Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3348

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
C/10/592511 / JE RK 20-604
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoekschrift inzake verlenging ondertoezichtstelling. Gewezen t.t.v. corona-maatregelen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/592511 / JE RK 20-604

datum uitspraak: 3 april 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] ( [geboorteland minderjarige] ), hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 3 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 4 maart 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De partijen zijn in de gelegenheid gesteld om door de kinderrechter telefonisch gehoord te worden.

De kinderrechter heeft, in aanwezigheid van de griffier, op 3 april 2020 telefonisch gehoord:

  • -

    de moeder, bijgestaan door dhr. Kowalski, tolk in de Poolse taal,

  • -

    een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] .

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.


[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 29 april 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 29 april 2020.

Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar.

De standpunten

De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De moeder verdient complimenten voor de vorderingen die zijn gemaakt. Sinds de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] heeft de moeder de hulpverlening geaccepteerd en hiervan geprofiteerd. Zij is gemotiveerd en leerbaar. De moeder heeft nieuwe opvoedvaardigheden aangeleerd om te kunnen omgaan met het gedrag van [voornaam minderjarige] en aan te sluiten bij haar behoeften. Sinds de thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] heeft de moeder dit goed vast weten te houden. Er is momenteel ambulante hulpverlening betrokken. De zorg is gelegen in de mogelijke kindeigen problematiek van [voornaam minderjarige] , wat nader onderzoek behoeft. Er is reeds een persoonlijkheidsonderzoek (PO) aangevraagd bij Youz, maar er is sprake van een wachtlijst. Een andere zorg is dat er tot op heden geen passende school voor [voornaam minderjarige] is gevonden. Het is van belang dat de GI langer betrokken blijft om erop toe te zien dat de nodige onderzoeken bij [voornaam minderjarige] worden afgenomen en er meer zicht komt op de onderliggende problematiek, zodat er vervolgens passende hulpverlening kan worden ingezet.


De moeder heeft naar voren gebracht dat zij wil dat de GI in de komende periode betrokken blijft. Zij is het eens met het door de GI ingezette hulpverleningstraject. Het gedrag van [voornaam minderjarige] alsmede het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is verbeterd. De moeder is blij met de hulp die zij heeft ontvangen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en hetgeen partijen telefonisch naar voren hebben gebracht is gebleken dat [voornaam minderjarige] nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. In mei 2019 is [voornaam minderjarige] uit huis geplaatst, onder meer omdat er onvoldoende zicht was op de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] en haar veiligheid onvoldoende gewaarborgd kon worden. In de afgelopen periode heeft de moeder zich open gesteld voor de noodzakelijke ambulante hulpverlening en heeft zij haar opvoedvaardigheden vergroot. Gelet op de positieve ontwikkelingen woont [voornaam minderjarige] sinds februari 2020 weer thuis bij de moeder. Om de positieve verandering in de opvoedsituatie te waarborgen, is het van belang dat de ambulante hulpverlening wordt voortgezet. Ook dient er door middel van een PO meer zicht te komen op mogelijke kindeigen problematiek bij [voornaam minderjarige] , zodat er passende hulpverlening voor haar kan worden ingezet. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer acht de kinderrechter noodzakelijk om het hulpverleningstraject te coördineren en om zicht te houden op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] .


Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 29 april 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. R. Spaans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 april 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.