Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3187

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
10-04-2020
Zaaknummer
8054905 / CV EXPL 19-41128
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

koopovereenkomst m.b.t. badkamerattributen, retournering door gedaagde geweigerd o.g.v. retourvoorwaarden, bewijsopdracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8054905 / CV EXPL 19-41128

uitspraak: 27 maart 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

gemachtigde: mr. N. Benschop te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Doucheconcurrent Schiedam B.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.A.L. Verheij te Amsterdam.

Partijen worden hierna ‘ [eiser 1] ’, ‘ [eiser 2] ’ en ‘Doucheconcurrent’ genoemd. [eiser 1] en [eiser 2] worden gezamenlijk ‘ [eiser 1] c.s.’ (in meervoud) genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 16 september 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 5 december 2019 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de akte overlegging aanvullende productie van 13 januari 2020 aan de zijde van [eiser 1] c.s., met een productie;

  • -

    de akte overlegging aanvullende productie van 17 februari 2020 aan de zijde van [eiser 1] c.s., met een productie.

1.2

De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 19 februari 2020. Op de comparitie van partijen zijn verschenen mevrouw [eiser 2] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en namens Doucheconcurrent de heer [naam 1] (directeur) en mevrouw [naam 2] (medewerkster klantenservice en aftersales), bijgestaan door de gemachtigde van Doucheconcurrent. Van het verhandelde tijdens de comparitie van partijen heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1

Op 30 februari 2018 hebben [eiser 1] c.s. van Doucheconcurrent een aantal badkamerattributen gekocht. Op de aankoopbevestiging ten bedrage van € 5.350,00 inclusief btw die Doucheconcurrent daarop aan [eiser 1] c.s. heeft gezonden, staan onder andere een “Infrarood Stoomcabine Larosa Medisauna” (hierna: de stoomcabine) ten bedrage van € 2.595,00 exclusief btw en een “Whirlpool Bad Lumini Half Vrijstaand Rechthoek” (hierna: het bad) ten bedrage van € 1.599,00 exclusief btw vermeld.

2.2

Na aflevering van de gekochte spullen hebben [eiser 1] c.s. Doucheconcurrent verzocht om die attributen weer retour te nemen, omdat het bad te lang was en de afvoer van zowel het bad als de stoomcabine te dun was.

2.3

Per e-mail van 8 mei 2018 heeft Doucheconcurrent [eiser 1] c.s. - voor zover van belang - het volgende bericht:

(…) Zoals telefonisch besproken verwachten wij de producten in goede staat met de originele verpakking. Het retourneren van het product dient te voldoen aan de retourvoorwaarden. Deze kunt u nogmaals terugvinden op: https://www.douche-concurrent.nl/annuleren-retour.

Wanneer de geretourneerde producten niet aan de voorwaarden voldoen kunnen er kosten in rekening worden gebracht of uw retournering kan geweigerd worden.

Het bedrag wat u retour ontvangt is € 3645,42 (totaalbedrag van € 4.194,00 – de korting van € 548,58). (…)”.

2.4

Op 9 mei 2018 hebben [eiser 1] c.s. getracht de badkamerattributen weer terug te geven aan Doucheconcurrent, doch zij heeft geweigerd de spullen terug te nemen.

2.5

Vervolgens hebben partijen over en weer gecorrespondeerd. Bij brief van 25 juli 2018 heeft Doucheconcurrent [eiser 1] c.s. - voor zover van belang - het volgende medegedeeld:

(…) Retourneren

Gezien het feit dat hier geen sprake is van koop op afstand kunnen de producten niet worden geretourneerd. Hierop is door cliënte een uitzondering gemaakt in deze kwestie, er moet dan wel voldaan zijn aan de reguliere retourvoorwaarden. Hierin staat dat producten mogen worden geretourneerd als de producten niet beschadigd zijn en in de originele verpakking zitten. Dit is ook per e-mail aan mevrouw [eiser 2] bekend gemaakt op 8 mei 2018.

Op 9 mei 2018 is mevrouw [eiser 2] bij cliënte langsgeweest om het bad te retourneren. Gezien het feit dat de producten niet in de originele verpakking terug kwamen en het product beschadigd was, heeft cliënte de retourzending niet geaccepteerd. Dit volgt uit artikel 12 de algemene voorwaarden die van toepassing zijn. Daarnaast zijn de retourvoorwaarden ook op de website van cliënte te raadplegen. (…)”.

2.6

Op de website https://www.douche-concurrent.nl/annuleren-retour staat - voor zover van belang - het volgende:

(…) Wij verzoeken u om bij het retourneren rekening te houden met onderstaande punten:

Het product graag compleet en onbeschadigd, ongebruikt en, indien redelijkerwijs mogelijk, in de originele verpakking terugsturen; (…)”.

3. Het geschil

3.1

[eiser 1] c.s. hebben bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Doucheconcurrent te veroordelen tot het terugnemen van de stoomcabine en het bad tegen betaling van het aankoopbedrag van € 3.645,42 en tot betaling van € 592,34 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, een en ander met veroordeling van Doucheconcurrent in de proceskosten en de nakosten, met dien verstande dat de nakosten dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald.

