Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3445

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
8204131 CV EXPL 19-52105
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van geldlening, betalingsachterstand niet betwist, toewijzing vordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8204131 CV EXPL 19-52105

uitspraak: 10 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de stichting

Stichting Qredits Microfinanciering Nederland handelend onder de naam Qredits,

gevestigd te Almelo,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 27 november 2019,

gemachtigde: TeRecht gerechtsdeurwaarders en incasso te Arnhem,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,

gedaagde,

procederend in persoon,

en

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

gedaagde,

die niet in het geding is verschenen.

Eiseres worden hierna aangeduid als “Qredits” en gedaagden als “ [gedaagde 1] ” en “ [gedaagde 2] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop volgt uit de volgende processtukken:

 de dagvaarding, met producties;

 de schriftelijke reactie van [gedaagde 1] .

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Tussen [gedaagde 1] , handelend onder de naam [handelsnaam] , en Qredits is op

5 december 2015 een overeenkomst van geldlening (“leningovereenkomst microkrediet”, hierna: de leningovereenkomst) tot stand gekomen (productie 1 van Qredits). De hoofdsom van € 40.000,- dient uiterlijk op 25 september 2020 geheel te zijn afgelost. Over de lening of het onafgeloste gedeelte daarvan is een rente verschuldigd van 9,75% per jaar.

2.2

Tussen [gedaagde 2] en Qredits is eveneens op 5 december 2015 borgtochtovereenkomst (“borgtocht natuurlijk persoon microkrediet”, hierna: de borg) tot stand gekomen. [gedaagde 2] heeft zich met deze overeenkomst bereid verklaard zich voor [gedaagde 1] borg te stellen voor al hetgeen Qredits van [gedaagde 1] te vorderen heeft, te weten tot een bedrag van maximaal € 40.000,-, te vermeerderen met rente en kosten als bedoeld in artikel 7:856 BW.

2.3.

In de op de leningovereenkomst van toepassing zijnde Algemene voorwaarden Microkrediet Qredits (productie 2 van Qredits, hierna: Algemene Kredietvoorwaarden) staat - voor zover van belang - het volgende:

“4. Dit gebeurt er als je niet op tijd betaalt

4.1

Als je een Overeenkomst met ons sluit, heb je betalingsverplichtingen. Kom je deze niet na, dan sturen we jou meerdere betalingsherinneringen. Je betaalt rente over het bedrag dat je ons te laat betaalt.

4.2

Betaal je te laat? Dan brengen we rente over de achterstand in rekening. Ook hebben wij het recht om jou een direct opeisbare boete van € 100,- in rekening te brengen per betalingsachterstand.

4.4

Betaal je ook na deze herinneringen niet, dan schakelen wij een deurwaarder in. Alle extra kosten zijn in dit geval voor jou. Als jij een rechtspersoon (zoals een B.V., N.V. of vereniging) bent kunnen wij de incassokosten van 15% van de verschuldigde hoofdsom in rekening brengen met een minimum van € 250,-.”

“9. Het recht om meteen te vorderen

9.1

In sommige gevallen hebben wij het recht om het Krediet op te eisen. Hierbij geldt dat de Overeenkomst blijft bestaan totdat aan alle verplichtingen is voldaan.

9.2

Als jij je niet meer aan de afspraken houdt uit de Overeenkomst, hebben wij het recht om het bedrag dat je ons nog verschuldigd bent, in één keer op te eisen en een boete in rekening te brengen voor de rente die wij mislopen, omdat de Overeenkomst eerder wordt beëindigd. De mogelijkheid om op te eisen en de boete in rekening te brengen geldt in de volgende situaties:

a. Je bent een van de verplichtingen uit de Overeenkomst of Algemene Voorwaarden niet nagekomen. Je wordt in dat geval in gebreke. gesteld. Kom je de verplichting binnen 8 dagen nadat je in gebreke bent gesteld na, dan vervalt de opeisbaarheid. Kom je je verplichtingen niet binnen 8 dagen na, dan hebben wij dus het recht om het nog verschuldigde bedrag en de boete op te eisen.”

3. Het geschil

3.1

Qredits heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden

te veroordelen om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen, hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, het bedrag van € 25.000,- met het behoud van het recht op het meerdere, vermeerderd met de contractuele rente ad 9,75 % per jaar over € 28.410,85 vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, alsmede gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van Qredits.

3.2

Aan haar vordering heeft Qredits - samengevat en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde 1] had op de datum van de dagvaarding op de aflossing van de leningovereenkomst een achterstand van € 28.410,85. Op grond van artikel 9 van de Algemene Kredietvoorwaarden behorende bij deze overeenkomst is de volledige hoofdsom thans opeisbaar. De gemachtigde van Qredits heeft gedaagden bij brieven van 24 mei 2019 en 14 juni 2019 een redelijke termijn gegeven om alsnog aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Gedaagden hebben hier niet aan voldaan.

3.3

[gedaagde 1] heeft in zijn schriftelijke reactie gesteld dat hij zich er bewust van is dat er een betalingsachterstand is ontstaan. De reden hiervoor is dat zijn bedrijf meerdere contracten is verloren en dat zijn inkomsten aanzienlijk zijn teruggelopen. Hij doet er momenteel alles aan om zijn schuldeisers zoveel mogelijk en waar het kan terug te betalen, maar dat lukt niet altijd. Bij Qredits had hij uitstel aangevraagd om wat meer ruimte te krijgen en zo wat andere schuldeisers te kunnen betalen. Enkele bedragen zijn nu afgelost, maar er staat nog steeds een aanzienlijke schuld open bij verschillende schuldeisers.

4. De beoordeling

4.1

[gedaagde 2] heeft, in tegenstelling tot [gedaagde 1] , niet op de eerstdienende dag gereageerd, waarna de kantonrechter tegen [gedaagde 2] verstek heeft verleend. [gedaagde 2] heeft geen gebruik gemaakt van het recht van zuivering van het verstek. Op grond van artikel 140 lid 3 Rv wordt thans één vonnis gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

4.2

De door Qredits in deze procedure tot een bedrag van € 25.000,- beperkte vordering is door [gedaagde 1] niet weersproken en wordt dan ook toegewezen.

4.3

Ook de daarover gevorderde rente is toewijsbaar, zij het, vanwege voormelde beperking, over een bedrag van € 25.000,-.

4.4

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

4.5

Gelet op de hoogte van het bedrag en de door [gedaagde 1] genoemde schuldenproblematiek, geeft de kantonrechter gedaagden in overweging om zich op korte termijn na ontvangst van dit vonnis tot de gemachtigde van Qredits te wenden teneinde te trachten een passende betalingsregeling overeen te komen voor wat betreft deze schuld en om zich wat betreft de totale schuldenproblematiek te wenden tot de gemeente Rotterdam, team expertise financiën.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, om aan Qredits tegen kwijting te betalen € 25.000,-, vermeerderd met de overeengekomen rente van 9,75% per jaar daarover vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Qredits vastgesteld op € 1.103,12 aan verschotten (€ 996,- aan griffierecht en € 107,12 aan dagvaardingskosten) en € 480,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44478