Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3186

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
C/10/593630 / KG ZA 20-278
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gebruik woord “boevenclub” in sociale media in gegeven omstandigheden niet onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/593630 / KG ZA 20-278

Vonnis in kort geding van 9 april 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARCAN VASTGOED B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

advocaat mr. Th.C. Visser te Rotterdam,

tegen

DENNIS TAK,

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. E.P.J. Verweij te Rotterdam.

Partijen worden hierna Marcan en Tak genoemd.

1 De procedure

1.1.

Vanwege de coronacrisis geldt voor procedures in kort geding tijdelijk een van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie afwijkende regeling. Op grond van deze regeling heeft de voorzieningenrechter dit kort geding aangemerkt als een urgente zaak en beslist dat de procedure hoofdzakelijk schriftelijk zal verlopen. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de termijnen voor de proceshandelingen bepaald alsmede een telefonische conferentie gelast voor laatste opmerkingen en vragen.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 27 maart 2020, met producties 1 t/m 7,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 10,

  • -

    de akte overlegging producties van Marcan, met producties 8 t/m 11,

  • -

    de akte overlegging producties van Tak, met producties 11 t/m 13,

  • -

    de conclusie van repliek tevens houdende akte eiswijziging, met producties 12 en 13,

  • -

    de conclusie van dupliek,

  • -

    de telefonische conferentie, gehouden op 2 april 2020 om 13:30 uur.

1.3.

Marcan heeft als productie 11 een geanonimiseerd overzicht van haar huurders overgelegd. Zij heeft aan de voorzieningenrechter tevens het originele overzicht gezonden. Tak heeft dat niet ontvangen en daartegen bezwaar gemaakt. Tijdens de telefonische conferentie heeft Marcan desgevraagd medegedeeld dat zij haar productie 11 nog enkel wenst te laten bestaan uit het geanonimiseerde overzicht. Het originele overzicht maakt thans derhalve geen onderdeel uit van het procesdossier.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Marcan drijft een onderneming die onder meer in het MaHo-kwartier in Rotterdam onroerend goed verhuurt aan exploitanten van winkels, cafés en restaurants.

2.2.

Tak is sinds 2018 lid van de gemeenteraad in Rotterdam. Hij houdt zich onder meer bezig met de onderwerpen horeca en toerisme.

2.3.

Op 17 maart 2020 om 14:53 uur is in het Algemeen Dagblad (op de website ad.nl) een artikel verschenen met de titel “Frustraties bij ondernemers over ‘hufterige coronabrief’ van Rotterdamse vastgoedfirma”. Dit artikel luidt als volgt:

Onrust in het Maagd van Holland (MaHo) Kwartier – het gebied rond de Pannekoekstraat en Nieuwemarkt – nadat huurders van het Rotterdamse Marcan Vastgoed een brief hadden ontvangen over de huurbetalingsverplichtingen. Waar de advocaat van Marcan spreekt van ‘nette informatievoorziening’ is de timing en toon van de brief bij een aantal ondernemers volledig in het verkeerde keelgat geschoten.

In de brief die gistermiddag werd verstuurd, wijst mr. Michel Visser van Marcan Vastgoed alle huurders op de ‘meerdere middelen die de overheid aan u als ondernemer ter beschikking stelt om de gevolgen van het coronavirus in te dammen’. Het aanvragen van arbeidstijdverkorting wordt daarbij als voorbeeld gegeven. Ook wordt gewezen op nog te treffen noodmaatregelen voor bijvoorbeeld de horecaondernemer.

Marcan Vastgoed dringt er, zo onderstreept mr. Visser desgevraagd, op aan dat ondernemers zich snel melden voor dergelijke ondersteuning. „Mijn cliënt neemt het voortouw om zijn huurders op een en ander te wijzen. Een brief zoals deze kun je niet over een paar weken versturen. Tevens voorkomen we zo dat huurder en verhuurder in een discussie terecht gaan komen over de huur.”

