Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3013

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-04-2020
Datum publicatie
07-04-2020
Zaaknummer
C/10/543834 / HA ZA 18-103
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2021:169
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Waardering deskundigenrapport over waarde particulier elektriciteits- en gasnet op bedrijventerrein waarvan de ‘economische eigendom’ door overheidsingrijpen moet worden overgedragen aan Stedin. Elektriciteitswet 1998. Gaswet 2000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/543834 / HA ZA 18-103

Vonnis van 1 april 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEDIN NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEDIN NETTEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. M.W.F. Oosterhuis te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RENDANT PARKNET BEHEER B.V.,

gevestigd te Alblasserdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat eerst mr. I. Brinkman te Den Haag, thans mr. M. de Rijke te Den Haag.

Partijen zullen hierna Stedin en Rendant genoemd worden. Afzonderlijk zullen eiseressen Stedin Netbeheer en Stedin Netten genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 27 maart 2019 en de daarin genoemde stukken

  • -

    het deskundigenbericht

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht van Stedin

  • -

    de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Rendant.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

De rechtbank heeft al geoordeeld dat Stedin Netbeheer wel een vorderingsrecht heeft maar Stedin Netten niet. Daarom zal de verdere beoordeling plaatsvinden tussen alleen Stedin Netbeheer en Rendant.

2.2.

In geschil is de vraag wat de waarde is van een in particuliere eigendom aan Rendant toebehorend Elektriciteitsnet en een Gasnet. Rendant is op grond van twee onherroepelijke bestuursrechtelijke besluiten gehouden van deze twee netten de ‘economische eigendom’ over te dragen aan Stedin Netbeheer. De rechtbank heeft een deskundige benoemd om te rapporteren over de waarde van beide netten. Deze waarde dient, zoals de rechtbank heeft beslist, bepaald te worden aan de hand van de te verwachten opbrengst van de exploitatie van de twee netten gedurende de nog te verwachten restlevensduur, waarbij voorts rekening moet worden gehouden met een aantal andere door de rechtbank benoemde relevante omstandigheden. Thans wordt toegekomen aan de beoordeling van het deskundigenrapport, bezien in het licht van het commentaar van partijen daarop.

2.3.

De rechtbank slaat daarbij geen acht op producties waarop geen voldoende duidelijk beroep is gedaan, ook niet als die producties volgens de desbetreffende partij als volledig herhaald en ingelast moeten worden beschouwd. In het kader van een goede procesorde is het niet aan de rechtbank om in producties naar het standpunt van een procespartij te zoeken, maar aan een procespartij om haar standpunt op voldoende duidelijke wijze naar voren te brengen. Anders weet de wederpartij niet goed waartegen zij zich heeft te verweren.

2.4.

De rechtbank kan (niet: moet) ambtshalve of op verzoek van partijen een mondelinge behandeling bevelen. Partijen hebben na het gereedkomen van het deskundigenrapport verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen omdat zij geen aanleiding ziet voor een nieuwe mondelinge behandeling. De rechtbank acht zich voldoende geïnformeerd. Er heeft in deze zaak een rechterwisseling plaatsgevonden omdat mr. A. Boer thans niet langer werkzaam is binnen de onderhavige kamer van de rechtbank. Haar plaats wordt ingenomen door mr. S. M. den Hollander. Omdat er na het plaatsvinden van de mondelinge behandeling inmiddels al een tussenvonnis is gewezen, is een nieuwe mondelinge behandeling vanwege deze rechterswisseling ook niet verplicht (HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662).

2.5.

Partijen zijn onderling (ten overstaan van de deskundige) nader overeengekomen om ook voor de waarde van het Gasnet als peildatum 1 januari 2020 te hanteren (eerst was de peildatum voor het Gasnet 1 mei 2019). Hiertegen bestaat, zoals de rechtbank al had geoordeeld, geen bezwaar.

2.6.

De deskundige rapporteert, deels samengevat, het volgende:

- de deskundige heeft de door de rechtbank opgedragen waarderingsmethode (ook wel geheten: de Discounted Cash Flowmethode) gehanteerd.

- partijen hebben samen in totaal 102 opmerkingen geplaatst over het concept-rapport.

- de deskundige begroot de waardes als volgt:

- waarde Elektriciteitsnet € 1.616.895

- waarde Gasnet € 38.798

- samen is dit € 1.655.693.

