Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3466

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
8112469
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurkoop, betwisting bestaan overeenkomst onvoldoende gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8112469 \ CV EXPL 19-45151

uitspraak: 17 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RouteVision Nederland B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders te Bergen op Zoom,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M&V Dienstengroep B.V., mede handelend onder de naam [handelsnaam],

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.P.V. den Engelsman, advocaat te Rotterdam.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “RouteVision” en “M&V”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 24 september 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 27 november 2019, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 24 januari 2020 gehouden mondelinge behandeling;

  • -

    de akte van RouteVision van 6 februari 2020, met producties;

  • -

    de akte uitlaten producties van M&V van 18 maart 2020, met producties.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

M&V heeft op 17 juli 2007 een leaseovereenkomst met Succeslease gesloten met betrekking tot een vijftal trackingsystemen (hardware met inbouw), voor de duur van een periode van vijf jaar.

2.2.

De trackingsystemen, bedoeld om ingebouwd te worden in de bedrijfswagens van M&V kunnen niet functioneren zonder dataverbinding. In dat kader heeft M&V bij RouteVision op 15 augustus 2007 - ter ondersteuning van de hardware - een data- en softwareabonnement afgesloten met een looptijd van 60 maanden.

2.3.

RouteVision heeft de kosten voor de data-connectiviteit en software-ondersteuning per kwartaal aan M&V in rekening gebracht. De facturen zijn door M&V tot en met het eerste kwartaal van 2015 voldaan.

2.4.

RouteVision heeft de kosten ten aanzien van het tweede kwartaal van 2015 tot en met het derde kwartaal van 2017 middels de hierna genoemde facturen aan M&V in rekening gebracht, welke facturen door M&V niet zijn voldaan:

Datum Factuur Bedrag

01-04-2015 15003014 € 554,30

01-07-2015 15005626 € 554,30

08-10-2015 15008140 € 554,30

04-01-2016 16000702 € 554,30

04-04-2016 16003599 € 554,30

04-08-2016 16140795 € 554,30

14-10-2016 16144287 € 92,39

17-10-2016 16146086 € 92,39

17-10-2016 16146649 € 92,39

17-10-2016 16147782 € 277,17

10-03-2017 17141922 € 554,34

07-04-2017 17147495 € 554,34

20-07-2017 17151633 € 554,34

-------------

Totaal € 5.543,16

2.5.

M&V heeft per e-mail bezwaar gemaakt tegen de facturen. Partijen hebben vervolgens tevergeefs getracht tot overeenstemming met elkaar te komen.

3. De vordering

3.1.

RouteVision heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, M&V te veroordelen aan haar te betalen € 5.543,16 aan hoofdsom, € 1.586,18 aan tot 13 september 2019 verschenen rente en € 652,16 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de rente vanaf 13 september 2019 en proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering legt RouteVision - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag. Na afloop van de op 15 augustus 2007 gesloten overeenkomst hebben partijen op 11 september 2012 een nieuwe overeenkomst gesloten, waarbij M&V - naast de vijf reeds verstrekte trackingsystemen - één extra trackingssysteem gekocht heeft en geleverd heeft gekregen en waarbij de diensten van RouteVision ten aanzien van de data-connectiviteit en software-ondersteuning zijn gecontinueerd. De overeenkomst van 15 augustus 2007 kende een looptijd van 60 maanden. M&V heeft de facturen met betrekking tot de periode van het tweede kwartaal van 2015 tot en met het derde kwartaal van 2017, ondanks aanmaning, onbetaald gelaten.

3.3.

M&V heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – aangevoerd dat zij op 11 september 2012 geen nieuwe overeenkomst met RouteVision is aangegaan. De handtekening op de overeenkomst is niet die van de toenmalige directeur van M&V, de heer [naam persoon] senior. Bovendien zou het niet logisch zijn geweest de overeenkomst in 2012 met 60 maanden te verlengen, nu het wagenpark van M&V in genoemde periode vervangen diende te worden. Voorts betwist M&V dat zij in 2012 een zesde trackingsysteem zou hebben besteld en geleverd zou hebben gekregen. M&V voert aan dat zij eerst in 2014 tot de ontdekking kwam dat zij nog altijd betalingen verrichtte aan RouteVision en in de veronderstelling leefde dat de overeenkomst uit 2007 automatisch was verlengd. Indien en voor zover de kantonrechter M&V niet in haar stellingen kan volgen, beroept M&V zich op matiging van de vordering. Tenslotte betwist M&V buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn.

