Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3559

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-03-2020
Datum publicatie
20-04-2020
Zaaknummer
C/10/592281 / FA RK 20-1308
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek zorgmachtiging. Artikel 6:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidzorg (Wvggz). Toepassing opname en beperking bewegingsvrijheid na verstrijking van aanzienlijke periode slechts mogelijk indien beoordeeld door onafhankelijk psychiater.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/592281 / FA RK 20-1308

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 maart 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. H. Bijlsma te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 28 februari 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door F.H. van Essen, psychiater, van 24 februari 2020;

 de zorgkaart van 4 februari 2020;

 het zorgplan van 15 januari 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 maart 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

 M. van den Hurk, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Alsmede het bestaan of aanzienlijk risico op ernstige financiële schade en maatschappelijke teloorgang. Bij betrokkene is sinds 2000 sprake van psychotische episodes in het kader van een schizo-affectieve stoornis. In december 2019 is zij vrijwillig opgenomen geweest. Na klinisch ontslag is verslechtering van het psychiatrisch beeld opgetreden. Betrokkene was achterdochtig naar haar buren, collega’s en behandelaar. Zij had financiële problemen en er was stankoverlast vanuit haar huis. Betrokkene dreigde uit haar huis gezet te worden. Op dit moment is betrokkene thuis en gaat het beter met haar. Zij slikt nu sinds drie à vier weken Risperdal en dat slaat goed aan. Betrokkene verklaart dat zij nu rustiger in haar hoofd is. Zij probeert de stankoverlast te beperken en heeft haar excuses aangeboden bij de buren. Het gaat ook beter met haar financiële problemen. Zij wordt daarin begeleid. Betrokkene heeft met haar behandelaar en advocaat besproken dat, zodra het ernstig nadeel opnieuw dreigt, zij de vormen van verplichte zorg graag als vangnet zou willen.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, voor de duur van zes maanden;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene op inname van de medicatie, voor de duur van zes maanden;

 het opnemen in een accommodatie, voor de duur van zes maanden.

Ter zitting is, ten aanzien van opname in de accommodatie, het volgende besproken. Het uitgangspunt is dat betrokkene de twee eerstgenoemde vormen van verplichte zorg ambulant zal ontvangen en accepteren. Indien de situatie van betrokkene verslechtert, doordat zij haar medicatie niet inneemt, er overlastmeldingen komen van de buren en de politie en betrokkene financiële schade lijdt, kan opname in een accommodatie volgen of kan (opnieuw) gebruik worden gemaakt van de bovengenoemde vormen van verplichte zorg in de accommodatie. Aansluiting bij het opnemen van verplichte zorg als zodanig kan worden gezocht in de Memorie van Toelichting, pagina 12 en de Tweede Nota van Wijziging, pagina 157.

2.2.3.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.4.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.5.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

2.2.6.

Hoewel de zorgmachtiging voor zes maanden wordt verleend, wijst de rechtbank voorts op de nog steeds geldende vaste rechtspraak van Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM 24 oktober 1979, Winterwerp v. The Netherlands, 6301/73, r.o. 39 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47). Wanneer een aanzienlijke periode reeds is verstreken en betrokkene moet worden opgenomen, moet betrokkene opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijk psychiater. De medische verklaring bij onderhavig verzoek kan na een aanzienlijke periode niet meer een vrijheidsbeneming rechtvaardigen. Een nieuwe beoordeling moet gebaseerd worden op het toestandsbeeld waarvan op dat moment sprake is.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2020.

Deze beschikking is op 30 maart 2020 mondeling gegeven door mr. mr. L.M. Coenraad, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 3 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.