Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2915

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-03-2020
Datum publicatie
03-04-2020
Zaaknummer
8310198 vz verz 20-1696
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op primair d-grond, subsidiair g-grond en meer subsidiair op de i-grond afgewezen. Geen van de gronden is voldragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0391
JAR 2020/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8310198 VZ VERZ 20-1696

uitspraak: 30 maart 2020

beschikking ex artikel 7:671b lid 1 Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Apotheek Gezondheidscentrum Beverwaard B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. E.J. Eijsberg,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats verweerster] ,

verweerster,

gemachtigde: mr. C.E. Derksen.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Apotheek Beverwaard’ en ‘ [verweerster] ’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

  • -

    het verzoekschrift, met producties ontvangen op 6 februari 2020;

  • -

    het verweerschrift, met producties.

1.2

Op 6 maart 2020 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.

Namens Apotheek Beverwaard zijn mevrouw [naam 1] , voormalig bestuurder a.i., en mevrouw [naam 2] , Centrum manager, verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.

[verweerster] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.

Partijen hebben hun standpunten toegelicht, de gemachtigde van Apotheek Beverwaard aan de hand van pleitnotities, die zijn overgelegd. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De datum van de uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1

Apotheek Beverwaard drijft een apotheek binnen Gezondheidscentrum Beverwaard. Apotheek Beverwaard is onderdeel van ZON BOOG een eerstelijns samenwerkingsverband. Van dit samenwerkingsverband maken onder meer negen gezondheidscentra en vier apotheken deel uit.

2.2

[verweerster] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 september 2017 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, voor de duur van één jaar, bij Apotheek Beverwaard in dienst getreden in de functie van beherend apotheker. Deze arbeidsovereenkomst is per 1 september 2018 voor de duur van één jaar verlengd en met ingang van 1 september 2019 is [verweerster] op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werkzaam.

2.3

Het salaris van [verweerster] bedraagt thans € 6.476,00 bruto, vermeerderd met 8% vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.

2.4

In het verslag van het beoordelingsgesprek van 5 juli 2018 is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“ [voornaam verweerster] is bijna een jaar in dienst. Haar functioneren is door [naam 3] en [naam 4] als goed beoordeeld en beiden willen haar graag houden. Het is een aanwinst voor de apotheek zelf, het GCB en voor het MT-farmacie. [voornaam verweerster] geeft aan voorlopig nog de verlenging van het jaarcontract te willen. Dit met name omdat zij zich zorgen maakt over de volwassenheidsniveau van de organisatie in zijn geheel en de ondersteuning vanuit het Roer.

Binnen haar team heeft zij veel veranderd, maar het moet nog consolideren. (…).

De fundering van de apotheek staat nu veel steviger dan toen HK vorig jaar is begonnen.

Als aanvullende aandachtspunten wordt afgesproken dat:

- - de klant- leverancier verhoudingen mbt Humanitas opgepakt zullen worden

- Vanuit de wijk meer aan de klantrelatie gewerkt zal worden

- De financiële zaken nog beter neergezet zullen worden:

- Marges kunnen omhoog

- Voorraadbeheer verder op orde

- Contact met groothandel ook

-Doelstellingen zullen steeds meer apotheek-breed worden

(…)”

In het formulier is bij het blok ‘medewerkers’ opgenomen “Steeds beter, groepsvorming is gaande, een paar moeilijke collega’s weg” en voorts “Tijd is nodig en veel aandacht. Voor HR zaken zou HK graag meer ondersteuning van P&O willen”.

2.5.

In het beoordelingsformulier van 18 juni 2019 zijn ten aanzien van de nieuwe resultaat afspraken de volgende onderwerpen opgenomen: cliënttevredenheid omhoog; handverkoop verhogen; binnen kaders begroting blijven; klachten vertalen naar structurele verbeteraanpak; apotheek toekomstbestendig maken; boeien en binden personeel; actieve bijdrage aan organisatieontwikkeling ZONBOOG.

