Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3175

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
10-04-2020
Zaaknummer
8063585 CV EXPL 19-6385
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

non-conformiteit gebruikte auto

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8063585 CV EXPL 19-6385

uitspraak: 26 maart 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] , gemeente [gemeente] ,

eiser,

gemachtigde: mr. R. Janssen,

tegen:

1. [gedaagde 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

gemachtigde: mr. drs. E.B.W. van Twist.

Eiser zal hierna ‘ [eiser] ’ worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk ‘ [gedaagde 1] c.s.’ (vrouwelijk enkelvoud) en afzonderlijk ‘ [gedaagde 1] ’ (gedaagde sub 1) en ‘ [gedaagde 2] ’ (gedaagde sub 2) worden genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 september 2019, met producties;

- de conclusie van antwoord, met één productie;

- het vonnis van 5 december 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- de akte van [eiser] , met producties;

- de brief van 20 januari 2020 namens [eiser] , met één productie;

- het verhandelde ter zitting van 27 januari 2020, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden.

1.2.

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

[eiser] heeft op 8 juni 2019 van [gedaagde 1] een Renault Kangoo met bouwjaar april 2018 en kenteken [kentekennummer] (hierna: de auto) gekocht voor de prijs van

€ 18.950,-. [eiser] heeft het aankoopbedrag voldaan door middel van het inruilen van een auto en betaling van een bedrag van € 8.950,-. Op 18 juni 2019 is de auto afgeleverd.

2.2.

Op 2 augustus 2019 is [eiser] met de auto onderweg stil komen te staan, nadat de motor een tikkend geluid begon te maken. De auto is door een Renault dealer, Vogels Autobedrijf B.V. (hierna: Vogels Autobedrijf), opgehaald en onderzocht.

2.3.

Vogels Autobedrijf heeft geconstateerd dat de zuigers de kleppen raken als gevolg van het verspringen van de distributieriem. De oorzaak van het verspringen van de distributieriem is niet vastgesteld.

2.4.

[eiser] heeft voor de reparatie van het defect een beroep gedaan op de fabrieksgarantie van Renault Nederland. Renault Nederland heeft reparatie onder fabrieksgarantie geweigerd.

2.5.

[eiser] heeft [gedaagde 1] bij brief van 15 augustus 2019 aansprakelijk gesteld op grond van non-conformiteit en haar verzocht de motor van de auto te herstellen c.q. te vervangen dan wel de koopovereenkomst te ontbinden.

2.6.

[gedaagde 1] heeft aangeboden de motor te vervangen, waarbij de arbeidskosten voor rekening van [eiser] dienden te komen. [eiser] heeft dat aanbod niet geaccepteerd.

2.7.

Bij brief van 27 augustus 2019 is de koopovereenkomst namens [eiser] buitengerechtelijk ontbonden.

2.8.

Naar aanleiding van een verzoek van [gedaagde 2] om informatie over (de oorzaak van) de motorschade van de auto heeft de chef-werkplaats van Vogels Autobedrijf [gedaagde 2] bij e‑mailbericht van 17 september 2019 onder meer geantwoord dat Vogels Autobedrijf en Renault Nederland uitgaan van een externe beïnvloeding of berijdersfout.

2.9.

Een e-mailbericht van 13 januari 2020 van de klantenservice van Renault Nederland aan [eiser] houdt in, voor zover hier van belang:

“(…)

Door Vogels (kantonrechter: Vogels Autobedrijf) is geconstateerd dat eerder werkzaamheden aan de auto zijn uitgevoerd (afgebroken onderdelen en ontbrekende boutjes, vermoedelijk t.g.v. onvolledig herstel van een aanrijdingsschade). Het kan zeker niet uitgesloten worden dat hier de oorzaak ligt van het nu aanwezige defect.

(…)”.

3. Het geschil

3.1.