Verdrietig

‘Een dag na ingrijpende maatregelen (sluiting van horeca in Nederland tot in ieder geval 6 april, red.) krijgen we een mailtje van de advocaat van verhuurder. Dat wij lezen als: ‘je zorgt maar dat je de huur betaalt’. Om verdrietig van te worden deze onmenselijkheid’, appte een MaHo-ondernemer naar deze krant. De man wil verder anoniem blijven onder meer omdat hij met de pandeigenaar in overleg wil. „Om de tafel gaan is onontkoombaar, want dit houdt een onderneming niet lang vol”, meent de Rotterdammer.

Anoniem zijn boosheid uiten wil Ron de Jong juist niet. De Jong is in het MaHo Kwartier uitbater van het populaire Bokaal. Hij en Marcan Vastgoed hebben een recente geschiedenis van juridische strijd. De horecabaas noemt de brief ‘schokkend, hufterig en gevoelloos’. Hij zegt begin van de week aan al zijn verhuurders – De Jong runt diverse cafés in de stad – een brief te hebben gestuurd waarin hij vraagt om overleg en coulance. Liefst een gespreide huurbetaling in april ‘want ik denk niet dat dit voorbij is na de eerste week van die maand’.

Rechtsmaatregelen

In de mail die De Jong ontving, is daarnaast nog een extra opmerking gemaakt. Uiterlijk 18 maart moet hij schriftelijk bevestigen dat hij tot huurbetaling overgaat. ‘Doet u dit niet, dan zal er een boete worden opgelegd en zullen de nodige rechtsmaatregelen jegens u worden genomen’, meldt de sommering van Marcans advocaat. „Dat is toch schandalig! Ik heb in de jaren dat ik van hem huur nog nooit een betaling gemist.”

De Jong zegt een afschrift van de verhuurdersbrief naar de gemeenteraad en wethouder Barbara Kathmann (economie) te hebben gestuurd. In oktober 2018 maakten politici zich nog druk om de spanningen tussen MaHo-huurders en Marcan. Ook heeft hij de brief van de advocaat op de Facebook-pagina van Bokaal gezet, tientallen mensen hebben daarop inmiddels gereageerd.”

2.4.

Drie kwartier later, om 15:31 uur, heeft Tak het artikel uit het Algemeen Dagblad via Twitter gedeeld. Daarbij heeft hij het volgende bericht geplaatst:

“Marcan Vastgoed de grootste boevenclub van @rotterdam. Vorig jaar heb ik samen met @ChantalZeegers en @diekevgroningen aan de gemeente [gevraagd] om in te grijpen bij asociale huurverhogingen. Nu knijpen ze ondernemers in nood uit. Echt walgelijk!”

2.5.

Op 19 maart 2020 is in De Telegraaf onder de titel “’Harteloosheid bij coronacrisis’” een artikel verschenen met de volgende inhoud:

ROTTERDAM - Een Rotterdamse vastgoedondernemer moet worden uitgekocht door de gemeente omdat het bedrijf volgens de PvdA een slaatje wil slaan uit de coronacrisis.

Marcan Vastgoed heeft meerdere panden in beheer aan de Pannekoekstraat en omgeving. Alle huurders hebben deze week een brief ontvangen waarin wordt gewezen op de betalingsverplichtingen, maar ook op de maatregelen zoals het aanvragen van arbeidstijdverkorting.

Zelf rept het bedrijf van informatievoorziening, maar bij huurders is de brief [in] het verkeerde keelgat geschoten. Ook PvdA-raadslid Dennis Tak is boos en roept het stadsbestuur op om in actie te komen. „Dit is knetterhard egoïsme, zo laag. Dit deugt totaal niet. De gemeente moet de panden opkopen en toevoegen aan het gemeentelijk vastgoed.”

Waar de gemeente juist bezig is vastgoed af te stoten, meent Tak dat dit hier toch de beste oplossing is. „Wij kunnen wel een paar maanden zonder dat we huur ontvangen.”

