Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:3001

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-04-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
8202377 / CV EXPL 19-52021
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Verstekvonnis wordt vernietigd en oorspronkelijke vordering wordt alsnog afgewezen. Eiser heeft verkeerde partij gedagvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8202377 / CV EXPL 19-52021

uitspraak: 3 april 2020

vonnis in verzet van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats eiseres] ,

eiseres,

gedaagde in verzet,

2. [eiser 1], vennoot van eiseres sub 1.,

wonende te [woonplaats eiser 1] ,

gedaagde in verzet,

3. [eiser 2], vennoot van eiseres sub 1.,

wonende te [woonplaats eiser 2] ,

gedaagde in verzet,

gemachtigde: mr. C.M.T. van de Wiel te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAA Verzekeringen B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

eiseres in verzet,

gemachtigde: mr. P.C. Knijp te Rotterdam.

Partijen worden hierna “ [eisers] .” respectievelijk “SAA Verzekeringen” genoemd.

[eisers] . wordt afzonderlijk aangeduid als “de [eiseres] ”, “ [eiser 1] ” en “ [eiser 2] ”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de inleidende dagvaarding van 19 september 2019, met 7 producties;

  • -

    het verstekvonnis van 24 oktober 2019 met zaaknummer 8066615 \ CV EXPL 19-41830;

  • -

    de verzetdagvaarding van 21 november 2019, met 2 producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in oppositie, met een productie;

  • -

    het tussenvonnis van 16 december 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de conclusie van repliek in oppositie, met een productie;

  • -

    het proces-verbaal van de op 6 februari 2020 gehouden comparitie van partijen.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Met ingang van 10 juni 2018 heeft de [eiseres] voor haar personenauto met kenteken

[kentekennummer] (hierna: “de auto”) een zakelijke personenautoverzekering afgesloten met polisnummer [polisnummer 1] . In het in dat kader afgegeven polisblad, dat door “Gevolmachtigde [bedrijf 5] ” is ondertekend, is onder meer het volgende vermeld:

“(…)

Adviseur [bedrijf 2] (…)

Verzekeringnemer [eiseres] (…)

(…)

Motorrijtuig

Zakelijke Personenauto BMW 5-SERIE 530D BLUEP. HIGH EX.

(…)

Verzekeraar [bedrijf 1]

(…)”

2.2

[bedrijf 1] (hierna: “ [bedrijf 1] ”) handelt tevens onder de naam “ [handelsnaam] ”. Op de verzekeringsovereenkomst zijn de polisvoorwaarden met nummer [polisnummer 2] van toepassing. Artikel 32.3 van de polisvoorwaarden luidt als volgt:

Expertise

Bij schade kan door [handelsnaam] een deskundige worden benoemd die in overleg met de reparateur voor rekening van [handelsnaam] de schade vaststelt. Bij gebreke van overeenstemming tussen deze deskundige en de reparateur omtrent de grootte van de schade heeft de verzekerde het recht tegenover de door [handelsnaam] aangewezen deskundige op eigen kosten een deskundige aan te wijzen. Bij verschil van mening tussen beide deskundigen zullen zij een derde deskundige benoemen, wiens schadevaststelling binnen de grenzen van beide taxaties moet blijven en bindend zal zijn. De kosten van de derde deskundige worden door elk van de partijen voor de helft gedragen. Indien een verzekerde door de derde deskundige geheel in het gelijk wordt gesteld, zijn de kosten van alle deskundigen voor rekening van [handelsnaam] .”

2.3

Op 4 september 2018 zijn [eiser 1] en [eiser 2] betrokken geraakt bij een verkeersongeval in Duitsland, waarbij schade is ontstaan aan de auto.

2.4

De [eiseres] heeft de schade gemeld bij haar assurantietussenpersoon [bedrijf 2] (hierna: “ [bedrijf 2] ”).

2.5

Het door de verzekeraar ingeschakelde schadebedrijf, [bedrijf 3] (hierna: “ [bedrijf 3] ”), heeft de schade vastgesteld op € 10.438,02 exclusief btw.

2.6

Bij brief van 28 september 2018 heeft SAA Verzekeringen een afschrift van het expertiserapport van [bedrijf 3] aan [bedrijf 2] verzonden.