3.4.

Op hetgeen door partijen verder nog is aangevoerd zal hierna, bij de beoordeling van het geschil en voor zover relevant, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van M&V is dat zij de overeenkomst van 11 september 2012 niet is aangegaan. Daaromtrent overweegt de kantonrechter als volgt.

4.2.

De door RouteVision in het geding gebrachte overeenkomst van 11 september 2012 moet gekwalificeerd worden als een onderhandse akte en geldt daarmee ex artikel 157 lid 2 Rv tussen partijen in beginsel als dwingend bewijs ten aanzien van de stelling van RouteVision dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Dit is anders indien degene tegen wie de akte wordt ingeroepen stellig ontkent de overeenkomst te zijn aangegaan. In dat geval berust de bewijslast, dat er wel een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, conform artikel 159 lid 2 Rv op RouteVision.

4.3.

RouteVision heeft de overeenkomst van 11 september 2012 in het geding gebracht met daarbij gevoegd een kopie van het identiteitsbewijs van de heer [naam persoon] senior, welke volgens RouteVision is verstrekt bij het sluiten van die overeenkomst. Dit identiteitsbewijs is aan de heer [naam persoon] senior afgegeven op 14 mei 2008, zodat het onmogelijk is dat hiervan een kopie aan RouteVision is verstrekt met het oog op de totstandkoming van de overeenkomst uit 2007. M&V heeft geen enkele verklaring gegeven voor het feit dat zij RouteVision een kopie van het identiteitsbewijs uit 2008 heeft verstrekt. Niet valt in te zien om welke andere reden dan voor het aangaan van de overeenkomst in 2012, RouteVision om een kopie van het identiteitsbewijs van de directeur van M&V zou hebben gevraagd.

4.4.

Voorts heeft RouteVision gesteld dat alle ná 11 september 2012 aan M&V gezonden facturen tot en met het eerste kwartaal van 2015 door M&V zijn voldaan. M&V heeft de ontvangst van deze facturen alsmede de stelling dat zij deze allemaal heeft voldaan, niet betwist. Indien M&V zo stellig van mening was dat er geen sprake was van een overeenkomst na september 2012, had het op haar weg gelegen dit direct na ontvangst van de eerste facturen kenbaar te maken aan RouteVision. Dit heeft zij echter nagelaten. M&V heeft eerst ruim twee jaar later, in oktober 2014, voor de eerste maal (per e-mail) contact opgenomen met RouteVision.

4.5.

Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen partijen, in het bijzonder de e-mail van 1 oktober 2014, volgt ook dat M&V het bestaan van de overeenkomst in eerste instantie niet betwistte. De e-mail van M&V van 1 oktober 2018 kent immers als onderwerp ‘Opzegging routevision’ en de strekking van de e-mail is ook dat M&V de overeenkomst wil opzeggen en graag wil weten wat de opzegtermijn is. Dit strookt niet met de stellingname van M&V in onderhavige procedure dat er na september 2012 geen sprake zou zijn van een overeenkomst. De stelling van M&V, dat zij in de veronderstelling leefde dat de overeenkomst uit 2007 stilzwijgend was verlengd, wordt verworpen. In de overeenkomst van 2007 is slechts bepaald dat de looptijd van de overeenkomst 60 maanden bedraagt en is niets opgenomen over een stilzwijgende verlenging van de overeenkomst.

4.6.

RouteVision heeft M&V per e-mail van 9 oktober 2014 een kopie van de getekende overeenkomst van 11 september 2012 inclusief identiteitsbewijs toegezonden. M&V heeft hierop vervolgens niet meer gereageerd. Voorts heeft M&V nadien ook de factuur van het eerste kwartaal van 2015 gewoon - zonder enig bezwaar - voldaan.

4.7.

De stelling van M&V, dat verlenging van de overeenkomst in 2012 met 60 maanden niet logisch zou zijn, omdat in genoemde periode het wagenpark zou worden vervangen, wordt verworpen. Vervanging van het wagenpark betekent immers niet dat er geen gebruik meer kan worden gemaakt van diensten van RouteVision, nu de mogelijkheid bestaat de trackingsystemen over te plaatsen in nieuwe bedrijfswagens.

4.8.

