Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3130

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
8264825
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

7:681 BW verzoek. Geen uitstel verleend aan wg. WG is ter zitting niet verschenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0414
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8264825 VZ VERZ 20-351

uitspraak: 16 maart 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in het verzoek van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats verzoekster] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. C.N. van den Heuvel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

D&D Beauty B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

die niet is verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoekster] ” en “D&D Beauty”.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het op 13 januari 2020 ter griffie ontvangen verzoekschrift ex artikel 7:686a BW,

met producties;

- bij fax van 21 februari 2020 heeft mr. B.K. Hummen bericht dat hij om moverende redenen zich genoodzaakt ziet om zich aan deze zaak te onttrekken;

- bij fax van 25 februari 2020 heeft D&D Beauty een uitstelverzoek gedaan;

- bij e-mailbericht van 25 februari 2020 is aan D&D Beauty medegedeeld dat er geen uitstel wordt verleend.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020. [verzoekster] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens D&D Beauty is niemand verschenen.

De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2. Het verzoek en de grondslag daarvan

[verzoekster] heeft verzocht – bij beschikking – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat de directe beëindiging door D&D Beauty van de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] niet rechtsgeldig is;

II. D&D Beauty te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van het achterstallige vakantiegeld over de jaren 2018 en 2019, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW, onder overlegging van deugdelijke specificaties;

III. D&D Beauty te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de transitievergoeding ad € 1.199,25 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van dit verzoekschrift, tot en met de dag der algehele voldoening;

IV. D&D Beauty te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van een vergoeding in de zin van artikel 7:672 lid 10 BW ten bedrage van € 1.798,88 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van dit verzoekschrift, tot en met de dag der algehele voldoening;

V. D&D Beauty te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van een billijke vergoeding in de zin van artikel 7:681 lid 1 BW ten bedrage van € 15.000,00 bruto, dan wel een door de kantonrechter vast te stellen billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over het tot te wijzen bedrag, vanaf de dag van indiening van dit verzoekschrift tot en met de dag der algehele voldoening;

VI. D&D Beauty te veroordelen om binnen 5 dagen na datum van het wijzen van de beschikking de salarisspecificaties over de maanden april tot en met november 2019 in bezit van [verzoekster] te hebben gesteld, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat D&D Beauty hiertoe in gebreke blijft;

VII. D&D Beauty te veroordelen tot betaling van de door [verzoekster] gemaakte juridische kosten, in de vorm van de eigen bijdrage van € 143,00;

VIII. D& D te veroordelen in de proceskosten.

2.1

Aan haar verzoek heeft [verzoekster] - kort en zakelijk weergeven - het volgende ten grondslag gelegd.

2.1.1

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] , is per 1 juni 2017 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van D&D Beauty h.o.d.n. ‘House 4 Beauty’ op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 7 maanden. Deze overeenkomst is hierna twee keer verlengd, waarvan de laatste tot 31 oktober 2019. Omdat met het aangaan van de derde opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd de periode van 24 maanden is overschreden, is deze van rechtswege aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.1.2

[verzoekster] was werkzaam geweest in de functie van Schoonheidsspecialiste/ Kapster, voor 30 uur per week, tegen een salaris van € 1.665,63 bruto, exclusief 8% vakantietoeslag.

2.1.3

Per 3 april 2019 is D&D Beauty opvolgend werkgever geworden van [verzoekster] . D&D Beauty heeft aan [verzoekster] een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar, met daarin een proeftijd van een maand, voorgelegd. [verzoekster] heeft deze overeenkomst niet getekend.

2.1.4

Op 30 november 2019 heeft mevrouw [naam eigenaar] , eigenaar van D&D Beauty, aan [verzoekster] medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per direct wordt beeindigd, omdat het slecht gaat met de beautysalon. De opzegging is per mail van dezelfde dag aan [verzoekster] bevestigd.

2.1.5

Bij email van 10 december 2019 heeft de gemachtigde van [verzoekster] bezwaar gemaakt tegen deze opzegging en D&D Beauty verzocht het gegeven ontslag in te trekken.

2.1.6

Op 23 december 2019 heeft de toenmalige gemachtigde van D&D Beauty gereageerd en zich op het standpunt gesteld dat [verzoekster] zou hebben ingestemd met het ontslag.

2.1.7

[verzoekster] heeft uitdrukkelijk betwist dat zij met het ontslag heeft ingestemd.

2.1.8

D&D Beauty heeft de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] met onmiddellijke ingang beëindigd zonder dat daarvoor een dringende reden aanwezig was. [verzoekster] heeft niet ingestemd met de opzegging door D&D Beauty. Er is ook geen toestemming gevraagd aan het UWV conform artikel 7:671 a BW. Er is geen sprake van een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Gelet op de wijze waarop D&D Beauty met [verzoekster] is omgegaan, ziet [verzoekster] aanleiding om geen vernietiging van de opzegging te verzoeken. D&D Beauty maakt wel aanspraak op diverse vergoedingen, zoals verzocht.

3. De beoordeling van het verzoek

3.1

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek – gelet op het bepaalde in artikel 7:686a, lid 4, aanhef en onder a BW jo artikel 7:672 lid 11 en artikel 7:681 lid 1 sub a BW respectievelijk artikel 7:686a, lid 4, aanhef en onder b BW jo 7:673 BW – tijdig is ingediend, nu het verzoekschrift is ontvangen binnen twee maanden, respectievelijk drie maanden (voor wat de transitievergoeding betreft) na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. [verzoekster] is dan ook ontvankelijk in haar verzoek.

