Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3211

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
10-04-2020
Zaaknummer
C/10/586561 / JE RK 19-3554
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Aangehouden verzoek verlenging ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal op dit moment zonder dat de belanghebbenden zijn gehoord een korte overbruggingsbeslissing nemen, gelet op het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, en gelet op de complexiteit van de onderhavige zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/586561 / JE RK 19-3554

datum uitspraak: 2 april 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 23 december 2019 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop en op de complexiteit van de onderhavige zaak zal de kinderrechter op dit moment zonder dat de belanghebbenden zijn gehoord een korte overbruggingsbeslissing nemen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] woont bij de vader.

Bij beschikking van 23 december 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot

9 april 2020.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft destijds verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. De beslissing over de periode tot 9 januari 2021 resteert.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken blijkt dat vooralsnog is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden en de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden.

De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna genoemde zittingsdatum recente informatie aan de kinderrechter, met afschrift daarvan aan de belanghebbenden, te doen toekomen en daarbij tevens te vermelden of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 9 juli 2020;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

bepaalt dat het verhoor van de GI en de belanghebbenden in deze zaak zal plaatsvinden op

2 juni 2020 te 14:00 uur, in beginsel, afhankelijk van de ontwikkelingen tijdens de coronacrisis, in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI en de belanghebbenden;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter, en de belanghebbenden, de verzochte rapportage te doen toekomen;

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.