Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3283

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-04-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
C/10/546928 / HA ZA 18-299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering eiseres (koper) tot betaling van schadevergoeding wegens non-conformiteit chiazaad vanwege te hoge aflatoxinewaardes toegewezen. Gedaagde (verkoper) heeft analyseresultaten tevergeefs betwist en tevergeefs betwist dat de analyserapporten zien op de onderhavige partij. Analyseresultaten in verbinding met expertiserapport bewijst dat partij al bij aflevering aan eiseres was besmet.

Beroep gedaagde op schending klacht- en onderzoeksplicht en exoneratie-beding in algemene voorwaarden strandt, omdat niet is komen vast te staan dat partijen de toepasselijkheid van algemene voorwaarden zijn overeengekomen.

Subsidiaire beroep gedaagde op schending keuringsplicht en klachttermijn van artikelen 38 en 39 WK slaagt evenmin. Met eiseres oordeelt de rechtbank dat op grond van het bepaalde in artikel 38 lid 3 WK, in geval van doorverkoop van eiseres aan klant in Turkije en bekendheid daarmee bij de verkoper, de inspectie kan worden uitgesteld tot het tijdstip waarop de zaken bij de opvolgend koper(s) zijn aangekomen. Gedaagde heeft kennelijk zelf ook niet gekeurd bij aflevering aan haar door haar verkoper en ook weegt mee dat het om zaden ging, oftewel planten in rust waarvan onweersproken is gesteld dat die heel lang droog kunnen worden bewaard; het ging dus niet om bederfelijke waar die noopt tot een voortvarende inspectie na aflevering. Gelet op het voorgaande is de klachttermijn eerst gaan lopen vanaf het moment dat eiseres bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn met het analyserapport en is eiseres met haar eerste klacht op tijd.

Eiseres is bij de begroting van haar schade op goede grond uitgegaan van de koopprijs die zij aan gedaagde heeft betaald. Daarop is in mindering gebracht het bedrag waarvoor eiseres de partij heeft verkocht als diervoer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2020, afl. 3, p. 131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Vonnis van 1 april 2020

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/546928 / HA ZA 18-299 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMMODITY LINE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,

tegen

de vennootschap naar het recht van de plaats harer vestiging

KATOLIK GROUP SP. Z.O.O.,

gevestigd te Kietrz, Polen,

gedaagde,

advocaat mr. J.B. Houtappel te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Commodity Line en Katolik Group genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 januari 2018 met producties;

  • -

    het vonnis in incident (bevoegdheid) van 29 augustus 2018 en de daaraan ten grondslag
    liggende processtukken;

  • -

    het vonnis in incident (vrijwaring) van 7 november 2018 en de daaraan ten grondslag
    liggende processtukken;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de brief van 10 april 2019 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van
    partijen;

  • -

    de brief van 28 juni 2019 met een productie van Katolik Group;

  • -

    de brief van 1 juli 2019 met producties van Katolik Group;

  • -

    de brief van 10 juli 2019 met producties van Commodity Line;

  • -

    de comparitieaantekeningen van Commodity Line;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 juli 2019

  • -

    de akte van Commodity Line; met producties

  • -

    de akte van Katolik Group;

  • -

    de antwoordakte van Commodity Line;

  • -

    de antwoordakte van Katolik Group.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Commodity Line houdt zich onder meer bezig met de internationale handel in zaden, waaronder Chiazaad.

2.2.

Katolik Group is een groothandel in onder meer zaden, noten en gedroogde vruchten.

2.3.

Commodity Line heeft op of omstreeks 6 april 2017 met Katolik Group een koopovereenkomst (Contract from the Day) gesloten op basis van levering DDP Bleiswijk met betrekking tot een partij van 17.000 kg Chiazaad, verpakt in zakken van 25 kg, afkomstig uit Paraguay, voor een kooprijs van € 31.450,00. De partij maakte deel uit van een grotere door Katolijk Group van Ochbody Milota s.r.o. te Tsjechië (hierna: Ochbody) gekochte (grotere) partij waarvan circa 2.000 kg is uitgeladen bij Katolik zelf en 17.000 kg direct is doorgeleverd aan Commodity Line.

2.4.

De partij is op 7 april 2017 door de Poolse wegvervoerder afgeleverd bij DL Fresh Logistics B.V. in Bleiswijk (hierna: DL Fresh). Op de CMR vrachtbrief staat bij voorbehoud en opmerkingen van de vervoerder vermeld: “Quality and condition of goods not examined by the carrier. Without responsibility for real contents of package.”

2.5.