Het is vooral de manier waarop het bedrijf in zijn ogen opereert waardoor hij ingrijpen eist. „Juist in deze tijd, waar om solidariteit wordt gevraagd, is geen plaats voor harteloosheid. Als de crisis straks voorbij is dan is er ook geen plek voor bedrijven met dit soort asociale praktijken.”

Volgens mr. Michel Visser, die Marcan Vastgoed bijstaat, wordt er ‘overtrokken gereageerd op de brief’. „Er is veel sentiment, wij sluiten onze ogen niet voor deze situatie. Maar dit gaat iedereen aan en speelt bij iedereen.”

Er wordt volgens hem in overleg met de huurders gekeken wat mogelijk is. Slechts één huurder is gesommeerd te betalen. „Maar dat komt omdat deze persoon heeft aangegeven niet te gaan betalen en niet in overleg wil.” Het idee van vastgoedondernemer als een soort filantropische instelling is de werkelijkheid voorbij, meent Visser. „Iemand moet de rekening betalen, mijn klant moet ook zijn financiering en belasting afdragen. Maar we hebben er niets aan als huurders weggaan.”

2.6.

Op dezelfde dag, om 12:06 uur, heeft Tak het artikel uit De Telegraaf via Facebook gedeeld. Daarbij heeft hij het volgende bericht geplaatst:

“Vorig jaar nog kneep Marcan Vastgoed ondernemers uit en confronteerde zij hen met huurverhogingen van 100% of meer. Nu grijpen ze #Corona aan om ondernemers in MaHo onder druk te zetten. Marcan dreigt met boetes voor ondernemers die hun volledige omzet hebben zien wegvallen.

Geen goed woord voor over. Vandaag roep ik in De Telegraaf op om Marcan uit te kopen. Wat mij betreft vertrekken ze zo snel mogelijk uit Rotterdam.”

2.7.

Bij brief van 19 maart 2020 heeft de advocaat van Marcan aan Tak medegedeeld dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan smaad en laster. Daarbij is Tak gesommeerd tot verwijdering van het Twitterbericht, plaatsing van een rectificatie en onthouding van dergelijke gedragingen/schriftelijke uitlatingen. Tak heeft niet voldaan aan de sommatie.

3 Het geschil

3.1.

Marcan vordert – samengevat – na eiswijziging dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. Tak gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis het Twitterbericht van 17 maart 2020 te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  2. Tak gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis op Twitter een rectificatie te plaatsen waarin Tak uitdrukkelijk afstand doet van onder andere zijn stelling dat Marcan een “boevenclub” is die “asociale huurverhogingen” doorvoert en “ondernemers in nood uitknijpt”, dan wel het betreffende bericht aan te passen met de uitdrukkelijke mededeling dat het in casu de opvattingen van Tak persoonlijk betreft en geen feitelijke vaststelling is, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  3. Tak gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis het Facebookbericht van 19 maart 2020 te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  4. Tak gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis op Facebook een rectificatie te plaatsen waarin Tak uitdrukkelijk afstand doet van onder andere zijn stelling dat Marcan huurders “uitknijpt” met “huurverhogingen van 100% of meer” en Marcan wordt aangeduid als “boeven die zo snel mogelijk uit Rotterdam moeten vertrekken”, dan wel het betreffende bericht aan te passen met de uitdrukkelijke mededeling dat het in casu de opvattingen van Tak persoonlijk betreft en geen feitelijke vaststelling is, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  5. Tak gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis de hiervoor onder i. t/m iv. genoemde uitlatingen te staken/achterwege te laten dan wel woorden van die strekking achterwege te laten, dan wel Tak gebiedt om eerst met Marcan in overleg te treden voordat hij dergelijke uitlatingen doet zodat de uitlatingen gefundeerd zijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  6. Tak veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met rente, en de nakosten.

3.2.

Tak voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Marcan in de kosten van deze procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Marcan heeft haar eis gewijzigd. Tijdens de telefonische conferentie heeft Tak zijn bezwaar daartegen niet gehandhaafd. Nu de voorzieningenrechter de eiswijziging niet in strijd acht met een goede procesorde, zal recht worden gedaan op de gewijzigde eis.