RouteVision heeft bij haar laatste akte een lijst met auto’s met bijbehorende kentekens overgelegd en heeft voorts een groot aantal rittenrapporten in het geding gebracht. Uit deze rittenrapporten volgt dat er in de maand oktober 2012 een GPS-trackingsysteem in de betreffende auto’s was ingebouwd en actief was en dat er met alle auto’s een groot aantal ritten zijn gereden. Het betreffen tientallen pagina’s waarin - onder meer - per auto is aangegeven waar de auto heeft gereden en op welk tijdstip. De rittenrapporten zijn dermate gedetailleerd dat zelfs is geregistreerd wat per rit de gereden maximumsnelheid is én op welke plek deze maximumsnelheid is behaald. Voorts blijkt uit de rapporten dat met alle auto’s regelmatig van en naar het zaakadres van M&V is gereden. Naar aanleiding van de door RouteVision overgelegde bewijsstukken had het op de weg van M&V gelegen deze voldoende gemotiveerd te betwisten. Door enkel te stellen dat de rapporten niet kunnen kloppen – zonder verdere toelichting – heeft M&V hier niet aan voldaan. Het verweer van M&V op dit punt wordt dan ook, als onvoldoende gemotiveerd betwist, verworpen.

4.9.

Ten aanzien van de stelling van M&V dat de auto met kenteken [kentekennummer 1] , welke door RouteVision in haar lijst met kentekens is opgenomen, haar niet bekend is, wordt het volgende opgemerkt. Blijkens de door M&V zelf bij conclusie van antwoord in het geding gebrachte stukken met betrekking tot de vervanging van haar wagenpark, heeft M&V wél een auto met kenteken [kentekennummer 2] in bezit gehad. Aangenomen moet dan ook worden dat door RouteVision abusievelijk een onjuist nummer is ingevoerd, welke aanname steun vindt in het feit dat uit de rittenrapporten blijkt dat met het kenteken [kentekennummer 1] wel regelmatig van en naar het zaakadres van M&V is gereden. Bovendien heeft M&V vanaf 2007 tot en met het eerste kwartaal van 2015 steeds alle facturen voor de betreffende auto’s voldaan en nimmer gesteld dat zij ten aanzien van de auto met bovengenoemd kenteken ten onrechte betaalde. Ook dit verweer wordt dan ook verworpen.

4.10.

M&V heeft voorts gesteld dat, ten aanzien van de auto met kenteken [kentekennummer 3] , blijkens gegevens van de RDW het kenteken eerst in oktober 2008 is afgegeven, zodat het niet mogelijk is dat er reeds in 2007 een trackingsysteem is ingebouwd. De kantonrechter merkt te dien aanzien op dat voor onderhavige vordering niet relevant is wanneer het trackingsysteem in de betreffende auto is ingebouwd. M&V heeft immers niet betwist dat de auto met kenteken [kentekennummer 3] aan haar toebehoort en dat er door RouteVision op enig moment een trackingsysteem is ingebouwd. Dat volgt ook uit het feit dat M&V jarenlang ook voor deze auto de in rekening gebrachte kosten aan RouteVision heeft betaald en gesteld noch gebleken is dat M&V hier eerder over heeft geklaagd. Ten slotte kan uit deze stelling van M&V niet geconcludeerd worden dat de rittenrapporten van oktober 2012 ten aanzien van de auto met kenteken [kentekennummer 3] niet zouden kloppen.

4.11.

De kantonrechter is op grond van het bovenstaande van oordeel dat RouteVision met het overleggen van de rittenrapporten voldoende heeft aangetoond dat er ná 11 september 2012 daadwerkelijk gebruik is gemaakt van haar diensten door M&V.

4.12.

M&V heeft voorts betwist dat er in september 2012 een extra, zesde trackingsysteem door haar zou zijn besteld en aan haar zou zijn geleverd. Te dien aanzien wordt het volgende opgemerkt. M&V heeft niet betwist dat de auto waarin het zesde trackingsysteem door RouteVision zou zijn ingebouwd - de auto met kenteken [kentekennummer 4] - haar eigendom is. Nu uit de rittenrapporten blijkt dat er met deze auto ook ná 11 september 2012 ritten zijn geregistreerd door middel van het aanwezige trackingsysteem, acht de kantonrechter voldoende bewezen dat door RouteVision in september 2012 het zesde trackingsysteem in de auto van M&V is ingebouwd. Het verweer van M&V op dit punt wordt verworpen.

4.13.