3.2

Gebleken is dat D&D Beauty op correcte wijze is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. D&D Beauty was op de hoogte van de datum van de zitting. D&D Beauty is niet ter zitting verschenen en er is ook geen verdere bericht van verhindering van haar, nadat D&D Beauty is medegedeeld dat het uitstel niet wordt verleend, ontvangen. D&D Beauty heeft de stellingen van [verzoekster] niet betwist. Dit betekent dat de door [verzoekster] aangevoerde feiten en omstandigheden als onweersproken zijn komen vast te staan, zodat daar in deze procedure verder vanuit zal worden gegaan.

3.3

Niet is gebleken van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd met een proeftijdbeding. Er is dan ook geen sprake van een geldige opzegging tijdens proeftijd. Van een instemming van de opzegging is evenmin gebleken. Een dringende reden voor ontslag is ook niet aanwezig. De kantonrechter is derhalve van oordeel dat D&D Beauty de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. De gevorderde verklaring voor recht dat de directe beëindiging door D&D Beauty van de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] niet rechtsgeldig is zal worden toegewezen.

3.4

Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien - kort gezegd - de arbeidsovereenkomst ten minste vierentwintig maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd. Ingevolge het bepaalde onder lid 7 sub c van dit artikel is geen transitievergoeding verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Van dit laatste is niet gesteld of gebleken, zodat [verzoekster] recht heeft op de gevorderde transitievergoeding van € 1.199,25 bruto.

3.5

Op grond van artikel 7:672 lid 11 BW is de partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. D&D Beauty heeft de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] onregelmatig opgezegd, zodat [verzoekster] recht heeft op een schadevergoeding van € 1.798,88 bruto.

3.6

[verzoekster] heeft voorts op grond van artikel 7:681 BW verzocht om toekenning van een billijke vergoeding. Gelet op de wetsgeschiedenis is (ook) in het kader van artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW voor toekenning van een billijke vergoeding ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist. In een geval als bedoeld in dat artikel is reeds invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid, als de werkgever de voor een rechtsgeldig ontslag geldende voorschriften niet heeft nageleefd en in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Nu de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, is het verzoek van [verzoekster] tot toekenning van een billijke vergoeding in beginsel toewijsbaar.

3.7

Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in rechtspraak uitgangspunten geformuleerd (zie Hoge Raad 30 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017: 1187, New Hairstyle en Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:878, Zinzia). De kantonrechter acht bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding het volgende van belang.

3.8

Er is sprake van een dienstverband van bijna 2,5 jaar. Gelet op de leeftijd van [verzoekster] (42 jaar) en de branche waarin zij werkzaam was, zal het niet heel lastig zijn om aan een nieuwe baan te komen. Het is echter niet gebleken dat [verzoekster] nu al een nieuwe baan heeft gevonden. Dit leidt ertoe dat zij wordt geconfronteerd met een (tijdelijke) inkomensdaling. Zoals hiervoor is overwogen heeft [verzoekster] recht op een transitievergoeding en een vergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 11 BW. Bij de vergelijking tussen de situatie zonder de vernietigbare opzegging en de situatie waarin [verzoekster] zich thans bevindt worden ook deze vergoedingen betrokken. Compensatie van het misgelopen loon vindt met de vergoeding wegens onregelmatige opzegging immers al gedeeltelijk plaats. Gelet op de hiervoor genoemde gezichtspunten komt het de kantonrechter al met al redelijk voor dat aan [verzoekster] een billijke vergoeding van € 2.500,00 bruto zal worden toegekend.

3.9

De wettelijke rente zal conform het verzochte worden toegewezen.

3.10

Ook de gevorderde vakantiegeld over 2018 en 2019 zal worden toegewezen, alsmede de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW.

3.11

De gevorderde salarisspecificaties over de maanden april tot en met november 2019 zullen eveneens worden toegewezen.

3.12

De door [verzoekster] betaalde eigen bijdrage voor de verleende toevoeging, waarvan deze betaling heeft gevorderd, wordt geacht in het toe te wijzen bedrag aan proceskosten te zijn begrepen en komt derhalve niet voor afzonderlijke toewijzing in aanmerking.

3.13

Als de in het ongelijk gestelde partij dient D&D Beauty te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

4. De beslissing

De kantonrechter,

verklaart voor recht dat de directe beëindiging door D&D Beauty van de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] niet rechtsgeldig is;

veroordeelt D&D Beauty om aan [verzoekster] te betalen het achterstallige vakantiegeld over de jaren 2018 en 2019, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW, onder overlegging van deugdelijke specificaties;

veroordeelt D&D Beauty om aan [verzoekster] te betalen de transitievergoeding van € 1.199,25 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 13 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt D&D Beauty om aan [verzoekster] te betalen de vergoeding wegens onregelmatige opzegging ten bedrage van € 1.798,88 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 13 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt D&D Beauty om aan [verzoekster] te betalen een billijke vergoeding van € 2.500,00 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 13 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt D&D Beauty om binnen 5 dagen na datum van deze beschikking de salarisspecificaties over de maanden april tot en met november 2019 in bezit van [verzoekster] te hebben gesteld, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat D&D Beauty hiertoe in gebreke blijft, tot een maximumbedrag van € 1.500,00;

veroordeelt D&D Beauty in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 83,00 aan verschotten en € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

821