Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2998

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
07-04-2020
Zaaknummer
8157591 CV EXPL 19-48476
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betaling na dagvaarding. Toepassing toerekeningsregels en verschuldigdheid buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8157591 CV EXPL 19-48476

uitspraak: 27 maart 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Leiden,

eiseres,

gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 6 november 2019, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. het tussenvonnis van 25 november 2019 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  4. de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 februari 2020.

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

[gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een zorgverzekering afgesloten zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Op grond van deze overeenkomst is [gedaagde] bij vooruitbetaling premie verschuldigd.

3. Het geschil

3.1

Zilveren Kruis vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van een bedrag van € 381,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom vanaf 6 november 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de btw.

3.2

Zilveren Kruis legt – kort samengevat – het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] is op grond van de zorgverzekeringsovereenkomst gehouden om premie te voldoen. Zij legt nakoming van deze verplichting aan haar vordering ten grondslag. De achterstand is – inclusief rente en kosten – opgelopen tot een bedrag van € 381,21.

3.3

[gedaagde] voert als verweer dat zij de achterstand op 5 november 2019 is ingelopen.

4. De beoordeling

4.1

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] premie dient te betalen. Partijen zijn het er gelet op hun verklaringen ter mondelinge behandeling ook over eens dat de premie tot en met november 2019 door [gedaagde] is voldaan. Op de mondelinge behandeling heeft Zilveren Kruis verklaard dat zij daarom alleen nog de buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en proceskosten vordert. De kantonrechter begrijpt dit als een vermindering van eis.

4.2

[gedaagde] heeft niet weersproken dat zij de premie bij vooruitbetaling moest voldoen. Ook heeft zij erkend dat zij deze te laat heeft betaald. Dat betekent dat zij steeds in verzuim is geraakt wanneer een betaaltermijn was verstreken. Op grond van artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek is de wettelijke rente verschuldigd over de periode dat sprake is van verzuim. De wettelijke rente is daarom over deze periode toewijsbaar.

4.3

Voldoende is gebleken dat voldaan is aan de wettelijke vereisten voor het vorderen van vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Zilveren Kruis heeft immers een brief aan [gedaagde] gestuurd waarin zij aanmaant om binnen veertien dagen na ontvangst van die brief alsnog de achterstand te betalen. [gedaagde] heeft niet binnen die termijn betaald. Daarom is zij buitengerechtelijke kosten verschuldigd geworden.

4.4

Samenvattend zal een bedrag van € 60,36 worden toegewezen, gebaseerd op € 58,24 aan buitengerechtelijke kosten en € 2,12 aan vervallen wettelijke rente. Op grond van artikel 6:44 BW strekken de betalingen van [gedaagde] eerst in mindering van de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Dat betekent dat het nog openstaande bedrag van € 60,36 bestaat uit hoofdsom, zodat daarover de wettelijke rente verschuldigd blijft.

4.5

[gedaagde] stelt dat zij de achterstand al voor het uitbrengen van de dagvaarding heeft ingelopen, namelijk op 5 november 2019. Zilveren Kruis voert aan dat zij deze betalingen pas op 6 november 2019 – de dag van dagvaarding – heeft ontvangen. [gedaagde] heeft niet nader onderbouwd dat zij de betalingen al op 5 november 2019 heeft verricht, zodat van de juistheid van het financieel overzicht van Zilveren Kruis wordt uitgegaan. Zilveren Kruis heeft [gedaagde] daarom niet voor een te hoog bedrag gedagvaard. [gedaagde] diende bovendien ook de reeds vervallen wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten te betalen.

4.6

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.7

Voor het (eventueel) treffen van een betalingsregeling met (de gemachtigde van) Zilveren Kruis wordt [gedaagde] verwezen naar (de gemachtigde van) Zilveren Kruis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 60,36, te vermeerderen met de wettelijke over dit bedrag vanaf 6 november 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 121,- aan griffierecht, € 103,06 aan dagvaardingskosten en € 72,- (2 punten à € 36,-) aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

41645