Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3133

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
C/10/593552 / FA RK 20-1919
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

toewijzing van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/593552 / FA RK 20-1919

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] ,

hierna: cliënt,

wonende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,

thans verblijvende in verpleeghuis Koningshof te Rotterdam

advocaat mr. J.H.S. Vogel te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 19 maart 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 23 december 2019;

 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door J.P. Scholten, arts, van 20 februari 2020;

 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 19 maart 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;

 A. van den Berg, agoog, verbonden aan Aafje;

 I. Bijkerk, specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Aafje.

De echtgenoot van cliënt, [naam] , heeft telefonisch meegeluisterd tijdens de mondelinge behandeling.

2. Beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.2.

Volgens de medische verklaring van 20 februari 2020 en de toelichting van de specialist ouderengeneeskunde lijdt cliënt aan de stoornis dementie. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Cliënt weerspreekt dit niet en de rechtbank heeft geen aanleiding voor een ander oordeel.

2.3.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.4.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.5.

Cliënt bepleit dat toewijzing van het verzoek tot een machtiging niet nodig is omdat zij de bereidheid tot vrijwillig verblijf heeft. Daarin volgt de rechtbank haar niet. Enerzijds wordt tijdens de mondelinge behandeling duidelijk dat cliënt de afgelopen twee weken weinig tot geen verzet heeft laten zien tegen haar verblijf en heeft zij verklaard dat zij het naar haar zin heeft in de accommodatie. Anderzijds blijkt uit de medische verklaring dat cliënt aangeeft naar huis te willen. Ook tijdens de mondelinge behandeling verklaart cliënt dat zij het liefst direct naar huis wil om bij haar man te gaan wonen. In combinatie met de stoornis van cliënt is er daarom onvoldoende grond voor het oordeel dat zij beschikt over de bereidheid die nodig is om vrijwillig in de accommodatie te verblijven.

2.6.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een machtiging. Vanwege het afnemende verzet van cliënt zal de machtiging, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn, worden verleend voor de duur van drie maanden. Deze termijn geeft het behandelteam voldoende tijd om een opname te bewerkstelligen op de voet van artikel 21 Wzd. Indien het verzet blijvend voldoende is afgenomen, zal een rechterlijke machtiging niet meer noodzakelijk zijn.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 juli 2020.

Deze beschikking is op 6 april 2020 mondeling gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 8 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.