Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3156

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
8243154 CV EXPL 19-54724
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering van CAK tot betaling van facturen voor eigen bijdrage toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8243154 CV EXPL 19-54724

uitspraak: 3 april 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon: zelfstandig bestuursorgaan (zbo)

CAK,

zetelende te ‘s-Gravenhage,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “CAK” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 10 december 2019;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van gedaagde.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

2.1

CAK is krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ) belast met de vaststelling en inning van de eigen bijdrage welke verschuldigd is voor ontvangen zorg, hulpmiddel(en) of voorziening(en), verstrekt in het kader van de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015).

2.2

[gedaagde] heeft zorg, hulpmiddel(en) en/of voorziening(en) ontvangen en is daarom op grond van artikel 6 lid 4 AWBZ in verbinding met artikel 16d van het Bijdragebesluit Zorg en/of artikel 15 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (hierna: WMO) en

artikel 4.1 van het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning (een) eigen bijdrage(n) verschuldigd.

2.3

Bij beschikking van 26 april 2017 is de eigen bijdrage voor [gedaagde] in het jaar 2017 vastgesteld op een bedrag van € 17,50 per vier weken. Bij beschikking van 6 maart 2018 is de eigen bijdrage voor [gedaagde] in het jaar 2018 vastgesteld op een bedrag van € 17,60 per vier weken.

2.4

CAK heeft de volgende facturen bij [gedaagde] in rekening gebracht:

Kenmerk

Datum

Verzuimdatum

Omschrijving

Bedrag

[kenmerknummer 1]

26-07-2017

25-08-2017

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 35,00

[kenmerknummer 2]

23-08-2017

22-09-2017

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,50

[kenmerknummer 3]

22-09-2017

22-10-2017

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,50

[kenmerknummer 4]

20-10-2017

19-11-2017

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,50

[kenmerknummer 5]

15-12-2017

14-01-2018

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,50

[kenmerknummer 6]

12-01-2018

11-02-2018

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,50

[kenmerknummer 7]

05-02-2018

07-03-2018

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,50

[kenmerknummer 8]

13-03-2018

12-04-2018

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,60

[kenmerknummer 9]

04-06-2018

04-07-2018

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 70,40

[kenmerknummer 10]

29-06-2018

29-07-2018

Factuur eigen bijdrage Zorg zonder Verblijf

€ 17,60

3. De vordering

3.1

CAK heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan CAK te betalen € 285,05 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 245,60 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Aan deze vordering heeft CAK - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.3

[gedaagde] heeft zorg zonder verblijf ontvangen en is daarom een eigen bijdrage verschuldigd. De betalingsverplichting van [gedaagde] vloeit voort uit de beschikkingen waarbij zijn eigen bijdrage is vastgesteld. [gedaagde] heeft de termijnen voor bezwaar en beroep ongebruikt gelaten. Dit betekent dat de beschikkingen formele rechtskracht hebben verkregen, zodat de vordering tussen partijen vast staat. [gedaagde] is, ondanks herhaalde aanmaning, in gebreke gebleven met betaling van het door hem aan CAK verschuldigde bedrag van € 245,60.

3.4

Omdat [gedaagde] de facturen niet betaalde, zag CAK zich genoodzaakt de vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Deze kosten van

€ 48,40 (incl. btw) komen voor rekening van [gedaagde] .

3.5

Voorts maakt CAK aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van

€ 8,65 aan rente, berekend tot 10 december 2019.

4. Het verweer

4.1

[gedaagde] concludeert dat de vordering moet worden afgewezen, omdat de in de procedure gebrachte facturen zijn betaald. Alleen is de datum onjuist. Hierover is ook een telefonische toezegging geweest van een medewerker van het CAK, maar [gedaagde] heeft daar geen bewijs van. [gedaagde] heeft tijdens het mondelinge verweer betalingsbewijzen overgelegd.

4.2

Verder is er een factuur van 11 februari 2019 in de procedure gebracht, maar in 2019 had [gedaagde] geen begeleiding meer, waardoor hij ook geen eigen bijdrage verschuldigd is.

5. De beoordeling

5.1

Bij conclusie van repliek heeft CAK haar vordering nader toegelicht. Ter onderbouwing van haar vordering heeft CAK de facturen in het geding gebracht. Volgens CAK heeft [gedaagde] de facturen ontvangen voor de verschuldigde eigen bijdragen met betrekking tot de door hem ontvangen ondersteuning c.q. maatwerkvoorziening.

5.2

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft CAK haar vordering voldoende (met stukken) onderbouwd. [gedaagde] heeft de ontvangst van de facturen ook niet betwist. CAK heeft in de conclusie van repliek het volgende toegelicht ten aanzien van de facturen die in het geding zijn gebracht:

(…)

“alle facturen hebben gemeen dat in het daarin genoemde kenmerk – na het eerste cijfer – het beschikkingsnummer is opgenomen, te weten [nummer beschikking] , vervolgens het jaartal waarop de bijdrage betrekking heeft en tenslotte het volgnummer van de factuur. Factuur 1- [nummer beschikking] -17-00004 heeft dus betrekking op beschikking [nummer beschikking] en is in volgorde de 4e factuur van 2017.”

(…)

De door [gedaagde] in het geding gebrachte betaalbewijzen zien, gelet op de kenmerken, op facturen van andere periodes die wel betaald zijn. Daarbij begrijpt de kantonrechter, uit het bijbehorende kenmerk, dat de recentste factuur de vierde factuur van 2018 is en dus niet gaat over een periode in 2019. [gedaagde] dient dus in beginsel alle voornoemde facturen te voldoen. Nu [gedaagde] geen concreet bewijs heeft aangeleverd ter ondersteuning van zijn verweer omtrent de betalingen en/of de telefonische toezegging, hetgeen wel op zijn weg had gelegen, wordt het verweer als onvoldoende onderbouwd verworpen. Dit leidt tot de conclusie dat [gedaagde] gehouden is de hoofdsom van € 245,60 aan CAK te voldoen. De vordering ter zake zal worden toegewezen.

5.3

CAK maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voor de hoogte van de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en de toewijsbare hoofdsom. Gelet op de hoogte van de hoofdsom is derhalve aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 48,40 (incl. btw) toewijsbaar.

5.4

De gevorderde rente van € 8,65 berekend tot 10 december 2019 wordt als onweersproken toegewezen. Ditzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

5.5

[gedaagde] wordt als de in het (grotendeels) ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan CAK tegen kwijting te betalen een bedrag van € 285,05, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over een bedrag van € 245,60 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van CAK vastgesteld op € 227,07 aan verschotten en € 144,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44240