Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2928

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
03-04-2020
Zaaknummer
C/10/592555 / FA RK 20-1446
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf, artikel 26 Wzd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/592555 / FA RK 20-1446

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 maart 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] ,

hierna: cliënt,

wonende en thans verblijvende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,

advocaat mr. P.C. van Houten te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 4 maart 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 4 maart 2020;

 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door drs. R. Schildmeijer, specialist ouderengeneekunde, van 25 februari 2020;

 een cliëntdossier en het zorgplan van 20 januari 2020.

 een schrijven opgesteld door drs. E.F.J. Meulen van 19 september 2020;

 een besluit van het CIZ na onderzoek voor besluit en opname op grond van artikel 21 Wzd van 11 februari 2020;

 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 11 februari 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 maart 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 cliënt (in het bijzijn van twee vriendinnen, de medewerker van thuiszorg en de casemanager);

 haar hierboven genoemde advocaat;

 [naam 1] , casemanager dementie, verbonden aan Het Spectrum;

 [naam 2] , vriendin en mantelzorger van cliënt.

Daarnaast waren mevrouw [naam 3] , vriendin van cliënt, en mevrouw [naam 4] , medewerker van de thuiszorg, bij cliënt aanwezig tijdens de mondelinge behandeling.

2. Beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer.

2.3.

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt. Cliënt is in 2019 gediagnosticeerd met Alzheimer. Zij woont ten tijde van de mondelinge behandeling in een aanleunwoning. Daar vertoont zij gedesoriënteerd gedrag, kan zij verbaal agressief worden en dwaalt zij over de gangen. Gedurende de nachten dwaalt zij zelfs over straat en weet zij de weg naar huis niet meer te vinden. Dat is de afgelopen twee maanden gemiddeld eens per week gebeurd. Haar buren hebben haar geregeld moeten thuisbrengen. De casemanager bij de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat cliënt daarnaast bang is in haar eigen woning en niet alleen durft te zijn, waardoor zij haar woning verlaat. Het is onduidelijk of cliënt nog voldoende eet en zij is de afgelopen periode veel gewicht verloren. Voorts lijkt zij zichzelf niet meer te wassen.

2.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Client kan in de thuissituatie niet meer voor zichzelf zorgen, zij heeft 24-uurs zorg nodig. Hoewel de medische verklaring zeer karig was onderbouwd, is er voor het overige voldoende informatie voor handen om deze inschatting te kunnen maken.

2.5.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. In de thuissituatie is intensieve thuiszorg ingezet, dit bleek onvoldoende te zijn om bovengenoemde nadelen te voorkomen. Daarnaast dreigt de mantelzorgster overbelast te raken door de intensieve zorg voor cliënt, mede gezien het feit dat cliënt haar meerdere keren per week ’s nachts opbelt.

2.6.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Zij heeft geen ziektebesef en –inzicht en is van mening dat een opname niet noodzakelijk is.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 september 2020.

Deze beschikking is op 18 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 25 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.