Commodity Line heeft de lading doorverkocht aan Ҫakirla Ins. Ve Tic. Ltd. Sti te Mersin, Turkije (hierna: Ҫakirla). Op 12 april 2017 is de lading voor transport naar Turkije opgehaald bij DL Fresh. De uitslagbevestiging van DL Fresh vermeldt 170218 als referentie. De CMR vrachtbrief ter zake het wegvervoer naar Turkije vermeldt QFN 170218-005 als referentie.

2.6.

Op of omstreeks 17 april 2017 is de lading voor import aangeboden in Turkije. De lading is onderzocht en geweigerd op grond van te hoge aflatoxinewaardes. Het Analysis and Examination Report van de Turkse autoriteiten dateert van 5 mei 2017 en de Import Rejection van 10 mei 2017.

2.7.

Bij e-mail van 24 mei 2017 heeft Commodity Line aan Katolik Group verzocht de partij op te halen in Mersin en terug te nemen naar Polen, alsmede het bedrag van € 31.450 aan haar terug te betalen, vermeerderd met een bedrag van € 2.800,00 aan transportkosten. Katolik Group heeft daaraan geen gehoor gegeven.

2.8.

De lading is in opdracht van Commodity Line terug getransporteerd naar Nederland in een container deels aan boord van een schip over zee en deels over de weg. De partij is op 21 juli 2017 gelost bij [naam bedrijf] te [plaatsnaam] .

2.9.

Op 7 augustus 2017 is de partij in opdracht van Commodity Line door een expert onderzocht. Het analyserapport van 11 augustus 2017 vermeldt dat de monsters te hoge aflatoxinewaardes bevatten en het expertiserapport van 29 augustus 2017 dat de partij al bij aflevering aan Commodity Line op 6 april 2017 te hoge aflatoxinewaardes moet hebben gehad.

3. Het geschil

3.1.

Commodity Line vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Katolik Group tot betaling van:

  • -

    € 31.450,00 aan schadevergoeding, met rente;

  • -

    € 4.997,00 aan commissie, (retour)transport, analyse- en bewaarkosten, met rente;

  • -

    € 1.929,95 aan expertisekosten, met rente;

  • -

    € 1.158,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met rente;

  • -

    € 617,10 aan kosten van vertaling van de dagvaarding,

per saldo € 40.152,05;

- de (na)kosten van het geding.

3.2.

Katolik Group heeft de vordering betwist en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Zoals geoordeeld in het incidentele vonnis van 29 augustus 2018, is deze rechtbank bevoegd om van de vordering kennis te nemen. Partijen zijn het eens over de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (WK) en aanvullend Pools recht.

4.2.

Commodity Line heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de partij Chiazaad non conform was vanwege te hoge aflatoxinewaardes en dat Katolik Group daarom gehouden is tot schadevergoeding.

4.3.

Tot bewijs van de te hoge aflatoxinewaardes beroept Commodity Line zich op de analyserapporten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017. Voor zover Katolik Group heeft bedoeld te betwisten dat deze rapporten op haar partij betrekking hebben, is dat tevergeefs. Uit de door Commodity Line bij akte na comparitie gegeven toelichting en onderbouwing valt het volgende af te leiden. Commodity Line heeft op 6 april 2017 aan DL Fresh verzocht om voor een partij Chiazaad van 17.000 kg uit Paraguay 170218 als laafreferentie te hanteren; niet is in geschil dat dit de partij van Katolik Group moet zijn geweest. De laadreferentie staat achtereenvolgens op de uitslagbevestiging van DL Fresh, de CMR-vrachtbrief ter zake het wegvervoer naar Turkije, de aangifte tot invoer in Turkije en de Import Rejection van 5 mei 2017. Daarbij komt dat de artikelnummers op de inslagbevestiging van DL Fresh dezelfde zijn als die op haar uitslagbevestiging. Verder kan worden vastgesteld dat op de zakken die op 7 augustus 2017 door de expert van Commodity Line zijn bemonsterd labels zaten waarop stond dat de partij afkomstig was uit Paraguay, verpakt was in zakken van 25 kg, in Tsjechië opgeslagen was geweest en bestemd was voor Ҫakirla in Turkije (de koper van Commodity Line). Met dit alles is boven iedere redelijke twijfel verheven dat het in de analyserapporten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017 om de partij van Katolik Group is gegaan.

4.4.