[eiser] vordert om, uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst door middel van een buitengerechtelijke verklaring, gericht aan [gedaagde 1] , is ontbonden;

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot terugbetaling van de koopsom van € 18.950,-;

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot demontage van de trekhaak onder de auto en afgifte van de trekhaak aan [eiser] op kosten van [gedaagde 1] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 150,- per dag dat [gedaagde 1] niet is overgegaan tot demontage en afgifte uiterlijk binnen een week na betekening van dit vonnis;

met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, omdat hij niet behoefde te verwachten dat de motor van de auto binnen twee maanden na aflevering en binnen 16 maanden na de eerste inschrijving defect zou raken. [gedaagde 1] bleek niet bereid tot kosteloos herstel, zodat [eiser] de koopovereenkomst bij brief van 27 augustus 2019 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. Als gevolg daarvan is [gedaagde 1] verplicht de auto terug te nemen en de koopsom terug te betalen. Daarnaast is [gedaagde 1] verplicht de door haar onder de auto gemonteerde trekhaak te verwijderen en aan [eiser] te retourneren of de waarde daarvan (€ 600,-) aan [eiser] te vergoeden.

3.3.

[gedaagde 1] c.s. voert verweer. Zij betwist dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. [gedaagde 1] c.s. stelt dat de schade aan de motor is ontstaan door een van buiten komende oorzaak, te weten door het rijgedrag van [eiser] dan wel door de weersomstandigheden of de conditie van de weg. [gedaagde 1] c.s. wijst erop dat blijkens het e‑mailbericht van 17 september 2019 van de chef-werkplaats van Vogels Autobedrijf ook Renault Nederland en Vogels Autobedrijf uitgaan van ‘externe beïnvloeding’ of een berijdersfout.

4. De beoordeling

4.1.

Voorop wordt gesteld dat de koopovereenkomst tussen partijen is te kwalificeren als een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 BW.

4.2.

Vaststaat dat het een auto betreft met bouwjaar april 2018 en dat de auto op 18 juni 2019 aan [eiser] is geleverd. Voorts staat vast dat [eiser] op 2 augustus 2019 problemen kreeg in de zin dat de motor begon te tikken. Onderzoek door Vogels Autobedrijf heeft uitgewezen dat de kleppen de zuigers raakten als gevolg van het verspringen van de distributieriem. Nu het probleem zich binnen zes maanden (zelfs binnen twee maanden) na levering heeft gemanifesteerd, beroept [eiser] zich terecht op het bepaalde in artikel 7:18 lid 2 BW, inhoudende dat in dit geval [gedaagde 1] bewijs zal moeten leveren dat het gebrek er nog niet was ten tijde van de aflevering op 18 juni 2019. [gedaagde 1] heeft hiertegenover gesteld dat het bewijsvermoeden niet geldt indien de problemen met de motor zijn veroorzaakt door onjuist gebruik van de auto, maar dat daarvan sprake is geweest heeft [gedaagde 1] onvoldoende onderbouwd. In dit verband is van belang dat [gedaagde 2] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling en in afwijking van hetgeen namens hem is aangevoerd onder nummer 7 van de conclusie van antwoord heeft verklaard dat [eiser] hem aan de telefoon slechts heeft verteld dat het de bewuste dag slecht weer was, dat de motor begon te hikken op een bepaald kruispunt en dat [eiser] de auto daarom direct aan de kant heeft gezet. [eiser] heeft aan de telefoon niet gezegd dat hij door diepe plassen was gereden. Hij heeft niet gezegd dat hij over een of meer verkeersdrempels een kruispunt op is gereden en hij heeft niet gezegd dat hij een noodstop moest maken in een diepe plas water. Nu [gedaagde 2] met zoveel woorden op de zitting heeft verklaard dat hij zijn stelling dat [eiser] de auto op een verkeerde manier heeft gebruikt en dat de problemen met de motor het gevolg zijn van diens rijgedrag met name heeft gebaseerd op de mededelingen van [eiser] aan de telefoon, is die gestelde externe oorzaak onvoldoende onderbouwd. Voor zover [gedaagde 1] zich beroept op het feit dat Renault Nederland ook uitgaat van een externe beïnvloeding of berijdersfout geldt dat de klantenservice van Renault Nederland bij mailbericht van 13 januari 2020 juist heeft laten weten dat door Vogels Autobedrijf is geconstateerd dat er eerder werkzaamheden zijn uitgevoerd en dat zeker niet uitgesloten kan worden dat daar de oorzaak ligt van het nu aanwezige defect. Ten overvloede wordt nog overwogen dat [gedaagde 2] ter zitting heeft verklaard dat hij de auto met schade aan de voorkant in België heeft ingekocht en dat hij de auto, voordat hij deze aan [eiser] had doorverkocht, bij een bevriend schadeherstelbedrijf heeft laten herstellen.