3.2

Aan hun vordering hebben [eiser 1] c.s. - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

Het bad en de stoomcabine die door Doucheconcurrent aan [eiser 1] c.s. zijn geleverd, voldeden niet aan de tussen partijen gesloten koopovereenkomst. [eiser 1] c.s. hebben Doucheconcurrent hierop verzocht om de badkamerspullen retour te nemen. Toen Doucheconcurrent hier per e-mail van 8 mei 2018 akkoord mee is gegaan, ontstond een nieuwe overeenkomst tussen partijen uit hoofde waarvan Doucheconcurrent zich heeft verplicht om de goederen retour te nemen en een bedrag van € 3.645,42 aan [eiser 1] c.s. te restitueren. Door het bad en de stoomcabine ondanks deze nieuwe overeenkomst niet retour te nemen - terwijl [eiser 1] c.s. aan de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent hebben voldaan -, schiet Doucheconcurrent tekort in haar verplichtingen uit hoofde van deze nieuwe overeenkomst. Doucheconcurrent moet de nieuwe overeenkomst alsnog nakomen, in die zin dat zij het bad en de stoomcabine retour moet nemen en het bedrag van € 3.645,42 aan [eiser 1] c.s. moet restitueren. Nu Doucheconcurrent ook na aanmaning heeft verzuimd om aan de vordering van [eiser 1] c.s. te voldoen, is Doucheconcurrent verder een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.

3.3

Het verweer van Doucheconcurrent strekt tot afwijzing van de vordering van [eiser 1] c.s. Daartoe heeft Doucheconcurrent - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd.

Het bad en de stoomcabine voldeden aan de tussen partijen gesloten koopovereenkomst. Coulancehalve heeft Doucheconcurrent ingestemd met retournering van het bad en de stoomcabine, maar enkel als deze producten aan de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent voldeden. Dat bleek niet zo te zijn. Het bad was beschadigd en zat niet in de originele verpakking. Daarnaast waren niet alle onderdelen van de stoomcabine compleet, lagen de aanwezige onderdelen kriskras door elkaar en zat ook de stoomcabine niet in de originele verpakking. Aangezien het bad en de stoomcabine niet aan de retourvoorwaarden voldeden, mocht Doucheconcurrent de retournering weigeren.
[eiser 1] c.s. moeten worden veroordeeld in de proceskosten.

4. De beoordeling

4.1

Vooropgesteld wordt dat - gelet op de grondslag van de vordering van [eiser 1] c.s. - ter beoordeling voor ligt de vraag of [eiser 1] c.s. bij de retournering van het bad en de stoomcabine aan de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent hebben voldaan. De ingenomen stellingen en aangevoerde verweren met betrekking tot de (non-)conformiteit van het bad en de stoomcabine in die zin dat het bad te lang zou zijn en de afvoer van bad en stoomcabine te dun zou zijn, kunnen verder onbesproken blijven. [eiser 1] c.s. hebben immers aan die gestelde non-conformiteit geen rechtsgevolgen verbonden. Zij hebben hun vordering immers enkel gebaseerd op de nieuwe overeenkomst die tot stand is gekomen door het e-mailbericht van Doucheconcurrent d.d. 8 mei 2018.

4.2

Doucheconcurrent heeft aangevoerd dat het bad beschadigd was toen [eiser 1] c.s. het bad op 9 mei 2018 bij Doucheconcurrent wilde teruggeven. [eiser 1] c.s. hebben de juistheid van deze stelling tijdens de op 19 februari 2020 gehouden comparitie van partijen erkend en daarnaast blijkt uit de door beide partijen overgelegde foto’s dat het bad inderdaad was beschadigd. Gelet op de inhoud van de e-mail van 8 mei 2018 van Doucheconcurrent aan [eiser 1] c.s. en de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent mocht Doucheconcurrent op grond daarvan de retournering van het bad weigeren. Dat volgens [eiser 1] c.s. sprake was van een kleine beschadiging doet aan dit oordeel niets af, aangezien Doucheconcurrent onweersproken heeft gesteld dat het bad uit één geheel bestaat en dat het bad niet kan worden gerepareerd. De mate van beschadiging van het bad is dan ook verder niet van belang.

4.3

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [eiser 1] c.s. met betrekking tot het bad worden afgewezen.

4.4

Met betrekking tot de stoomcabine wordt als volgt overwogen. [eiser 1] c.s. hebben aangevoerd dat zij de stoomcabine conform de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent hebben geretourneerd. Doucheconcurrent heeft deze stelling gemotiveerd betwist. Ingevolge artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dragen [eiser 1] c.s. de bewijslast van hun stelling dat zij de stoomcabine conform de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent hebben geretourneerd. Gelet daarop worden [eiser 1] c.s. overeenkomstig hun bewijsaanbod toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat zij de stoomcabine conform de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent aan haar hebben aangeboden. [eiser 1] c.s. zullen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte ter rolzitting van donderdag 23 april 2020 om 14:30 uur uit te laten over die bewijslevering.

4.5

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De kantonrechter:

alvorens verder te beslissen:

laat [eiser 1] c.s. toe tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat zij de stoomcabine conform de retourvoorwaarden van Doucheconcurrent aan haar hebben aangeboden op 9 mei 2018;

bepaalt dat:

  • -

    [eiser 1] c.s. ter rolzitting van donderdag 23 april 2020 om 14:30 uur bij de te nemen akte in de gelegenheid zijn mee te delen of, en zo ja, op welke wijze zij dit bewijs wensen te leveren;

  • -

    en indien zij dit bewijs schriftelijk wensen te leveren zij bij die gelegenheid op het bewijsthema betrekking hebbende bescheiden direct in het geding dienen te brengen;

  • -

    en indien zij dit bewijs wensen te leveren door het doen horen van getuigen zij bij akte opgave dienen te doen van het aantal en de personalia van de door hen voor te brengen getuigen alsmede van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de maanden juni, juli en augustus 2020, zodat vervolgens een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald;

wijst [eiser 1] c.s. erop dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen tenminste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;

bepaalt dat [eiser 1] c.s. te zijner tijd zelf zorg dienen te dragen voor behoorlijke oproeping van de getuigen;

bepaalt dat het getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100 te Rotterdam, ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

38671