Voor zover Katolik Group vervolgens de analyseresultaten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017 heeft bedoeld te betwisten, is ook dat tevergeefs. Op zich is juist dat het in Turkije om een sample is gegaan, maar niet is voldoende betwist dat de bemonstering op 7 augustus 2017 volgens de toepasselijke EU-regelgeving is uitgevoerd en wel aldus dat uit 50 zakken monsters zijn getrokken, die monsters zijn samengevoegd in een grote emmer en daaruit monsters van 1 kg zijn genomen. Daarbij komt dat Katolik Group voldoende gelegenheid heeft gehad om de partij zelf te onderzoeken. Zo had zij de partij zelf kunnen laten ophalen in Turkije en ligt er nog een verzegeld monster in opslag bij de expert van Commodity Line; gesteld noch is gebleken dat Katolik Group heeft gevraagd om een tegenonderzoek aan de hand van dat monster. In het licht daarvan gaat het niet aan om met vage klachten, zoals dat niet duidelijk is hoe de bemonstering en analyse is verlopen, de analyseresultaten te betwisten; het had op haar weg gelegen om met een tegenonderzoek die betwisting handen en voeten te geven. De analyseresultaten worden dan ook voor juist gehouden. Dat is te meer gerechtvaardigd nu de analyseresultaten gelijkluidend zijn en elkaar dus over en weer versterken.

4.5.

Daarmee is de volgende vraag of de partij - zoals Commodity Line stelt en Katolik Group betwist - al eerder, namelijk bij aflevering aan Commodity Line besmet was. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Redengevend voor dat oordeel zijn de analyseresultaten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017 in verbinding met de conclusie in het expertiserapport van 29 augustus 2017. Die conclusie is onderbouwd door de waarneming dat het zaad “free rolling” was, hetgeen kennelijk erop duidt dat het zaad niet onder invloed is geweest van de voor een aflatoxinebesmetting noodzakelijke invloed van vocht, zuurstof en (te) hoge temperaturen. Katolik Group is er niet in geslaagd om dit bewijs te ontzenuwen. Het daartoe ingeroepen testrapport van haar eigen verkoper (Ochbody) is niet te herleiden tot de in geding zijnde partij. Verder gaat de daartoe overgelegde opinie van 17 december 2018 uit van het onjuiste uitgangspunt dat de bemonstering op 7 augustus 2017 niet volgens de toepasselijke EU-regelgeving is uitgevoerd. Tot slot mist de suggestie dat de besmetting door de opslag en het transport moet zijn ontstaan voldoende aanknopingspunt in de feiten. Voor een aflatoxinebesmetting is meer nodig dan alleen een hoge(re) temperatuur en niet is in geschil dat de partij verpakt was in zakken van polypropleen en gestapeld op pallets met folie was omwikkeld; kennelijk ter bescherming van de partij tegen water en zuurstof.

4.6.

Het voorgaande rechtvaardigt de conclusie dat de partij bij aflevering aan Commodity Line non conform was. Katolik Group heeft voor dat geval een beroep gedaan op de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden met onder meer een onderzoeksplicht, een klachttermijn en een exoneratie-beding. Katolik Group baseert de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden op de vermelding op de koopovereenkomst van 6 april 2017 (Contract of the Day):

Additional conditions:

[…]

3. Delivery carried out according to OWS and OWD Katolik Sp. Z.o.o.”

4.7.

Commodity Line heeft gemotiveerd betwist dat zij heeft begrepen of moeten begrijpen dat met OWS en/of OWD op de koopovereenkomst op algemene voorwaarden werd gedoeld. Zonder toelichting van de zijde van Katolik Group - die ontbreekt - hoefde zij dat ook niet te begrijpen; OWS en OWD zijn geen algemeen gangbare aanduidingen voor algemene voorwaarden. Katolik Group heeft subsidiair betoogd dat partijen de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden op een eerder tijdstip van hun bestendige handelsrelatie zijn overeengekomen. Commodity Line heeft ook dat gemotiveerd betwist en het kan bij gebreke van iedere steun in objectief verifieerbare feiten en een specifiek bewijsaanbod niet worden vastgesteld. De rechtbank concludeert dat niet is komen vast te staan dat partijen de toepasselijkheid van algemene voorwaarden zijn overeengekomen.

4.8.

