Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3239

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-04-2020
Datum publicatie
16-04-2020
Zaaknummer
8193070 CV EXPL 19-7614
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaringsvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8193070 CV / EXPL 19-7614

uitspraak: 9 april 2020

vonnis in het incident van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

gemachtigde: mr. H.E.C. Heijkoop-Otterman,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ansbertus Worldwide Services B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

gemachtigde: mr. C.P.R.M Dekker.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘Ansbertus’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 20 november 2019;

  2. de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;

  3. de conclusie van antwoord in het incident;

  4. de overgelegde producties.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De beoordeling

De (hoofd)zaak tussen [eiseres] en Ansbertus gaat - kort samengevat - over het volgende. [eiseres] was in dienst van The Greenery B.V. (hierna: The Greenery). Tussen [eiseres] en The Greenery is een conflict ontstaan dat ertoe heeft geleid dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Ansbertus heeft [eiseres] in dat kader geadviseerd. Volgens [eiseres] heeft Ansbertus haar niet goed bijgestaan. Bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is namelijk geen rekening gehouden met de fictieve opzegtermijn en daardoor heeft [eiseres] een maand geen inkomen gehad. Ansbertus moet deze schade aan [eiseres] vergoeden, aldus [eiseres] .

Ansbertus wil The Greenery in vrijwaring dagvaarden. Zij stelt in dat kader het volgende. The Greenery was als werkgever verplicht om ervoor te zorgen dat de juiste opzeggingstermijn werd opgenomen in de vaststellingsovereenkomst. Het op 20 februari 2017 gemailde voorbehoud van Ansbertus, dat [eiseres] de vaststellingsovereenkomst heeft getekend op voorwaarde dat zij per 1 maart 2017 een uitkering van het UWV zal ontvangen, is door The Greenery niet afgewezen. Bovendien is het aan The Greenery toe te rekenen dat [eiseres] de vaststellingsovereenkomst niet tijdig heeft gekregen.

[eiseres] voert verweer tegen de vrijwaringsvordering van Ansbertus. Zij voert aan dat de vordering tot oproeping niet tijdig is gedaan, dat er geen relevante rechtsverhouding bestaat die meebrengt dat The Greenery verplicht is de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak tegen Ansbertus te dragen en dat toewijzing van de vrijwaring zal leiden tot een onredelijke vertraging van de procedure.

Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde die meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen een daartoe strekkende vordering instellen. De vordering moet worden gedaan op een rolzitting waarop voor antwoord moet worden geconcludeerd en moet voor alle andere verweren worden gedaan. Dat is hier het geval. De vordering is daarom tijdig ingesteld.

De vordering van Ansbertus moet op inhoudelijke gronden niettemin worden afgewezen. Het standpunt van Ansbertus komt er in de kern op neer dat zij geen fout heeft gemaakt tegenover [eiseres] . Bij de beoordeling van de vrijwaringsvordering moet er echter van worden uitgegaan dat de vordering van [eiseres] wordt toegewezen. Als haar vordering wordt afgewezen, kan er door Ansbertus immers ook niets worden verhaald op The Greenery. Wanneer de vordering van [eiseres] zou worden toegewezen, valt niet in te zien op grond waarvan Ansbertus dit bedrag zou kunnen verhalen op The Greenery. Ansbertus heeft niet uitgelegd waarom The Greenery tegenover haar verplicht was een andere opzegtermijn in acht te nemen of waarom zij op een andere grond tegenover The Greenery aansprakelijk is. The Greenery was daartoe mogelijk verplicht tegenover [eiseres] maar dat heeft niet tot gevolg dat Ansbertus een vordering op The Greenery zou krijgen.

De incidentele vordering van Ansbertus wordt afgewezen en Ansbertus wordt veroordeeld in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 210,00 aan salaris van de gemachtigde.

Met betrekking tot het verzoek van [eiseres] om over te gaan tot het wijzen van vonnis in de hoofdzaak wordt als volgt overwogen. In artikel 210 lid 1 RV staat dat de incidentele conclusie moet voorafgaan aan de verweren in de hoofdzaak. Ansbertus heeft de conclusie tot oproeping in vrijwaring binnen de door de rechtbank gestelde termijn genomen. Ansbertus is wettelijk niet verplicht om de haar incidentele conclusie tot vrijwaring te combineren met de conclusie van antwoord in de hoofdzaak. De zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

wijst de vordering af;

veroordeelt Ansbertus in de kosten van dit incident, tot op heden aan de zijde van [verweerster] bepaald op € 210,00 aan salaris van de gemachtigde;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 7 mei 2020 om 10:00 uur voor het nemen van een conclusie van antwoord door Ansbertus.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.44221