Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3295

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
ROT 19/6219
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

geen inhoudsindicatie geleverd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/6219

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2020 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop


Verweerder heeft eiser bij beschikking van 21 juli 2019 een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen opgelegd. De naheffingsaanslag beloopt in totaal € 64,42, bestaande uit € 1,72 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 62,70 aan kosten naheffing.

Bij uitspraak op bezwaar van 6 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de beschikking en de aanslag ongegrond verklaard.

Eiser heeft 6 december 2019 beroep ingesteld.

Nadat geen van partijen heeft aangegeven ter zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek gesloten.


Overwegingen

1. Op 21 juli 2019 om 17.09 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van eiser (kenteken [kentekennummer] ) stond geparkeerd op locatie Zuidenwydsestraat te Rotterdam zonder dat er aan de betaalplicht is voldaan.

2. De beroepsgrond, dat verweerder de naheffingsaanslag ten onrechte aan eiser heeft opgelegd, faalt.

3. Eiser heeft een naheffingsaanslag ontvangen waarbij is aangegeven dat eiser op de Zuidenwydsestraat te Rotterdam zou hebben geparkeerd. Eiser stelt dat deze straat niet bestaat in Rotterdam en dat hem daarom ook geen naheffingsaanslag had kunnen worden opgelegd. Eerst na het instellen van beroep is het eiser duidelijk geworden dat het de Zuidenwijdsestraat te Rotterdam moet zijn. Eiser sluit niet uit dat het mogelijk is dat hij daar zou hebben geparkeerd, maar kan dat nu niet meer nakijken of aantonen.

3.1.

Naar het oordeel van de rechtbank moet voor eiser onmiddellijk duidelijk zijn geweest dat hier sprake is van een verschrijving van de straatnaam te vergelijken met een schrijf- of typefout, namelijk een “y” in plaats van een “ij”. Een dergelijke verschrijving in de straatnaam betekent niet dat de essentialia, waarvan de genoteerde straatnaam er één van is, van het belastbare feit, onjuist zijn.

Verder had eiser dit kunnen weten als hij dit op internet had nagezocht. Bij het intypen van de straatnaam op onder andere ‘Google Maps’ komt direct de naam van de straat tevoorschijn met “ij”. Er is dan ook geen reden de naheffingsaanslag te vernietigen.

4. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.


Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van C. Groenewegen, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

De uitspraak is gedaan op 16 april 2020.

De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage (belastingkamer).