Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3375

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
16-04-2020
Zaaknummer
C/10/592012 / JE RK 20-528
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/592012 / JE RK 20-528

datum uitspraak: 8 april 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2013 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [geboorteplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 februari 2020, ingekomen bij de

griffie op 24 februari 2020.


De mondelinge behandeling van deze zaak ter zitting met gesloten deuren stond gepland op

8 april 2020. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van

het COVID-19 virus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is

gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de

kinderrechter op 8 april 2020 de volgende personen telefonisch gehoord:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. B. van Haeften;

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster].

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige

uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te

kunnen komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 22 oktober 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 22 april 2020.

Het verzoek en het standpunt van de GI

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van twaalf maanden.


De GI heeft ter zitting aangegeven dat er de afgelopen tijd sprake is geweest van veel positieve ontwikkelingen als gevolg waarvan de GI een ondertoezichtstelling van [naam kind] niet langer noodzakelijk acht. Daarnaast is de GI na eigen onderzoek erachter gekomen dat de zorgen die werden geuit door onder andere de procesregisseur en de school en die in het verzoekschrift van de GI staan beschreven, feitelijk niet, of niet meer, aanwezig zijn. De melding bij het wijkteam dateert van een jaar geleden en er is geen sprake meer van structureel schoolverzuim van [naam kind] . De school heeft aangegeven dat [naam kind] zich goed ontwikkelt en dat de moeder [naam kind] niet meer te laat naar school brengt. Hoewel [naam kind] mogelijk achter loopt in haar woordenschat, beschikt de moeder over voldoende vaardigheden om haar daarin te begeleiden.

Het standpunt van de belanghebbende

Door en namens de moeder is ter zitting verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen. Vanuit de leerplicht zijn er geen signalen bekend waaruit zou blijken dat [naam kind] niet, dan wel te laat op school komt. Daarnaast is er voldoende zicht op de opvoedingsvaardigheden van de moeder. De moeder erkent de zorgen over de ontwikkeling van [naam kind] . De moeder en [naam kind] worden reeds intensief begeleid door Coach Point en door Youz. Indien er meer hulp nodig blijkt te zijn voor de moeder en [naam kind] , dan staat moeder daar te allen tijde in het vrijwillige kader voor open. Tot slot vindt de moeder het zwaar belastend dat er een stempel van de ondertoezichtstelling op haar gezin is gedrukt. De moeder ervaart hierdoor stress en onrust, terwijl door Youz is geadviseerd dat er rust moet komen in de situatie

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er zorgen bestonden over de opvoedingssituatie van [naam kind] . Het lukte de moeder niet om zelfstandig met de hulpverlening in vrijwillig kader de ontwikkelingsbedreigingen van [naam kind] weg te nemen. [naam kind] is daarom sinds juli 2019 onder toezicht gesteld. Daarna is de hulpverlening van Youz en Coachpoint is ingezet om meer zicht te krijgen op de opvoedsituatie en de psychische gesteldheid van de moeder. Anders dan in onderliggend verzoekschrift van de GI is opgetekend, heeft de GI ter zitting aangegeven dat na eigen onderzoek is gebleken dat de moeder sindsdien positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en er op dit moment geen concrete zorgen meer bestaan over [naam kind] en de opvoedsituatie bij de moeder, die de moeder niet zelf, of met vrijwillige hulp, kan wegnemen. [naam kind] komt op tijd op school en ontwikkelt zich goed. De moeder heeft meegewerkt met het hulpverleningstraject om haar zaken op orde te krijgen, zodat zij [naam kind] kan opvoeden in een veilige omgeving. De moeder heeft zich ter zitting bereid verklaard om de hulpverlening die zij nu ontvangt, in vrijwillig kader te blijven accepteren en samen met [naam kind] in therapie te gaan.


Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat niet langer wordt voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI afwijzen.

De beslissing
De kinderrechter:

wijst af het verzoek van de GI.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2020 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.M.P. van de Kamp als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 april 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.