2.7

De [eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde. Vervolgens is [bedrijf 4] ingeschakeld – wie de opdrachtgever is geweest, is onbekend – om de schade te bepalen. De expert van [bedrijf 4] heeft geconcludeerd dat de schade door [bedrijf 3] op juiste wijze is vastgesteld.

2.8

In december 2018 heeft er diverse e-mailcorrespondentie plaatsgevonden tussen de [eiseres] c.q. [eiser 1] en [bedrijf 5] . (hierna: “ [bedrijf 5] ”) over het vastgestelde schadebedrag. Ondanks de bezwaren van de [eiseres] , heeft [bedrijf 5] medegedeeld het schadebedrag te handhaven.

2.9

Bij onder zaaknummer 8066615 \ CV EXPL 19-41830 gewezen verstekvonnis van

24 oktober 2019 is SAA Verzekeringen veroordeeld in te stemmen met en tot betaling van de kosten van een te benoemen onafhankelijke deskundige om de waarde van de personenauto met het kenteken [kentekennummer] vast te stellen en tot betaling aan de [eiseres] van

€ 4.833,95, met veroordeling van SAA Verzekeringen in de kosten van de procedure.

3. Het geschil

3.1

De [eiseres] heeft bij (oorspronkelijke) dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, SAA Verzekeringen te veroordelen tot:

- betaling van en instemmen met het benoemen van een onafhankelijke deskundige om de waarde van de auto vast te stellen;

- betaling van € 4.833,95;

- betaling van de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente.

3.2

De [eiseres] heeft aan haar vordering het volgende ten grondslag gelegd.

De door SAA Verzekeringen ingeschakelde deskundige is bij de waardebepaling van de auto ten onrechte uitgegaan van een BMW 530D. De auto van de [eiseres] betreft namelijk een BMW 530D High Executive, die is voorzien van alle mogelijke opties en accessoires en daardoor een hogere dagwaarde kent. Op het moment dat de verzekerde het niet eens is met de hoogte van de vastgestelde schade, heeft hij recht op het uitvoeren van een contra-expertise op grond van artikel 7:959 BW alsook op grond van artikel 32.3 van de polisvoorwaarden.

Nu SAA geen extra deskundige heeft benoemd, is SAA tekortgeschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst en heeft de [eiseres] recht op een aanvullende vergoeding voor de extra kosten die zij heeft gemaakt, zijnde de kosten van een vervangende huurauto in de periode van 7 september 2018 t/m 9 januari 2019 ad € 4.833,95.

3.3

SAA Verzekeringen heeft bij verzetdagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, haar te ontheffen van de bij vonnis van 24 oktober 2019 tegen haar uitgesproken veroordeling, met veroordeling van [eisers] . in de kosten van het verzet, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.

3.4

SAA Verzekeringen heeft aan haar vordering het volgende ten grondslag gelegd.

Primair stelt SAA Verzekeringen zich op het standpunt dat [eisers] . de verkeerde partij heeft gedagvaard. De verzekeringsovereenkomst is gesloten met [bedrijf 1] c.q. [handelsnaam] en is ondertekend door [bedrijf 5] als gevolmachtigde van [bedrijf 1] . Dit was en is bij [eisers] . bekend. [eisers] . had daarom [bedrijf 1] moeten aanspreken.

Subsidiair heeft [eisers] . geen belang bij haar vordering tot benoeming van een deskundige. Het staat de [eiseres] vrij om gebruik te maken van haar recht om zelf een onafhankelijke deskundige aan te wijzen en dat heeft zij ook gedaan met de inschakeling van [bedrijf 4] .

SAA Verzekeringen maakt voorts bezwaar tegen de gevorderde vergoeding van de kosten van de vervangende huurauto. Deze kosten vallen niet onder de dekking en [eisers] . heeft deze vordering onvoldoende onderbouwd.

4. De beoordeling

4.1

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat SAA Verzekering conform artikel 143 lid 2 Rv tijdig in verzet is gekomen en derhalve ontvankelijk is in haar verzet, althans voor zover het is ingesteld tegen de [eiseres] . Nu [eiser 1] en [eiser 2] niet als procespartij zijn betrokken in het verstekvonnis, is SAA Verzekeringen niet-ontvankelijk ten aanzien van hen.