Als eindoordeel is opgenomen:

Eindoordeel: Voldoende

Toelichting eindoordeel: Ik beoordeel het functioneren van [voornaam verweerster] als voldoende, ondanks dat nog niet alle resultaatgebieden helemaal behaald zijn. Ik zie dat [voornaam verweerster] erg hard gewerkt heeft aan haar persoonlijke ontwikkeling en professionaliteit. Dat is zeer te waarderen. Daarnaast zie ik dat zij consciëntieus bezig is met het verbeteren van de processen in de apotheek, het ondersteunen van het personeel in de apotheek, het begrijpen en daardoor ook kunnen sturen op de financiële resultaten.

(…)”

Bij de verklaring van de scores is ten aanzien van ‘voldoende’ opgenomen:

“Ervaren, competent in eigen werkgebied. Resultaten voldoen aan de eisen of overtreffen die in sommige gevallen. Resultaten en de manier waarop deze worden behaald zijn naar tevredenheid. Heeft potentieel en vraagt om normale aansturing”

2.6

Eind juli 2019 is, nadat de financiële administratie van ZON BOOG het vermoede had gekregen dat een en ander niet klopte omdat zij aanzienlijke verschillen constateerde tussen inkoop en omzet van medicatie, aan het licht gekomen dat vanaf januari 2019 tot en met juli 2019 medicatie bij Apotheek Beverwaard werd ontvreemd, waaronder opiaten.

2.7

Apotheek Beverwaard heeft Hoffman Bedrijfsrecherche ingeschakeld. Dit bureau heeft camera’s geplaatst in de apotheek. Op basis van de camerabeelden is een medewerkster als verdachte aangehouden. De betreffende medewerkster is geconfronteerd met de bevindingen. De medewerkster heeft bekend en is op staande voet ontslagen.

2.8

Bij brief van 8 augustus 2019 heeft Apotheek Beverwaard aan [verweerster] te kennen gegeven dat na het bekend worden van de onregelmatigheden in de apotheek de door de voormalig bestuurder toegezegde verlenging van haar dienstverband opnieuw aan de orde is geweest en dat op basis van de op dat moment bekende omstandigheden is besloten het dienstverband voort te willen zetten, maar wel met de volgende kanttekening.

“Nader onderzoek betreffende de onregelmatigheden zal nog plaatsvinden naar o.a. het beheer van de kritische processen in de apotheek. Ook zullen maatregelen worden genomen om van de situatie te leren en om herhaling te voorkomen. Mocht het nog uit te voeren onderzoek hiervoor aanleiding geven of als in de toekomst opnieuw zaken gaan spelen (welke dat dan ook zullen zijn) dan zullen, in de beoordeling van de dan gerezen situatie, de nu geconstateerde onregelmatigheden en inzichten over de huidige situatie, meegewogen worden. We rekenen op uw samenwerking in het verder onderzoek en bij het doorvoeren van maatregelen.”

2.9

Bij brief van 26 augustus 2019 heeft [verweerster] een reactie gegeven op de brief van 8 augustus 2019. [verweerster] heeft, onder meer, aangegeven dat zij het niet passend vindt dat in de brief nogmaals aan het incident wordt gerefereerd, omdat zij daarvan is vrijgepleit, dat eerst de resultaten van het onderzoek afgewacht moeten worden voordat tot (ver)oordelen wordt overgegaan en dat zij het vervelend vindt dat middels de brief deze informatie nu in haar personeelsdossier komt. Voorts merkt [verweerster] op dat toen zij 2 jaar geleden aantrad, de apotheek een achterstand had in het beheer, dat het wegwerken hiervan de prioriteit heeft gekregen en dat ook is gewerkt om de apotheek weer gezond te krijgen. Volgens [verweerster] kan haar niet worden verweten dat een medewerkster is overgegaan tot de verdachte handelingen en heeft [verweerster] samen met haar collega alles op alles gezet om de kwestie opgehelderd te krijgen. Voorts merkt [verweerster] in deze brief op dat zij zal meewerken aan verder onderzoek en dat uit voorzichtige conclusie af te leiden is dat sprake is van enorm veel pech bij het niet tijdig ontdekken van de onregelmatigheden, omdat een aantal controlemechanismen ook buiten de organisatie niet tijdig in werking zijn getreden, dat dit haar niet vrijpleit en voorts dat zij zich ook verantwoordelijk voelt voor het falen van het kwaliteitssysteem.