- Rendant is bereid alsnog zelf een aantal onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Als dat geschiedt wordt de gezamenlijke waarde van de twee netten iets hoger, namelijk € 1.696.101.

- partijen houdt verdeeld of er extra kosten gemaakt moeten worden wegens het vestigen van een zakelijk recht. Stedin Netbeheer stelt dat er momenteel geen zakelijke rechten gevestigd zijn ten opzichte van de particuliere percelen waarbinnen de kabels en leidingen liggen. Rendant zou de eerder gevestigde opstalrechten verkocht hebben aan een derde partij. Rendant stelt dat het recht van toegang en de leg- en ligrechten zijn verzekerd door middel van een erfdienstbaarheid die op de percelen rust en dat, alternatief, zakelijke rechten kunnen worden afgedwongen via de Belemmeringenwet Privaatrecht jo. artikel 20 Elektriciteitswet 1998 en artikel 39a Gaswet 2000 of via de Aansluiting en Transport Overeenkomst. Als met deze kosten rekening moet worden gehouden komt de waarde van beide netten uit op:

- € 1.463.185 (exclusief onderhoudswerkzaamheden Rendant)

- € 1.503.594 (inclusief onderhoudswerkzaamheden Rendant).

2.7.

In beginsel heeft de civiele rechter een beperkte motiveringsplicht wat betreft zijn beslissing de zienswijze van de deskundige al dan niet te volgen; de inhoud van deze motiveringsplicht is afhankelijk van de aard van het bewijsmateriaal en de aard en de mate van precisering van de daartegen door partijen aangevoerde bezwaren (Hoge Raad 05-12-2003, ECLI:NL:HR:2003:AN8478). De rechter hoeft slechts te oordelen dat hij het deskundigenrapport overtuigend acht, zeker indien de motivering van de deskundige vooral is gebaseerd op diens bijzondere kennis, ervaring en/of intuïtie.

2.8.

De rechtbank acht de bevindingen van de deskundige logisch en concludent en maakt ze tot de hare. De deskundige heeft zijn opdracht uitgevoerd overeenkomstig de instructie van de rechtbank, namelijk door als maatstaf te hanteren de te verwachten opbrengst van de exploitatie van de twee netten gedurende de nog te verwachten restlevensduur, waarbij hij rekening heeft gehouden met een aantal andere door de rechtbank geformuleerde relevante omstandigheden. De deskundige heeft zijn rapport gebaseerd op de actuele ouderdom van het Gasnet en het Elektriciteitsnet, de technische staat en de te verwachten levensduur bij normaal gebruik en onderhoud.

2.9.

De rechtbank is dus van oordeel dat de kritiek van beide partijen op het deskundigenrapport faalt. In dit oordeel wordt het navolgende betrokken.

2.10.

De kritiek van partijen komt er niet zelden op neer dat zij een andere weging maken van de omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de waardebepaling, bijvoorbeeld over de levensduur van een net, over de kosten die gemoeid zijn met onderhoud, over kosten van herstel vanwege grondverzakking of over vervanging van materiaal (twee compactstations). De rechtbank hecht echter meer waarde aan de weging die door de - onafhankelijke - rechtbankdeskundige is verricht dan aan de weging die partijen maken. Het volstaat voorts niet zonder meer dat partijen andere bedragen noemen waarvan de deskundige had moeten uitgaan.

2.11.

Aan de bezwaren van Stedin Netbeheer over de onduidelijke juridische status van de leidingen gaat rechtbank voorbij. Stedin Netbeheer stelt dat Rendant haar glasvezelnetwerk heeft verkocht aan een derde en daarbij het opstalrecht (niet alleen van het glasvezelnetwerk maar ook) van het Gasnet en het Elektriciteitsnet heeft overgedragen. Dit is geschied onder het bedingen van een recht van erfdienstbaarheid, maar volgens Stedin Netbeheer is dit recht ‘obscuur.’ Het is de rechtbank echter niet duidelijk waarom de erfdienstbaarheden als obscuur zouden mogen worden beschouwd. In zoverre is het verweer niet goed onderbouwd. De rechtbank zal daarom uitgaan van een waarde van € 1.616.895 voor het Elektriciteitsnet en van € 38.798 voor het Gasnet.

2.12.

