Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3071

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
08-04-2020
Zaaknummer
KTN-8134112_26032020
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vermeende betalingsregeling en bik

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8134112 \ CV EXPL 19-6991

uitspraak: 26 maart 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HELMACAB HOLLAND B.V.,

gevestigd te Schelluinen,

eiseres,

rolgemachtigde: [naam gemachtigde 1] ,

procesgemachtigde: [naam gemachtigde 2] ,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REPAIR MANAGEMENT NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “Helmacab” en “RMN”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 22 oktober 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 7 november 2019 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door RMN in het geding gebrachte producties;

  • -

    de aantekening dat op 24 januari 2020 de mondelinge behandeling is gehouden, waarbij RMN, met voorafgaand bericht van verhindering, niet is verschenen.


De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

  1. RMN heeft bij Helmacab verschillende malen goederen besteld tot een bedrag van in totaal € 2.232,35.

  2. Per e-mailbericht van vrijdag 23 augustus 2019 heeft RMN aan Helmacab het volgende bericht:
    Maandag is alles betaald. Daarnaast klopt het onderstaande bedrag niet.

  3. Op maandag 26 augustus 2019 heeft RMN het bedrag van € 2.232,35 aan Helmacab betaald.

3. De vordering, de grondslag en het verweer

3.1

Helmacab heeft gevorderd om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RMN te veroordelen tot betaling aan haar van:

  1. een bedrag van € 334,85, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente subsidiair de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 augustus 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, meer subsidiair de wettelijke (handels-)rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

  2. een bedrag van € 211,75 aan kosten voor juridische bijstand;

  3. de kosten van de procedure;

  4. e nakosten vanaf 2 dagen na dit vonnis althans een redelijk geachte termijn.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Helmacab aan haar eis het volgende ten grondslag gelegd. RMN heeft bij Helmacab verschillende malen goederen besteld tot een bedrag van in totaal € 2.232,35. Nu RMN, ondanks meerdere sommaties, in gebreke is gebleven met de tijdige betaling van dit bedrag, heeft Helmacab haar vordering uit handen gegeven en is RMN de buitengerechtelijke kosten van € 334,85 inclusief btw verschuldigd geworden.

3.3

RMN heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Op hetgeen zij in dit kader heeft aangevoerd, zal – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1

RMN heeft niet betwist dat zij het bedrag van € 2.232,35 aan Helmacab verschuldigd is en dat zij pas na het verstrijken van de betalingstermijn en na ontvangst van verschillende sommaties, op 26 augustus 2019 heeft voldaan. RMN heeft weliswaar, met verwijzing naar
e-mailberichten van 21 en 23 augustus 2019, aangevoerd dat zij een betalingsvoorstel heeft gedaan, maar uit haar e-mailbericht van 23 augustus 2019 volgt slechts de aankondiging van haar betaling op 26 augustus 2019. Niet is gebleken dat Helmacab dan wel haar gemachtigde met het ‘voorstel’ heeft ingestemd en haar aanspraken op buitengerechtelijke incassokosten zou hebben laten vallen. De buitengerechtelijke incassokosten komen voor toewijzing in aanmerking, nu niet weersproken is dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en ook overigens aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten is voldaan.

4.2

RMN heeft bij akte van 22 januari 2020 gesteld dat deze kosten zijn betaald. Helmacab heeft tijdens de mondelinge behandeling betwist dat zij de gestelde betaling van € 334,85 heeft ontvangen. Nu RMN geen betalingsbewijs heeft overgelegd zal dit bedrag worden toegewezen, met dien verstande dat, indien RMN het bedrag daadwerkelijk heeft betaald, dit bedrag in mindering zal strekken op de toegewezen som.

4.3

De gevorderde wettelijke (handels)rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat eiseres deze kosten reeds ten tijde van dagvaarden aan haar incassogemachtigde heeft betaald. Helmacab heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat het gevorderde bedrag van € 334,85 ziet op buitengerechtelijke kosten en btw en niet op het eerder openstaande bedrag aan hoofdsom, zodat ook uit hoofde hiervan geen wettelijke (handels)rente verschuldigd is.

4.4

RMN zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu Helmacab zonder gemachtigde bij de mondelinge behandeling is verschenen, zal voor deze proceshandeling geen gemachtigdensalaris worden toegekend. Het door Helmacab gevorderde bedrag van € 211,75 ter zake van kosten juridische bijstand wordt geacht in de (toegewezen) proceskosten te zijn verdisconteerd. In verband hiermee geldt dat, voor zover het griffierecht een bedrag van € 121,00 te boven gaat, het meerdere als nodeloos gemaakte kosten voor rekening van eisende partij dient te blijven.

4.5

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten. De termijn voor nakoming wordt bepaald op 14 dagen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt RMN om aan Helmacab te betalen € 334,85 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt RMN in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Helmacab vastgesteld op:

  • -

    € 207,37 aan verschotten;

  • -

    € 72,- aan salaris voor de gemachtigde;

en, indien gedaagde niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 36,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590