2.10

Apotheek Beverwaard heeft vanuit de overkoepelende organisatie ZON BOOG een intern onderzoek ingesteld met als opdracht inzichtelijk te maken wat de basisoorzaken zijn geweest waardoor de onregelmatigheden hebben kunnen plaatsvinden en waarom de onregelmatigheden niet zijn opgemerkt. Het rapport is op 12 september 2019 afgerond. In het rapport is onder meer het volgende geconcludeerd:

6. Conclusies

(…)

Een incident kent vaak niet één oorzaak maar is een reeks van kleinere gebeurtenissen, of zoals in dit geval, een reeks van kleinere zwakke plekken in de logistieke processen en systemen. Deze zwakke plekken zijn ontstaan doordat binnen Apotheek Beverwaard gewerkt wordt op basis van vertrouwen. De sfeer wordt als prima omschreven, de cultuur als open en veilig en de medewerkers werken zelfstandig. (…)

6.1.

Eenvoudige toegang tot systemen

Om te werken moet op de computer worden ingelogd. Voor het inloggen wordt één algemeen account gebruikt. Hoewel verre van ideaal blijkt dit vooralsnog noodzakelijk om een werkbare situatie te behouden. (…)

Alle medewerkers hebben een persoonlijke inlog voor Pharmacom. De medewerkers loggen in (…) maar loggen regelmatig niet uit bij het verlaten van de betreffende werkplek en/of einde van de werkdag. De computers blijven aanstaan en Pharmacom blijft openstaan. Dit heeft verdachte de mogelijkheid geboden op verschillende computers onder meerdere medewerkerscodes handelingen te verrichten zonder dat dit is opgevallen. (…)

De inrichting van de autorisatiestructuur binnen Pharmacom voldoet niet (…) Alle apothekersassistenten kunnen het gehele bestelproces doorlopen.

Van de ontvangen medicatie (…) wordt een elektronische pakbon aangeleverd. (…) Technisch vereist de elektronische pakbon geen controle of accordering voordat deze ingelezen kan worden.

Voor de opiaten moet een akkoord voor ontvangst gegeven worden (…) via de Brokissite. Op de Brokissite kunnen alle medewerkers inloggen met één algemeen account wat de verdachte de mogelijkheid heeft geboden de eigen bestelling van opiaten te accorderen voor ontvangst.

6.2

Fysieke ruimte biedt mogelijkheid

Het is mogelijk gebleken een krat met medicatie uit het zicht te plaatsen van de werkvloer en daarmee van het team (…). De verdacht hevelde gedurende de dag de gewenste medicatie over (…).

In deze ruimte staat tevens, uit het zicht, een computer die weinig gebruikt wordt maar waar wel alle logistieke handelingen op uitgevoerd kunnen worden. De verdachte heeft o.a. deze computer gebruikt. (…)

6.3.

Onvoldoende kennis en/of opvolging logistieke processen

(…)Veelal is bekend hoe gehandeld moet worden en welke controles uitgevoerd moeten worden. (…)

Bestellingen van medicatie kunnen door alle medewerkers in het AIS worden gegenereerd (o.a. door afboekingen), ook de opiaten. (…). De ontvangen medicatie wordt door alle medewerkers opgeruimd, ook de opiaten. (…).

Volgens de Handreiking administratie opiumwetmiddelen (…) moet de apotheker of een door de apotheker aangewezen persoon de ontvangstbrieven tekenen. Dit kan bij de huidige groothandel digitaal door op de Brokissite de ontvangsten van opiaten te accorderen. Alle afgemelde opiaten verdwijnen dan uit beeld (…) Het afmelden van de ontvangen opiaten werd door meerdere medewerkers gedaan (…) waarmee aan de Opiumwetbesluit werd voldaan. Maar hiermee is het nog géén barrière gebleken voor dit incident.