Stedin Netbeheer moet sowieso van goeden huize komen wil haar kritiek op het deskundigenrapport kunnen slagen. De rechtbank heeft al eerder geoordeeld dat vaststaat dat de ACM aan Stedin Netbeheer toestaat haar tarieven te verhogen zodat Stedin Netbeheer haar investering in de twee netten kan terugverdienen. Stedin Netbeheer stelt niet dat, en waarom, het in dit geval (feitelijk) niet mogelijk zou zijn de prijs van de investering te verdisconteren in haar tarieven. Daarom moet aangenomen worden dat dat wel mogelijk is. Het is niet goed denkbaar dat een prijs te hoog is in het geval van tevoren al vaststaat dat de investering terugverdiend kan worden. En dan mogen hoge eisen worden gesteld aan de stellingen van Stedin Netbeheer dat de door de deskundige gerapporteerde waardes toch nog te hoog zouden zijn. Aan die hoge eisen voldoen de stellingen van Stedin Netbeheer niet.

Het standpunt van Stedin Netbeheer dat de twee netten een negatieve waarde hebben, zodat Stedin Netbeheer in haar visie geld toe zou moeten krijgen voor de twee netten, acht de rechtbank gelet op het rapport van de deskundige niet houdbaar. Dit standpunt wijst er niet direct op dat Stedin Netbeheer bereid is een redelijke prijs te betalen.

2.13.

Volgens Rendant is het deskundigenrapport niet actueel meer. Er moet volgens Rendant een nieuwe versie van het deskundigenrapport worden opgesteld omdat het huidige rapport is gebaseerd op de peildatum 1 januari 2020, terwijl de minister bij besluit van 19 december 2019 de termijn van inwerkingtreding van de onderhavige twee besluiten met een jaar heeft verlengd waardoor de netten uiterlijk 1 januari 2021 dienen te worden overgedragen. Onduidelijk is echter waarom de netten wat betreft waardering niet per peildatum 1 januari 2020 kunnen worden overgedragen, ook als de termijn van inwerkingtreding van onderhavige twee besluiten is verlengd. De rechtbank heeft bovendien te waken voor onredelijke vertraging van de procedure. De dagvaarding dateert immers al van 23 januari 2018.

Het valt daarbij geenszins uit te sluiten dat, bij een nieuwe versie van het deskundigenrapport, het niet zal lukken om vonnis te wijzen voor 1 januari 2021. Partijen blijken weinig genegen om hun stellingname te beperken tot de hoofdlijnen, gelet op de uitgebreide omvang van het processuele debat. Volgens het deskundigenrapport hebben partijen 102 opmerking geplaatst bij het conceptrapport. Eén en ander bevestigt het risico dat een nieuwe versie van deskundigenrapport, zoals wordt voorgestaan, niet tijdig gereed zal komen. En dan zou, in de visie van Rendant, wederom een nieuw deskundigenrapport opgesteld moeten worden.

2.14.

Teneinde zo dicht mogelijk bij de peildatum te blijven, zal de rechtbank bepalen dat de economische eigendomsoverdracht onmiddellijk moet plaatsvinden.

2.15.

Volgens Rendant had de deskundige zijn berekening niet mogen baseren op de ACM-tarieven die Stedin Netbeheer zal gaan hanteren, maar op de tarieven die Rendant zelf heeft gehanteerd. Slechts bij overdracht van het net van de ene netbeheer naar de andere netbeheerder (waarvan hier geen sprake is) mogen de ACM-tarieven, over de afgelopen vijf jaar, worden gehanteerd, aldus Rendant. Dit betoog faalt. In wezen komt de stellingname van Rendant er op neer dat de waardebepaling plaats had moeten vinden op de aanname van voortgezette exploitatie van de twee netten door de ‘verkoper’ in plaats van door de ‘koper.’ De gekozen waarderingssystematiek gaat echter juist uit van toekomstige kasstromen. En in de toekomst zal het Stedin Netbeheer, niet Rendant, zijn die die kasstromen genereert. Het deskundigenrapport is daarom terecht gebaseerd op de tarieven van Stedin Netbeheer.

2.16.

Volgens Rendant heeft de deskundige ten onrechte geen rekening gehouden met toekomstige groei van de omzet. Dit betoog faalt omdat hier sprake is van een onzekere toekomstige gebeurtenis. Evengoed kan de economie langdurig gaan stagneren waardoor de klanten van Rendant (uit het bedrijfsleven) minder energie zullen gaan afnemen. Bovendien is het overheidsbeleid juist gericht op afname van verbruik van (fossiele) energie, niet op een toename.