Voorts is van belang dat het door RouteVision per kwartaal in rekening gebrachte factuurbedrag vóór 11 september 2012 gebaseerd was op het gebruik van vijf trackingsystemen. Nadat in september 2012 een zesde trackingsysteem door M&V in gebruik is genomen, heeft dit logischerwijs geleid tot een gewijzigd, hoger factuurbedrag. Ook uit het feit dat M&V het per september 2012 in rekening gebrachte, hogere factuurbedrag is blijven betalen, kan reeds opgemaakt worden dat M&V wel degelijk akkoord ging met levering en plaatsing van een zesde trackingsysteem en de daarmee gepaard gaande kosten.

4.14.

De kantonrechter komt thans toe aan beantwoording van de vraag of RouteVision voldoende bewijs heeft geleverd van haar stelling dat er op 11 september 2012 een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Bij die beoordeling weegt zwaar dat RouteVision met uitgebreide rittenrapportages heeft aangetoond dat M&V in elk geval ook ná september 2012 gebruik heeft gemaakt van haar diensten en ook tot en met het eerste kwartaal van 2015 alle facturen - met inbegrip van de hogere facturen in verband met de levering van het extra trackingsysteem - heeft voldaan. Daarnaast heeft M&V geen verklaring gegeven voor het feit dat RouteVision over een kopie van het identiteitsbewijs van de heer [naam persoon] senior uit 2008 beschikt, welk identiteitsbewijs aan de overeenkomst van 11 september 2012 is gehecht. Tevens wordt meegewogen dat uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen in 2014 blijkt dat M&V zich aanvankelijk ook op het standpunt stelde dat er op dat moment sprake was van een overeenkomst tussen partijen, hetgeen volgt uit het feit dat M&V in haar e-mails heeft gevraagd naar de mogelijkheden om de overeenkomst op te zeggen en in een later stadium zelfs voorstellen voor het afkopen van de overeenkomst heeft gedaan.

4.15.

Tegenover de door RouteVision aangevoerde feiten en omstandigheden en overgelegde bewijsstukken heeft M&V zich slechts beperkt tot een blote betwisting dat de overeenkomst tot stand is gekomen. Voorts wordt opgemerkt dat zelfs de ontkenning dat de handtekening op de overeenkomst van de heer [naam persoon] senior is, niet bepaald stellig te noemen is, nu M&V in haar conclusie van antwoord aangeeft dat ‘de heer [naam persoon] senior zich niet kan herinneren de door RouteVision overgelegde overeenkomst te hebben getekend’ en voorts ‘eraan twijfelde of er wel ooit een verlengingsovereenkomst was aangegaan tussen M&V en RouteVision’. Al met al is de kantonrechter van oordeel dat M&V het bestaan van de aan de onderhavige vordering ten grondslag liggende overeenkomst onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.

4.16.

Alle bovenstaande feiten en omstandigheden in samenhang bezien, is de kantonrechter van oordeel dat RouteVision in voldoende mate heeft aangetoond dat er per 11 september 2012 een overeenkomst tot stand is gekomen. De overeenkomst kent geen mogelijkheid tot tussentijdse opzegging, zodat deze is blijven doorlopen tot en met het derde kwartaal van 2017. M&V is dan ook gehouden de door RouteVision verzonden facturen van het tweede kwartaal van 2015 tot en met het derde kwartaal van 2017 te voldoen.

4.17.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, ziet de kantonrechter geen aanleiding de gevorderde hoofdsom te matigen. Hetgeen M&V daartoe heeft aangedragen, biedt hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. De gevorderde hoofdsom van € 5.543,16 wordt derhalve toegewezen.

4.18.

De gevorderde wettelijke handelsrente tot 13 september 2019 van € 1.586,18 zal, als op de wet gegrond en niet weersproken, worden toegewezen.

4.19.

RouteVision maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende is gebleken dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Voor de hoogte van de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Derhalve is aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 652,16 toewijsbaar.

4.20.

M&V zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van RouteVision worden veroordeeld. De informatiekosten, welke deel uitmaken van de kosten van het exploot van dagvaarding, zijn toewijsbaar tot een bedrag van € 4,57 gezien de daarvoor geldende tarieven.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt M&V om aan RouteVision tegen kwijting te betalen € 5.543,16 aan hoofdsom, € 1.586,18 aan tot 13 september 2019 verschenen rente en € 652,16 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW over

€ 5.543,16 vanaf 13 september 2019 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt M&V in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RouteVision vastgesteld op € 572,40 aan verschotten (waarvan € 486,00 aan griffierecht en

€ 86,40 aan dagvaardingskosten) en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44487