Resultaat (… ) is dat één medewerker in staat is alléén het gehele logistieke proces te doorlopen en medicatie te ontvreemden zonder barrières tegen te komen.

Tijdens overleg van MT Farmacie van 13-05-2019 is besloten dat Apotheek Beverwaard de voorraad niet meer partieel roulerend telt. Dit besluit is genomen na grote (levering)problemen met de toenmalige groothandel Pluripharm. (…) de laatste integrale telling heeft op 12 januari 2019 plaatsgevonden. (…) ontstaat uit enkele interviews het beeld dat voorraadbeheer geen speerpunt is binnen de apotheek. (…).

6.4

Onvoldoende beheersing financiën

(…) Op de maandfactuur van mei 2019 staat 11 keer hetzelfde opiaat gefactureerd zonder dat dit is opgevallen. Uit onderzoek is gebleken dat één enkele medewerker facturen kan accorderen van vele tienduizenden euro’s. (…)

Gebleken is dat er niet of nauwelijks gesprekken plaatsvinden op management en/of bestuurlijk niveau over de financiële voortgang. Zowel maand- als de kwartaalrapportages zijn niet besproken met de centrummanager en/of apotheker. Overigens bestaat op dit punt onduidelijkheid wie verantwoordelijk is voor welk deel van de financiële voortgang, welke rol de apotheker heeft in dit geheel en welke rol de centrummanager. Voor zover uit onderzoek is gebleken wordt niet gestuurd op financiële indicatoren welke opgenomen zijn in de maandrapportage en bij alle partijen bekend moeten zijn.

6.5

Onduidelijkheid afspraken m.b.t. taken en bevoegdheden

Er is veel beschreven aan logistieke protocollen, procedures en werkafspraken. Het zit niet in de systemen van de medewerkers deze eigen te maken (…) Hierop wordt ook niet gecontroleerd, de medewerkers spreken elkaar hier niet op aan.

(…).

Apotheek Beverwaard heeft (…) een kwaliteitsbeleid, (…) Jaarlijks wordt er een audit uitgevoerd (…) De laatste audit is door DEKRA uitgevoerd in maart 2019. Apotheek Beverwaard heeft de audit prima doorstaan en is daarmee opnieuw gecertificeerd. (…) uit bovenstaande blijkt dat een certificering, met een jaarlijkse audit (in- of extern), voor de logistiek binnen een apotheek, niet afdoende is.

Uit het onderzoek is vastgesteld dat het niet duidelijk is wie of welke functie verantwoordelijk is voor welk deel van de bedrijfsvoering en met name wat de rol van de centrummanager is voor de apotheek. Van daaruit kan het gebeuren dat er onvoldoende inhoudelijk en/of financieel toezicht is op de apotheek of dat noodzakelijke controle- of beheersmaatregelen tussen wal en schip geraken en niet worden uitgevoerd.”

2.11

In het interne rapport zijn tevens diverse aanbevelingen geformuleerd. Onder meer:

“(…)

7.1

Eenvoudige toegang tot systemen

(…)

Aanbeveling: Controle op naleving van afspraken inlogprocedure AIS. Aanwijzen beheerder indien nog niet gedaan.

Aanbeveling : Gebruik van UZI-passen voor inloggen overwegen

(…)

De apothekersassistenten hebben een ruime autorisatie met alle logistieke bevoegdheden binnen AIS

Aanbeveling: Afspraken maken over toekenning autorisaties en bevoegdheden in AIS (…)

1C Eén algemeen inlogaccount Brokissite

(…)

Aanbeveling: Toekennen van persoonlijke inlogaccounts Brokissite (…)

Aanbeveling: Afspraken maken over toekenning autorisaties en bevoegdheden op Brokissite (…)

Aanbeveling: Voor accorderen opiaten toepassen 4 ogen principe

(…)

3A Controlemomenten bestellingen (…)

(…)

Aanbeveling: Afspraken maken over en controle op bestellingen AIS (…)

Aanbeveling: Striktere controle op de bestelbevestigingen van de groothandel, met name m.b.t. opiaten.