4.3.

Gelet op het voorgaande moet van de toepasselijkheid van het bewijsvermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW worden uitgegaan. [gedaagde 1] heeft naast het argument dat hierboven reeds is besproken geen bewijs aangeboden dat het bewuste gebrek pas na levering op 18 juni 2019 is ontstaan. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het gebrek reeds aanwezig was ten tijde van de aflevering. Daarmee komt de door [eiser] gestelde non-conformiteit vast te staan.

4.4.

[eiser] heeft onbetwist gesteld dat [gedaagde 1] niet bereid was om tot kosteloos herstel van de motor over te gaan. Dat de motor geheel vervangen moet worden heeft [gedaagde 1] ter zitting weliswaar betwist, maar onder nummer 12 van de conclusie van antwoord heeft [gedaagde 1] zelf gesteld dat hij persoonlijk heeft vastgesteld dat de auto alleen rijklaar gemaakt kan worden indien een nieuwe motor geïnstalleerd zou worden. Nu [gedaagde 1] niet bereid was tot kosteloos herstel stond het [eiser] vrij om de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Dat heeft hij gegaan bij brief van zijn gemachtigde van 27 augustus 2019. Hiermee is een verbintenis tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties ontstaan. Dit betekent dat [eiser] de auto moet teruggeven aan [gedaagde 1] en dat [gedaagde 1] c.s. de koopsom moet terugbetalen.

4.5.

Ten aanzien van de huidige waarde van de auto heeft [gedaagde 1] ter zitting verklaard dat het aantal kilometers dat de auto heeft gereden nagenoeg niet van invloed zal zijn op de waarde maar wel het gegeven dat het inmiddels 2020 is en dat kopers de auto daarom zullen aanmerken als een twee jaar oude auto in plaats van een één jaar oude auto. Met [eiser] is de kantonrechter echter van oordeel dat het aan [gedaagde 1] zelf te wijten is dat hij niet al in 2019 na de buitengerechtelijke ontbinding tot terugbetaling van de koopsom is overgegaan.

4.6.

De slotsom is dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is evenals de gevorderde veroordeling tot terugbetaling van de koopsom.

4.7.

De gevorderde veroordeling van [gedaagde 1] c.s. tot demontage en afgifte van de trekhaak van de auto op kosten van [gedaagde 1] c.s. is niet betwist en wordt eveneens toegewezen. Gelet op de niet-weersproken waarde van de trekhaak (€ 600,-) zal de op te leggen dwangsom worden gemaximeerd op de wijze zoals hierna bij de beslissing vermeld. Ook zal de kantonrechter [gedaagde 1] c.s. een termijn gunnen van drie weken na betekening van dit vonnis.

4.8.

[gedaagde 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen door middel van de buitengerechtelijke verklaring van 27 augustus 2019 is ontbonden;

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 18.950,-;

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om uiterlijk binnen drie weken na betekening van dit vonnis over te gaan tot demontage van de trekhaak van de auto met kenteken [kentekennummer] en tot afgifte van de trekhaak aan [eiser] , op kosten van [gedaagde 1] c.s., op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 150,- voor elke dag dat [gedaagde 1] c.s. niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 600,-;

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op:

  • -

    € 585,01 aan verschotten;

  • -

    € 720,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x tarief € 360,-);

en indien [gedaagde 1] c.s. niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

546