4.2

In de eerste plaats is in geschil de vraag of de [eiseres] de juiste partij in rechte heeft betrokken. In reactie op het standpunt van SAA Verzekeringen dat de [eiseres] zich had moeten wenden tot [bedrijf 1] , heeft de [eiseres] aangevoerd dat SAA Verzekeringen in dit geval is opgetreden als gevolmachtigd assurantietussenpersoon van [bedrijf 1] en dat de [eiseres] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat SAA Verzekeringen de contractspartij was omdat zij alle communicatie heeft gevoerd met betrekking tot de afwikkeling van de schade.

Overwogen wordt als volgt.

4.3

De stelling van de [eiseres] dat SAA Verzekeringen de gevolmachtigd assurantietussenpersoon is van [bedrijf 1] , vindt geen steun in de stukken. Uit het polisblad van de desbetreffende verzekeringsovereenkomst kan worden afgeleid dat [bedrijf 1] de verzekeraar is en dat bij de totstandkoming van de overeenkomst [bedrijf 5] als gevolmachtigde is opgetreden. SAA Verzekeringen heeft voldoende aangetoond dat [bedrijf 5] een andere vennootschap is. De conclusie is dat [bedrijf 5] als gevolmachtigde in naam van [bedrijf 1] de verzekeringsovereenkomst met de [eiseres] is aangegaan.

In artikel 3:66 lid 1 BW is bepaald dat een door de gevolmachtigde verrichte rechtshandeling in haar gevolgen de volmachtgever treft. Dat betekent dat [bedrijf 1] juridisch geldt als degene die de handeling heeft verricht en [bedrijf 5] als de gevolmachtigde er tussen uit valt. Aldus is [bedrijf 1] door de rechtshandeling van [bedrijf 5] gebonden aan de overeenkomst en is [bedrijf 1] aan te merken als de contractspartij van de [eiseres] .

Het voorgaande brengt ook met zich dat, indien er al vanuit zou worden gegaan dat SAA Verzekeringen is opgetreden als de gevolmachtigd assurantietussenpersoon van [bedrijf 1] – zoals door de [eiseres] betoogd – SAA Verzekeringen ook dan niet kan worden aangesproken als contractspartij.

4.4

Voorts is niet gebleken dat de [eiseres] alle communicatie over de afwikkeling van de schade heeft gevoerd met SAA Verzekeringen. Alle in december 2018 gevoerde

e-mailcorrespondentie vond immers plaats tussen de [eiseres] c.q. [eiser 1] en

[bedrijf 5] . Hoewel voor te stellen is dat de brief van 28 september 2018 (zie 2.6) van SAA Verzekeringen verwarring kan wekken bij de [eiseres] over de identiteit van de contractspartij, is die enkele brief, gelet op de inhoud van het polisblad en de correspondentie met [bedrijf 5] , onvoldoende voor de [eiseres] om er gerechtvaardigd vanuit te gaan dat zij zich tot SAA Verzekeringen moest wenden.

4.5

SAA Verzekeringen heeft dan ook terecht gesteld dat zij niet de contractspartij is van de [eiseres] met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst. Reeds om die reden is het verzet van SAA Verzekeringen gegrond. De vordering van de [eiseres] dient bij gebreke van een grondslag te worden afgewezen. Een inhoudelijke bespreking van de wijze waarop de schade aan de auto dient te worden vastgesteld, kan verder achterwege worden gelaten.

4.6

De kantonrechter zal het tussen partijen gewezen verstekvonnis van 24 oktober 2019 vernietigen en opnieuw recht doen, waarbij de oorspronkelijke vordering van de [eiseres] alsnog wordt afgewezen.

4.7

De [eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van de verzetprocedure te dragen, zij het dat de explootkosten van de verzetdagvaarding op de voet van artikel 141 Rv voor rekening blijven van SAA Verzekeringen.

4.8

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart SAA Verzekeringen niet-ontvankelijk in haar vordering jegens [eiser 1] en [eiser 2] ;

vernietigt het op 24 oktober 2019 tussen partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 8066615 \ CV EXPL 19-41830;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de oorspronkelijke vordering van de [eiseres] af;

veroordeelt de [eiseres] in de kosten van de verzetprocedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van SAA Verzekeringen vastgesteld op € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt de [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120,00 aan nasalaris, indien de [eiseres] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is de [eiseres] de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter terechtzitting door

mr. C.H. Kemp-Randewijk.

775