Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3212

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
10-04-2020
Zaaknummer
C/10/592943 / JE RK 20-677
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om door de kinderrechter telefonisch te worden gehoord. De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – in deze zaak voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen. Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot meerderjarigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/592943 / JE RK 20-677

datum uitspraak: 27 maart 2020

verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2002 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 11 maart 2020.


Op 27 maart 2020 zou de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandelen. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om door de kinderrechter telefonisch te worden gehoord.

De kinderrechter heeft, in aanwezigheid van de griffier, op 27 maart 2020 telefonisch gehoord:

- [voornaam minderjarige] , die voorafgaand apart is gehoord,

- de vader,

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – in deze zaak voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling Harreveld.

Bij beschikking van 12 april 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 2 mei 2020. De kinderrechter heeft bij beschikking van 20 december 2019 een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 2 januari 2020 tot 2 april 2020.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 30 december 2020. Tevens is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI heeft het verzoek gehandhaafd en het volgende naar voren gebracht. Het is de bedoeling dat [voornaam minderjarige] vanuit de gesloten jeugdhulpinstelling wordt overgeplaatst naar een open groep in Dordrecht. Op het moment zijn er echter geen beschikbare plekken. Totdat de machtiging gesloten jeugdhulp afloopt, zal nog worden ingezet op het vinden van een voor [voornaam minderjarige] beschikbare plek. Wanneer deze er niet is, zal [voornaam minderjarige] ter overbrugging bij de moeder worden geplaatst. Rondom deze plaatsing zullen duidelijke afspraken worden gemaakt. Zodra er voor [voornaam minderjarige] een plek beschikbaar is, kan [voornaam minderjarige] alsnog worden overgeplaatst en kan hij richting zelfstandigheid gaan werken.

De beoordeling

[voornaam minderjarige] heeft het afgelopen jaar goed zijn best gedaan en geleerd om keuzes te maken die goed zijn voor zijn toekomst, zich open te stellen voor de begeleiders op de groep en voor de jeugdbeschermer en zich op een rustige wijze uit te laten over zijn gevoelens. Over waar [voornaam minderjarige] mag en kan gaan verblijven, bestaat op dit moment helaas nog onduidelijkheid. Er zijn zorgen over de veiligheid van [voornaam minderjarige] bij de moeder thuis. Alhoewel de moeder haar best doet, lijkt zij onvoldoende in staat [voornaam minderjarige] op juiste wijze te stimuleren en activeren. Ook vanwege [voornaam minderjarige] ’s leeftijd is een traject ingezet richting zelfstandig wonen. [voornaam minderjarige] staat hier ook achter. Getracht wordt [voornaam minderjarige] te plaatsen op een open groep in Dordrecht. Ter overbrugging kan [voornaam minderjarige] bij de moeder verblijven. Daarbij is het wel van belang dat er duidelijke afspraken worden gemaakt. Zodra een plek voor [voornaam minderjarige] beschikbaar is, dient hij te worden overgeplaatst. Betrokkenheid van een neutrale derde die alles in goede banen leidt, wordt noodzakelijk en in het belang van [voornaam minderjarige] geacht. Daarnaast is het contact met de vader en de verdere familie ook belangrijk voor [voornaam minderjarige] .

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 BW. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid. Ook is de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW).

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 30 december 2020;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 2 april 2020 tot 30 december 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 april 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.