aan [naam 2] is of zal worden verschuldigd uit hoofde van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Volksbank vordert daarom van Persorent betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, als ware Persorent daarvan schuldenaar.

3.3.

Bij conclusie van repliek heeft Volksbank haar vordering aangevuld met een subsidiaire voorwaardelijke vordering, in die zin dat zij, voor het geval Persorent alsnog een deugdelijke verklaring heeft afgelegd, betaling door Persorent vordert van al hetgeen blijkens de verklaring door het beslag is getroffen.

3.4.

Volksbank heeft bij akte uitlaten producties die subsidiaire voorwaardelijke vordering gewijzigd, in die zin dat zij van Persorent betaling vordert van € 5.989,-, met veroordeling van Persorent in de proceskosten. Volksbank heeft toegelicht dat Persorent op 29 oktober 2019 alsnog een verklaring heeft afgelegd, die door Volksbank is geaccepteerd. Uit de afgelegde verklaring blijkt dat een bedrag ad € 5.989,- onder het beslag valt.

4. Het verweer

4.1.

Persorent heeft betwist dat zij het proces-verbaal van 17 januari 2019 ter zake het executoriale beslag, de aanmaningsbrieven van 26 februari 2019 respectievelijk 15 maart 2019 van de gemachtigde van Volksbank en de sommatie van 10 april 2019 namens Volksbank heeft ontvangen. Het proces-verbaal van 17 januari 2020 is niet aan de heer [naam 1] , directeur van Persorent, betekend en kan daarom niet gelden als een legale betekening. Het derdenbeslag is om die reden nietig.

4.2.

Persorent wil wel meewerken aan het alsnog afleggen van een verklaring.

5. De beoordeling

5.1.

Het geschil heeft betrekking op een verklaring door een derde als bedoeld in artikel 476b Rv. Ingevolge lid 1 van dat artikel is de derde, zodra vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag, verplicht verklaring te doen van de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen. Indien de termijn van vier weken is verstreken, zal de derde eerst een redelijke termijn voor nakoming moeten worden gesteld door de beslaglegger, alvorens hij in verzuim is. Indien de derde dan geheel in gebreke blijft met het afleggen van de verklaring, kan hij op vordering van de beslaglegger worden veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd. De derde kan veroordeling voorkomen door alsnog een (gerechtelijke) verklaring te doen en wordt daartoe ook in de gelegenheid gesteld (artikel 477a lid 1 Rv).

5.2.

Volksbank heeft aan haar primaire vordering ten grondslag gelegd dat Persorent ondanks meerdere sommaties geheel in gebreke is gebleven met het afleggen van een deugdelijke verklaring en daarom gehouden is het bedrag waarvoor beslag is gelegd aan Volksbank te voldoen. Erop gelet dat Persorent tijdens de procedure alsnog op 29 oktober 2019 een verklaring heeft afgelegd en Volksbank in haar akte uitlaten producties heeft medegedeeld dat zij die verklaring heeft geaccepteerd, kan de gevolgtrekking geen andere zijn dan dat de grondslag van de primaire vordering is vervallen door die mededeling van Volksbank. De primaire vordering komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking wegens het ontbreken van een deugdelijke grondslag. De nevenvorderingen delen dat lot.

5.3.

Volksbank heeft haar subsidiaire vordering bij akte uitlaten producties gewijzigd, in die zin dat zij thans een concreet bedrag vordert, te weten € 5.989,-. Bij de beoordeling van die vordering neemt de kantonrechter het navolgende in aanmerking.

5.4.

Persorent heeft voor het eerst bij conclusie van dupliek een beroep gedaan op de nietigheid van het beslag, omdat het proces-verbaal van 17 januari 2019 volgens haar niet aan de heer [naam 1] , directeur van Persorent, is betekend, maar aan een voor haar onbekende heer [naam 3] , die zich tegenover de deurwaarder ten onrechte heeft uitgegeven voor directeur van Persorent. Bij diezelfde conclusie heeft Persorent alsnog een verklaring derdenbeslag overgelegd alsmede de salarisstroken en de ontslagbrief van [naam 2] , die sinds 15 juli 2019 niet meer werkzaam is bij Persorent. Volksbank heeft vervolgens medegedeeld dat zij de afgelegde verklaring accepteert en heeft haar eis gewijzigd naar aanleiding van die verklaring. Persorent heeft vervolgens bij akte uitlaten wijziging van eis haar standpunt, dat het beslag nietig is, niet herhaald. Zij heeft wel aangevoerd dat zij van mening is dat zij primair vanaf 24 augustus 2019 en subsidiair vanaf 10 april 2019 gerechtigd is de bedragen die vallen onder het beslag af te dragen aan Volksbank, omdat zij niet eerder dan de dagvaarding van 24 augustus 2019 op de hoogte is gesteld van het beslag, aldus Persorent.

5.5.

Uit deze gang van zaken leidt de kantonrechter af dat Persorent haar verweer ten aanzien van de nietigheid van het beslag niet langer handhaaft nu Volksbank de alsnog afgelegde verklaring heeft geaccepteerd. Uit de processtukken kan worden afgeleid dat Persorent thans enkel nog verweer voert ten aanzien van de opeisbaarheid van de bedragen die onder het beslag vallen. Dat verweer is enkel van belang voor de eventueel verschuldigde rente. Aangezien Volksbank subsidiair slechts één concreet door het beslag getroffen bedrag heeft gevorderd, en geen rente daarover, is het verweer van Persorent niet relevant voor de beoordeling van de subsidiaire vordering.

5.6.

Aangezien Persorent verder geen verweer heeft gevoerd tegen de subsidiaire vordering, wordt zij veroordeeld tot betaling van een bedrag ad € 5.989,- aan Volksbank.

5.7.

De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Persorent om aan Volksbank tegen kwijting te betalen € 5.989,-;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter openbare terechtzitting.