3B Controlemoment bij binnenkomst goederen wordt niet (voldoende) gedaan

(…)

Aanbeveling: Tenminste afspraken rooster nakomen maar tevens werkafspraken aanscherpen en/of dagstart invoeren en taken ad hoc verdelen.

(…)

Aanbeveling: Periodieke controle pakbon door apotheker of door apotheker aangewezen medewerker

Aanbeveling: Periodieke fysieke controle van de ontvangen medicatie, doch op zijn minst van de ontvangen opiaten

Aanbeveling: de ontvangst van opiaten niet laten afhandelen door de besteller van diezelfde opiaten.

Aanbeveling: Nagaan bij de groothandel/Brokis of de ontvangsten van opiaten alléén geaccordeerd kunnen worden door apotheker.

3C Geen controle op afboeken van de voorraad (afboekcodes) (…)

(…)

Aanbeveling ad 1: Voorraadtelling – zie procedure – wellicht aanscherpen voor opiaten. (…)

Aanbeveling ad 3: Controle apotheker op aantal afboekingen (…) Muteren van de voorraad van opiaten moet volgens kwaliteitshandboek middels 4 ogen principe.

(…)

3D Onvoldoende sluitend voorraadbeheer

De controle van de opiaten moet volgens het kwaliteitshandboek maandelijks plaatvinden. Hierbij moet de volgende controle uitgevoerd worden : totaal voorraad systeem -/- recepten = voorraad op de plank. Iedere afwijking komt zo aan het licht. Deze controle heeft de maanden voorafgaand aan de ontvreemding niet plaatsgevonden.

Aanbeveling: De controle van de opiaten uitvoeren zoals beschreven in het kwaliteitshandboek.

(…)

3E Groothandel geeft onvoldoende signaal bij afwijkende (hoeveelheden) bestelling

Uit de interviews is gebleken dat de groothandel een tweede signaal moet afgeven, anders dan de gele attentieregels, indien er afwijkende bestelhoeveelheden van opiaten binnen komen. Dit tweede signaal, telefonisch contact met de apotheker, heeft te laat plaats gevonden. De groothandel verklaart dat dit niet is gebeurd omdat Apotheek Beverwaard een nieuwe klant is. (…)

Aanbeveling: Met de groothandel in gesprek gaan wanneer zij welk signaal moeten afgeven (…)

Aanbeveling: Alle attentieregels op de Brokissite moeten door de apotheker (of een door de apotheker aangewezen medewerker) gecontroleerd worden.

7.4

Onvoldoende beheersing financiën

(…)

4A Onvoldoende controle op inkoopfacturen

(…) Ook is vastgesteld dat het controleren van inkoopfacturen een complexe en arbeidsintensieve (administratieve) taak is

Aanbeveling: Inkoop facturen controleren volgens de (op te stellen) richtlijnen (…)

Aanbeveling: Inkoopfacturen controleren volgens 4 ogen principe – dubbele accordering in het systeem

Aanbeveling: Zoek naar slimmere (digitale) manieren voor controle inkoopfacturen

(…)

5B Niet voldoende controle en borging opvolging werkrooster

Aanbeveling: Werken volgens werkrooster en deze zo nodig aanscherpen / periodiek controleren op uitvoering.

Aanbeveling: Dagstart invoeren. (…) Dit kan een preventieve werking hebben. (…) een ad hoc taakverdeling verkleint het risico op een geplande ontvreemding.

(…)”

2.12

Op 4 oktober 2019 zijn twee medewerkers van de Apotheek Beverwaard elkaar op de werkvloer in de haren gevlogen. De arbeidsovereenkomst van een van de medewerkster is vanwege dit incident beëindigd.