2.17.

Volgens Rendant heeft de deskundige ten onrechte geen rekening gehouden met

de transformatoren en meetdiensten die liggen binnen de installatie van een

afnemer en de meters die bij de afnemers zijn geplaatst. Dit betoog faalt.

Rendant heeft deze standpunten al ingenomen in reactie op het conceptrapport van de deskundige. De deskundige heeft hierop geantwoord dat de klant-transformatoren achter het overdrachtspunt geen onderdeel van het net zijn. En dat transformatoren die wel onderdeel zijn van het net, dienen om meerdere LS-aangeslotenen van energie te voorzien. Voor deze aangeslotenen gelden de LS-aansluittarieven en wordt geen tarief voor transformator-huur verrekend, aldus de deskundige. Ten aanzien van de meetdiensten heeft de deskundige bericht dat deze in het vrije domein vallen en niet door een netbeheerder gedaan worden en daarom buiten beschouwing moet blijven. Hetgeen Rendant in de conclusie na enquête heeft vermeld op dit punt geeft geen aanleiding om het oordeel van de deskundige niet te volgen.

2.18.

Volgens Rendant heeft de deskundige in een te hoge mate rekening gehouden met kosten van herstel van de netten. Rendant stelt in dit verband dat de deskundige is uitgegaan van:

- de kosten die nodig zijn om de netten in een dermate deugdelijke technische staat te brengen zodat Stedin Netbeheer kan voldoen aan haar wettelijke taak als netbeheerder onder artikel 11, eerste lid, Elektriciteitswet 1998 en artikel 10, eerste en derde lid, Gaswet 2000;

- herstelkosten om eventuele toekomstige risico’s te beperken.

De rechtbank acht echter deze wijze van begroting van herstelkosten (nog steeds) passen binnen de door de rechtbank verstrekte opdracht om het onderzoek te beperken tot noodzakelijk te maken herstelkosten. Het betoog van Rendant faalt derhalve.

2.19.

Rendant stelt dat zij voornemens is om zelf alsnog een aantal onderhoudswerkzaamheden te verrichten. De rechtbank gaat aan dit standpunt voorbij. Het oordeel van de rechtbank is gebaseerd op het rapport van de deskundige. De deskundige heeft per definitie geen rekening kunnen houden met (eventuele) toekomstige onderhoudswerkzaamheden van de netten, al was het maar omdat niet verzekerd is dat die eventuele werkzaamheden ook deugdelijk worden uitgevoerd. Ook de rechtbank kan daarmee geen rekening houden, tenzij Rendant in de gelegenheid zou worden gesteld deze onderhoudswerkzaamheden uit te voeren en daarna een aanvullend deskundigenrapport zou worden opgesteld. Dat zou echter leiden tot onredelijke vertraging van de procedure.

2.20.

De rechtbank acht, anders dan Rendant, niet onterecht dat de deskundige in zijn rapportage rekening heeft gehouden met een kostenpost van € 91.000 voor onvoorziene

herstelkosten. Uit de stellingen van Rendant valt niet af te leiden dat sprake is van strijd met de door de deskundige te hanteren waarderingsmethode dan wel dat deze post (anderszins) in strijd is met bedrijfseconomisch verantwoorde (of althans: te billijken) uitgangspunten.

2.21.

Slotsom is dat aan Rendant een vergoeding toekomt die hoger is dan Stedin Netbeheer bereid is te betalen maar lager is dan Rendant vordert. Beide partijen worden dus deels in het ongelijk gesteld. Om die reden zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder van partijen haar eigen proceskosten moet dragen. De omstandigheid dat het hier om gedwongen eigendomsoverdracht gaat, maakt niet dat Stedin in de proceskosten moet worden veroordeeld zoals door Rendant is verzocht. Zoals eerder is geoordeeld is van onteigening geen sprake.

2.22.

Beide partijen hebben een helft van de oorspronkelijk door de deskundige begrote kosten ter griffie in depot gestort (ieder een helft ad € 33.601,70, samen € 67.203,40, steeds inclusief btw). De deskundige heeft uiteindelijk in totaal € 90.368,85 inclusief btw in rekening gebracht.

2.23.