Subsidiair heeft Katolik Group betoogd dat Commodity Line haar keuringsplicht van artikel 38 WK en in het verlengde daarvan de klachttermijn van artikel 39 WK heeft geschonden op straffe van verval van haar aanspraken op grond van non-conformiteit. Katolik Group voert daartoe aan dat Commodity Line gehouden was om de partij bij aflevering op 7 april 2017 te keuren. Commodity Line heeft betwist dat zij daartoe gehouden was met een beroep op het bepaalde in art. 38 lid 3 WK dat aldus moet worden uitgelegd dat in geval van doorverkoop (van Commotdity Line aan Ҫakirla) en bekendheid daarmee bij de verkoper (Katolik Group) de inspectie kan worden uitgesteld tot het tijdstip waarop de zaken bij de opvolgend koper(s) (Ҫakirla) zijn aangekomen. Commodity Line heeft zich ter onderbouwing van de bekendheid van Katolik Group met de doorverkoop beroepen op skypegesprekken onder meer inhoudende als mededeling van Commodity Line aan Katolik Group van 4 april 2017: “Now I have one issue, its been sold to a client out of EU … The Turkish people calling me every hour” ; de printscreens van die gesprekken zijn als productie overgelegd. Niet valt in te zien hoe deze mededeling anders kan worden begrepen dan zoals het er staat, namelijk dat Commodity Line aan Katolik Group heeft gezegd dat zij de partij had doorverkocht aan een koper buiten de EU en dat het daarbij - voor zover al van belang - kennelijk om een Turkse koper gaat die ieder uur belt met de vraag waar de partij blijft. In het licht daarvan heeft Katolik Group haar bekendheid met de doorverkoop onvoldoende gemotiveerd betwist; aan bewijslevering - zoals zij heeft aangeboden in haar antwoordakte - wordt daarom niet toegekomen. Het wordt ervoor gehouden dat Commodity Line niet al bij aflevering op 7 april 2017 hoefde te keuren en Katolik Group redelijkerwijs niet erop mocht vertrouwen dat dit anders was, te minder waar zij kennelijk ook zelf niet heeft gekeurd bij aflevering aan haar door haar verkoper Ochbody, althans daarvan is niet gebleken, terwijl het zo voor de hand zou hebben gelegen om als die keuring wel zou hebben plaatsgehad een eigen testrapport in het geding te brengen. Bij dit alles weegt nog mee dat het om zaden ging, oftewel planten in rust waarvan onweersproken is gesteld dat die heel lang droog kunnen worden bewaard; het ging dus niet om bederfelijke waar die noopt tot een voortvarende inspectie na aflevering.

4.9.

Gelet op het voorgaande is de klachttermijn eerst gaan lopen vanaf het moment dat Commodity Line bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn met de het analyserapport van 5 mei 2017, althans de Import Rejection van 10 mei 2017. In het licht daarvan was Commodity Line met haar eerste klacht aan het adres van Katolik Group van 12 mei 2017 - zoals zij met het skypeverkeer tussen partijen heeft onderbouwd - op tijd.

4.10.

Met het voorgaande is de aansprakelijkheid van Katolik Group voor de schade van Commodity Line gegeven. Katolik Group heeft voor dat geval de omvang van haar aansprakelijkheid betwist. Commodity Line is bij de begroting van haar schade op goede grond uitgegaan van de koopprijs van de partij die zij - zo is niet in geschil - aan Katolik Group heeft betaald. Daarop zal in mindering worden gebracht het bedrag van € 3.294,48 waarvoor Commodity Line de partij heeft verkocht als diervoer. Voor een verdergaande vermindering is geen plaats. Dat Commodity Line haar schade had kunnen en moeten beperken door de zaden te scheiden, is een loze kreet gebleven; niet aannemelijk is geworden dat dit gelet op de aard van de zaak en die van de besmetting redelijkerwijs had gekund. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de partij bij verkoop in Rusland meer zou hebben opgebracht; gesteld noch is gebleken welke koper in Rusland en voor welke prijs. De bijkomende schadeposten kunnen redelijkerwijs aan de non-conformiteit worden toegerekend en zijn met de onderliggende facturen onderbouwd.

4.11.

De slotsom is dat de vordering als na te melden toewijsbaar is, vermeerderd met - als verder niet betwist - de wettelijke rente zoals gevorderd. Katolik Group zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van Commodity Line worden begroot op:

- kosten dagvaarding € 80,42

- griffierecht € 1.950,00

- salaris advocaat 2.085,00 (3,0 punten × tarief € 695,00)

Totaal € 4.115,42

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Katolik Group tot betaling aan Commodity Line van € 36.857,57 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 36.240,47 vanaf 24 mei 2017 tot aan de dag van algehele betaling;

5.2.

veroordeelt Katolik Group in de kosten van het geding aan de zijde van Commodity Line tot op heden begroot op € 4.115,42;

5.3.

veroordeelt Katolik Group in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Katolik Group niet binnen zeven dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 voor salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Arnold en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. C. Bouwman, rolrechter, op 1 april 2020.

615/3179