2.13

Het rapport van het interne onderzoek is tijdens het MT Farmacie op 4 november 2019 besproken. In het verslag van dit overleg is voor zover van belang opgenomen:

“(…)

3.1

Intern onderzoek apotheek GC Beverwaard, ter bespreking [naam 5]

(…)

[naam 6] had graag een overzicht gezien met punten waarmee wij als apothekers aan de slag moeten. [naam 5] geeft aan dat we wachten op de uitkomsten van het extern onderzoek en dan hebben we dit overzicht ook in beeld.

[voornaam verweerster] is bezig om de eisen binnen haar apotheek aan te scherpen. (…)”

2.14

Naast het interne onderzoek heeft ZON BOOG ook een extern bureau, Van Es-Radhakishun Consulting (hierna Van Es), opdracht gegeven een onderzoek te doen. Bij dit onderzoek zijn alle vier de apotheken betrokken.

2.15

Van Es heeft in november 2019 haar rapport uitgebracht. Volgens het rapport zijn de onregelmatigheden in Apotheek Beverwaard aanleiding geweest om Van Es opdracht te geven alle apotheken onder ZON BOOG door te lichten en antwoord te geven op de volgende vragen:

“- Hoe is de governance geregeld (structuur, rapportage lijnen, periodiek verantwoording over kernindicatoren, rol MT Farmacie, taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden van beherend apothekers en Centrum managers)?

- Hoe is de samenwerking tussen de apotheken?

- Hoe worden de kritische processen beheerst en aangestuurd, zowel qua kwaliteit als efficiency? Wat gaat goed, wat kan/moet beter geregeld?

- Wat is de meerwaarde van de apotheken voor de gezondheidscentra?

- Hoe toekomstbestendig zijn de apotheken in de huidige stand-alone constructie?”

Ten aanzien van het onderzoek op het domein “Leiderschap, Management van medewerkers, Cultuur/image” is in het onderzoek ten aanzien van Apotheek Beverwaard opgenomen:

“(…)

De onderzoeker constateert dat er niet voldoende effectief leiding wordt gegeven. De apotheek bevindt zich in een onrustige fase. In juli is een medewerker op staande voet ontslagen vanwege de opiaat onrechtmatigheid. In juli is een assistente aangenomen (…) Deze nieuwe assistente heeft intensieve begeleiding nodig, waardoor irritatie in het team is ontstaan. Deze irritatie is op 4 oktober geëscaleerd (…) De onderzoeker is op 2 en 11 oktober 1,5 dag in de apotheek geweest en rapporteert op basis van de gesprekken en eigen waarnemingen de volgende bevindingen.

(…)

“Samengevat constateert de onderzoeker dat de beherend apotheker en de apothekers niet voldoende greep hebben op de organisatie.

- de rol van de hoofdassistente is niet helder gedefinieerd (tekortkoming)

- onvoldoende sturing op inwerkproces nieuw personeel (tekortkoming)

- onvoldoende sturing op ontwikkeling taakvolwassenheid – zelfstandig correct uitvoeren van processen (observatie)

- onvoldoende sturing op gedrag van assistentes en team stabiliteit

- er is niet adequaat ingegrepen op de groeiende instabiliteit en frictie in het team na het ontslag van een medewerker en de komst van een nieuwe assistente die veel begeleiding vroeg.

- bijsturing op gedrag als lang pauzeren en luidruchtige communicatie is niet als voldoende effectief ervaren”

Ten aanzien van het onderzoek op het domein “Beheersing van werkprocessen” is ten aanzien van Apotheek Beverwaard opgenomen:

“Sterk punt: apotheek is volledig over op papierloos werken met alle voordelen van dien. (…)

Alle kritische processen worden correct uitgevoerd, met uitzondering van de processen beheer infrastructuur, bestellingen, voorraadbeheer en opslag van geneesmiddelen, en opiaten beheer, (…) Die processen zijn niet voldoende robuust .