De rechtbank heeft de deskundige verzocht om een nadere specificatie van zijn meerkosten. De deskundige heeft daarop zijn meerkosten nader gespecificeerd bij brief van 16 december 2019. Beide partijen hebben zich kunnen uitlaten over de meerkosten. Stedin Netbeheer acht de extra kosten aanvaardbaar, Rendant niet. De rechtbank acht, gelet op de nadere specificatie van de deskundige en partijen daaromtrent gehoord hebbend, de meerkosten van de deskundige redelijk. De rechtbank acht voldoende duidelijk geworden dat de deskundige door toedoen van partijen meer kosten heeft moet maken dan voor hem voorzienbaar was. Ieder van partijen zal een helft moeten betalen van de kosten van het deskundigenrapport. De rechtbank zal de griffier gelasten het depotbedrag uit te keren aan de deskundige. Voor het meerdere zal de rechtbank een bevelschrift uitvaardigen.

2.24.

In conventie zijn dus toewijsbaar:

- vordering 1, tot economische eigendomsoverdracht en waardevaststelling van het elektriciteitsnet,

- vordering 2, tot economische eigendomsoverdracht en waardevaststelling van het gasnet,

- van vordering 3: de subsidiaire vordering dat Rendant de economische eigendom van de twee netten moet overdragen aan Stedin Netbeheer. De rechtbank heeft al eerder geoordeeld dat de primaire vordering sub 3 - dat de volle eigendom moet worden overgedragen - niet toewijsbaar is. Tevens is van vordering 3 toewijsbaar de veroordeling van Stedin Netbeheer tot betaling aan Rendant van het bedrag van de waarde van de twee netten.

2.25.

De beslissing in conventie zal zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Een waardevaststelling is in wezen een verklaring voor recht. Een verklaring voor recht is niet uitvoerbaar bij voorraad omdat een dergelijk vonnis niet geëxecuteerd kan worden. Daarom zal het vonnis niet volledig uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

in reconventie

2.26.

De rechtbank neemt haar oordelen in conventie hier over. In conventie wordt Stedin Netbeheer al veroordeeld tot betaling aan Rendant. Dat maakt een identieke veroordeling in reconventie overbodig. Ook voor het overige zal het gevorderde in reconventie worden afgewezen. Dit volgt uit de andersluidende oordelen in conventie.

2.27.

De proceskosten tussen partijen zullen, nu zij de facto over en weer deels in het ongelijk gesteld worden (over de waarde van de twee netten), worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen proceskosten moet dragen.

2.28.

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad is niet aan de orde, aangezien in reconventie niets wordt toegewezen.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

stelt de waarde van het Particuliere Elektriciteitsnet in overeenstemming met

hetgeen bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 is bepaald voor de onderhavige situatie

ingevolge het Besluit Aanwijzing Elektriciteitsnet op € 1.616.895,

3.2.

stelt de waarde van het Particuliere Gastransportnet in overeenstemming met

hetgeen bij of krachtens de Gaswet is bepaald voor de onderhavige situatie ingevolge het

Besluit Aanwijzing Gastransportnet op € 38.798,

3.3.

veroordeelt Rendant tot onmiddellijke economische eigendomsoverdracht van het Particuliere Elektriciteitsnet aan Stedin Netbeheer tegen betaling van een bedrag van € 1.616.895 en tot medewerking voor zover benodigd aan de economische eigendomsoverdracht van het Particuliere Elektriciteitsnet aan Stedin Netbeheer,

3.4.

veroordeelt Rendant tot onmiddellijke economische eigendomsoverdracht van het Particuliere Gastransportnet aan Stedin Netbeheer tegen betaling van € 38.798 en tot medewerking voor zover benodigd aan de economische eigendomsoverdracht van het Particuliere Gastransportnet aan Stedin Netbeheer,

3.5.

bepaalt dat ieder van partijen haar eigen proceskosten moet dragen en dat ieder van partijen de helft van de kosten van de deskundige verschuldigd is, waaronder de kosten van het meerwerk van de deskundige,

3.6.

gelast de griffier tot uitbetaling van het depotbedrag aan de deskundige,

3.7.

verklaart dit vonnis wat betreft r.o. 3.3. tot en met 3.6. uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.9.

wijst het gevorderde af,

3.10.

bepaalt dat ieder van partijen haar eigen proceskosten moet dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren, mr. S.M. den Hollander en mr. W. van de Wetering en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door de rolrechter mr. C. Bouwman op 1 april 2020.

[2517/2457/2872/2983]