Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3579

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
23-04-2020
Zaaknummer
C/10/594235 / FA RK 20-2284
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf. Artikel 26 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Dementie. Steunsysteem uitgeput. Weigering thuiszorg. Onvrijwillige opname noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/594235 / FA RK 20-2284

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt]

hierna: cliënt,

wonende aan [adres cliënt] , [postcode] te [woonplaats cliënt] ,

advocaat mr. J.G. Colombijn-Broersma te Gorinchem.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen op 1 april 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
    28 januari 2020;

  • -

    de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door drs. C. Griffioen, specialist ouderengeneeskunde, van 28 februari 2020;

  • -

    de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 16 maart 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

  • -

    de hierboven genoemde advocaat van cliënt;

  • -

    [naam casemanager] , casemanager;

  • -

    [naam dochter betrokkene] , dochter van betrokkene.

1.3.

De rechtbank heeft vastgesteld dat cliënt niet in staat was zich te doen horen. Cliënt verblijft tijdens de mondelinge behandeling bij haar dochter thuis. De dochter van cliënt geeft aan dat haar moeder heel erg ziek is, in bed ligt, nauwelijks eet en drinkt, en niet in staat is om te spreken mede doordat ze niets hoort.

2. Beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een neurocognitieve stoornis als gevolg van een gevorderd dementieel syndroom.

2.3.

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De dementie bij cliënt is dermate gevorderd dat ze regelmatig ronddwaalt buitenshuis en een paar keer door de politie is thuisgebracht. Ze is slechthorend en slechtziend, is niet in staat voor zichzelf te zorgen en kan geen structuur meer geven aan haar leven. Cliënt accepteert geen hulp, ze laat de thuiszorg niet toe, terwijl ze hulp nodig heeft bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. De dochter van cliënt laat haar moeder regelmatig bij haar logeren als het thuis niet meer gaat, maar raakt hierdoor overbelast, mede doordat ze ook de zorg heeft voor haar gehandicapte partner.

2.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De casemanager verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat cliënt met ingang van 9 april 2020 kan worden opgenomen bij Middin. Echter, gezien de coronaproblematiek is het de vraag of deze opname plaats kan vinden. De casemanager geeft aan de regie te voeren en indien nodig te onderzoeken wat de andere mogelijkheden zijn.

2.5.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden omdat het steunsysteem is uitgeput en thuiszorg door cliënt wordt geweigerd.

2.6.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Zo is cliënt wisselend in haar wens om opgenomen te worden.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2020.

Deze beschikking is op 8 april 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier op 15 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.