4.2.

In tegenstelling tot hetgeen Tak heeft betoogd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat uit de aard van de vordering volgt dat Marcan een spoedeisend belang heeft. Daarbij komt dat gelet op de publieke belangstelling onvoldoende aannemelijk is dat de uitlatingen van Tak inmiddels in vergetelheid zijn geraakt. Bovendien heeft de vordering van Marcan niet alleen betrekking op reeds door Tak gedane uitlatingen, maar tevens tot doel om dergelijke uitlatingen van Tak in de toekomst te voorkomen.

4.3.

Marcan grondt haar vordering op onrechtmatige daad. Zij stelt daartoe dat Tak met zijn berichten op Facebook en Twitter alsook het in De Telegraaf gepubliceerde interview inbreuk heeft gemaakt op haar recht op eer en goede naam. De uitlatingen van Tak ontberen iedere feitelijke grondslag en zijn daarmee excessief. De uitlatingen zijn door Tak ten onrechte gepresenteerd als feiten, waarbij hij met de term “boevenclub” bovendien heeft verwezen naar een criminele organisatie. Daarmee heeft Tak geen andere bedoeling gehad dan Marcan welbewust te schaden, aldus Marcan. Tak grijpt het publieke debat thans aan om de belangen van twee horecaondernemingen (Bokaal en Café Sunset) te behartigen, waarbij aan zijn uitlatingen meer gewicht zal worden toegekend nu hij lid is van de Rotterdamse gemeenteraad. Door de uitlatingen van Tak lijdt Marcan (imago)schade.

4.4.

Tak betwist dat hij onrechtmatig jegens Marcan heeft gehandeld. Tak heeft uitlatingen gedaan in het publieke debat, waarbij aan hem een grote mate van vrijheid van meningsuiting toekomt. Zijn uitlatingen zijn niet letterlijk maar figuurlijk bedoeld. Volgens Tak bevatten zijn uitlatingen vrijwel uitsluitend waardeoordelen, waarbij hij zich heeft gebaseerd op openbare informatie en verschillende verhalen van huurders van Marcan, waaronder Bokaal. Met zijn uitlatingen heeft Tak zijn verontwaardiging uitgesproken over de (algehele) handelwijze van Marcan. Als gemeenteraadslid heeft Tak de taak om maatschappelijke misstanden aan de kaak te stellen en op te komen voor de belangen van (horeca-)ondernemers. Tak betwist dat Marcan door zijn uitlatingen schade lijdt.

4.5.

In het onderhavige kort geding gaat het om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk het recht van Marcan op eer en goede naam en het recht van Tak op vrijheid van meningsuiting. Een beperking van voornoemde rechten is op grond van de artikelen 8 lid 2 en 10 lid 2 EVRM toegestaan als deze bij wet is voorzien en noodzakelijk is in het belang van onder meer de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen respectievelijk de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (de zogenaamde noodzakelijkheidstoets). Het antwoord op de vraag welke van deze (in beginsel gelijkwaardige) rechten in het concrete geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle omstandigheden van het geval. Deze omstandigheden wegen niet allemaal even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval. Het oordeel dat het ene recht in het concrete geval zwaarder weegt dan het andere recht, brengt mee dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan voornoemde noodzakelijkheidstoets.

4.6.

Uit de stellingen van Marcan volgt dat zij een beleid voert dat is gericht op de verbetering van haar vastgoedportefeuille. In dat verband renoveert Marcan haar vastgoed met enige regelmaat en maakt zij daarbij keuzes op het gebied van branchering. Volgens Marcan past daarbij dat zij bepaalde huurovereenkomsten tegen het einde van de looptijd opzegt, waarbij zij gebruik maakt van de mogelijkheden die de wet haar biedt. Daarbij stelt Marcan dat zij met haar beleid actief bijdraagt aan het behoud van het winkelvastgoed in de Rotterdamse binnenstad en de winkelstraten aantrekkelijk houdt.

