Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3342

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
10/120551-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal uit een woning. In de woning wordt op meerdere plekken bloedsporen aangetroffen. Het is onwaarschijnlijk dat een ander door het dusdanig kleine gat in het raam is geklommen zonder letsel op te lopen. De verklaring van de verdachte dat hij slechts een insluiper was, is gezien de omstandigheden niet aannemelijk. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, nu sprake is van psychosociale problematiek bij de verdachte en hij hiervoor de noodzakelijke begeleiding krijgt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/120551-19

Datum uitspraak: 12 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. E.R. van Dijk, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Boekhoud heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 3 jaar.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte is via een bestaande opening, te weten via een kapotte ruit , de woning van het slachtoffer binnengetreden. De verdachte heeft niets uit de woning weggenomen. De weggenomen goederen zijn ook niet in de woning van de verdachte aangetroffen. Bovendien moet getwijfeld worden aan de door de aangever opgegeven lijst van weggenomen goederen nu deze enkele maanden na de aangifte is opgesteld.

4.1.2.

Beoordeling

Op meerdere plekken in de woning zijn bloedsporen van de verdachte aangetroffen. Deze bloedsporen zijn aangetroffen op plaatsen waar de woning is doorzocht, namelijk in een slaapkamer en nabij een opengemaakt kastje. Er zijn geen sporen gevonden die erop duiden dat iemand anders vóór de verdachte de woning is ingegaan. Het gat waardoor de verdachte naar binnen was gegaan is in zijn beschrijving dusdanig klein dat het onwaarschijnlijk is dat iemand zonder letsel op te lopen door dit gat zou zijn geklommen. Verder was het kapotte ruitje niet zichtbaar vanaf de weg en heeft verdachte niet verklaard wat hij aan de achterkant van de woning bij dat ruitje te zoeken had. Dit alles bij elkaar rechtvaardigt de conclusie dat verdachte in de woning heeft ingebroken en daar spullen heeft weggenomen.

De verklaring van de verdachte dat hij slechts een insluiper was, is gezien al deze omstandigheden niet aannemelijk.

Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de door de aangever opgegeven lijst met goederen die tijdens de woninginbraak zijn weggenomen. Het enkele feit dat deze lijst enige tijd na de aangifte is opgesteld, doet niet af aan de betrouwbaarheid van deze lijst nu een aangever in de gelegenheid moet zijn om na te kunnen gaan wat er precies is weggenomen en het niet ongebruikelijk is dat dat wat tijd kost.

4.1.3.

Conclusie

De verweren worden verworpen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 28 december 2018 tot en met 01

januari 2019 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland

een hoofdtelefoon (merk Bose, kleur zilver) en een tas (merk Louis

Vuitton, kleur zwart) en een oorsieraad (merk Luis Vuitton, kleur

goud) en een portemonnee (merk Gucci, kleur zwart) en twee

stuks parfum (merk Creed) en twee spellen (merk Playstation, Call of

Duty Black Ops 3 en 4) en een joystick (merk Playstation, kleur zwart)

en een horloge (merk Vacheron Constatin, kleur goud met bruin

bandje), die toebehoorden, aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. De verdachte heeft eerst een ruit stuk gemaakt om de woning te kunnen betreden, heeft daarna de woning doorzocht en vervolgens een hoeveelheid kostbare spullen weggenomen. De aangever is hierdoor geconfronteerd met een grote schadepost. Door aldus te handelen heeft de verdachte noch respect getoond voor andermans eigendom, noch voor de persoonlijke leefomgeving van anderen. Daarbij brengen woninginbraken vaak gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en omwonenden teweeg. De verdachte heeft geen rekening gehouden met deze gevolgen, maar enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 januari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 maart 2020. Dit rapport houdt het volgende in.

Er is sprake van problematiek op de leefgebieden dagbesteding, middelengebruik en psychosociaal functioneren. De Reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. De verdachte heeft een voorwaardelijke rechterlijke machtiging op grond van de BOPZ tot 23 juli 2020 en hij is voldoende ingebed in de zorg bij Antes. De verdachte heeft wekelijks contact met Antes, hij houdt zich aan de afspraken en de Reclassering acht dan ook een voorwaardelijke straf zonder oplegging van bijzondere voorwaarden geïndiceerd.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De verdediging heeft verzocht om, in verband met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn psychische gesteldheid, bij een bewezenverklaring artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar op te leggen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de stukken van het dossier is gebleken dat de verdachte psychische problemen heeft. Uit de inhoud van de stukken blijkt echter niet dat de verdachte zich in een psychose schuldig heeft gemaakt aan de woninginbraak, zoals de verdediging betoogt.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank zal, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat de begeleiding door Antes noodzakelijk is en goed verloopt, afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank zal de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. De voorwaardelijke straf dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en de verdachte krijgt hiermee de gelegenheid om de draad weer op te pakken. De rechtbank zal het advies van de Reclassering volgen en geen bijzondere voorwaarden opleggen, omdat de verdachte goed is ingebed in de zorg en bijzondere voorwaarden in dit geval geen meerwaarde zouden hebben.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 5.000 aan materiële schade en immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de gevorderde schade nu de schade onvoldoende door de benadeelde partij is onderbouwd en daarmee een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

8.3.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij, bij gebrek aan een uitsplitsing per gestolen stuk en onderbouwing van de waarde daarvan, onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en L. Daum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kraaijeveld, griffier,

en uitgesproken op 12 maart 2020.

De jongste rechter, de oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 28 december 2018 tot en met 01

januari 2019 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland

een hoofdtelefoon (merk Bose, kleur zilver) en/of een tas (merk Louis

Vuitton, kleur zwart) en/of een oorsieraad (merk Luis Vuitton, kleur

goud) en/of een portemonnee (merk Gucci, kleur zwart) en/of twee

stuks parfum (merk Creed) en/of twee spellen (merk Playstation, Call of

Duty Black Ops 3 en 4) en/of een joystick (merk Playstation, kleur zwart)

en/of een horloge (merk Vacheron Constatin, kleur goud met bruin

bandje), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;