4.7.

De voorzieningenrechter overweegt dat de bedrijfsvoering van Marcan in Rotterdam niet onopgemerkt is gebleven en onderwerp is van publiek debat. Vanaf de zomer van 2018 is in de media aandacht besteed aan de opzegging door Marcan van verschillende huurovereenkomsten, waaronder die met Bokaal en Café Sunset, en de gerechtelijke procedures die daarover zijn gevoerd. Bovendien is de bedrijfsvoering van Marcan binnen de gemeente besproken. Bij brief van 9 oktober 2018 hebben verschillende raadsleden, waaronder Tak, hun zorgen geuit over het mogelijke vertrek van ondernemers uit het MaHo-kwartier. Daarop heeft het college van burgemeester en wethouders bij brief van 4 december 2018 medegedeeld dat het graag ziet dat vastgoedeigenaren vanuit een visie op het profiel van het gebied waarin zij bezit hebben in overleg een bewuste keuze maken voor het type ondernemers waaraan zij verhuren en hun huurprijzen daarop afstemmen.

4.8.

Als gevolg van de coronacrisis heeft de bedrijfsvoering van Marcan op sociale media opnieuw aandacht gekregen. Zo heeft de eigenaar van Bokaal op 17 maart 2020 via Facebook zijn ongenoegen geuit over een brief die hij van Marcan had ontvangen. Aan deze kwestie is vervolgens aandacht besteed in het Algemeen Dagblad. Naar aanleiding daarvan heeft ook Tak zich in het debat geroerd. Via Twitter heeft hij het artikel van het Algemeen Dagblad gedeeld en van commentaar voorzien. Voorts heeft hij via Facebook een interview met De Telegraaf gedeeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stond het Tak, gelet ook op zijn rol als gemeenteraadslid, vrij om zijn mening over de handelwijze van Marcan op deze wijze te uiten, te meer nu de bedrijfsvoering van Marcan reeds onderwerp was van publiek en politiek debat en zowel Marcan als Tak daarin van elkaar afwijkende standpunten hadden ingenomen. Anders dan Marcan betoogt, volgt uit de berichten van Tak duidelijk dat hij in lijn met zijn eerdere opvattingen opnieuw een positie inneemt in dit debat en zodoende een waardeoordeel geeft over de handelwijze van Marcan. Daarbij komt dat Tak in zijn berichten de artikelen uit het Algemeen Dagblad en De Telegraaf deelt en in die artikelen de standpunten van Marcan en Tak helder uiteen zijn gezet. Alhoewel de door Tak gekozen bewoordingen fel van aard zijn – en hoezeer met een neutralere woordkeuze eenzelfde boodschap afgegeven had kunnen worden – dient Marcan zich dit te laten welgevallen. Daarbij weegt mee dat Marcan een relevante speler is op de Rotterdamse vastgoedmarkt en daarmee een zekere publieke rol inneemt. Voorts acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat de door Tak gekozen bewoordingen door zijn volgers niet zonder meer letterlijk zullen worden begrepen. Nu uit de krantenberichten volgt dat Marcan en Tak andersluidende opvattingen hebben, zal het commentaar van Tak in die context worden gelezen. Aannemelijk is dat het woord “boevenclub” in meer overdrachtelijke zin zal worden opgevat. Ten slotte is van belang dat niet gebleken is dat Tak specifiek als belangenbehartiger van een of meer horecaondernemers acteert.

4.9.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het recht van Tak op vrijheid van meningsuiting in dit geval zwaarder weegt dan het recht van Marcan op eer en goede naam. Dit betekent dat Tak met zijn uitlatingen niet onrechtmatig jegens Marcan heeft gehandeld. Derhalve zal de vordering van Marcan worden afgewezen.

4.10.

Marcan zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Tak worden begroot op:

- griffierecht: € 304,00

- salaris advocaat: € 980,00

totaal: € 1.284,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Marcan in de proceskosten, aan de zijde van Tak tot op heden begroot op € 1.284,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2020.

[2971/676]