Tekortkoming 1: Beheer infrastructuur

De beherend apotheker stuurt als eindverantwoordelijk persoon niet voldoende op orde en netheid. (…) de apotheek straalt niet uit in-control te zijn.

(…)

Tekortkoming 2: Proces Bestellingen

(…) De onderzoeker heeft de indruk dat er geen uniforme, gestandaardiseerde werkwijze is.

Tekortkoming 3: Proces Voorraadbeheer

De voorraad handverkoop (Bisacodyl) klopt niet volledig, met als gevolg langere receptverwerking en wachttijd.

Tekortkoming 4 Proces opslag van geneesmiddelen

Diverse geneesmiddelen zijn niet correct opgeborgen n de ladekast. (…)

(…)

Het proces Opiaten beheer is op hoofdlijnen in alle apotheken onderzocht.

In apotheek Beverwaard zijn de werkwijzen die het proces kunnen borgen, niet volledig geïmplementeerd. Tekortkomingen:

- maandelijkse inventarisatie overzichten ontbreken

- een consequente dagelijkse afboeking in BrokisPro met een persoonlijke digitale code is niet aangetroffen.

Overige tekortkomingen:

-Opiaten opslag niet op orde

- opiaat recepten niet separaat bewaard

(…)”

2.16

Op 19 november 2019 heeft de toenmalig bestuurder met [verweerster] de uitkomst van het onderzoek van Van Es besproken en te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te willen beëindigen.

2.17

[verweerster] heeft zich na het gesprek ziek gemeld.

2.18

Bij brief van 22 november 2019 heeft Apotheek Beverwaard aan [verweerster] een voorstel gedaan om te komen tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst.

2.19

Bij brief van 20 december 2019 heeft ArboNed aan [verweerster] de door de arts opgestelde probleem analyse en advies toegestuurd. Hierin is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

“(…)

Conclusie over de arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte

Mevrouw [verweerster] kan om medische redenen momenteel haar eigen werk tijdelijk niet uitvoeren. Ze is hiervoor onder behandeling bij een deskundige. De klachten berusten naar mijn oordeel op een probleem in de werksituatie. Ik begrijp dat er volgende week een gesprek hierover staat gepland.

(…)

Dit geeft de volgende mogelijkheden ten aanzien van de werkhervatting

Ik verwacht dat mevrouw [verweerster] medisch gezien haar werk kan hervatten zodra het probleem in de werksituatie besproken en opgelost is.

(…)

Zijn er andere aspecten die van belang zijn voor het verzuim?

Mocht er geen oplossing worden bereikt adviseer ik om met een externe derde erbij nogmaals in gesprek te gaan, hiervoor kan een erkende mediator worden ingeschakeld

(…)”

2.19

Op 23 december heeft tussen partijen in het bijzijn van de gemachtigden een gesprek plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek is duidelijk geworden dat partijen verschillen van uitgangspunt.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1

Apotheek Beverwaard heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met [verweerster] op de voet van artikel 7:671b BW te ontbinden op grond van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid (anders dan door ziekte) als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder d BW, althans op grond van een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder g BW, althans op grond van artikel 7:669 lid 3 onder i BW op de kortst mogelijke termijn en kosten rechtens.

3.2

Apotheek Beverwaard heeft aan dit verzoek het volgende ten grondslag gelegd.

Primair dient de arbeidsovereenkomst te worden ontbonden op de d-grond. De stijl van leiderschap van [verweerster] sluit niet aan op wat Apotheek Beverwaard nodig heeft. [verweerster] heeft zowel onvoldoende adequaat opgetreden ten aanzien van het incident met de opiaten als ten aanzien van personeelszaken. Daarnaast volgt [verweerster] de adviezen van het management onvoldoende op en is er sprake is van een moeizame relatie met de centrum manager. [verweerster] wijst naar andere indien zij onder druk komt te staan en voorts geeft zij indien zij op haar functioneren wordt aangesproken verschillende informatie.

In de kwestie ten aanzien van de opiaten verwijt Apotheek Beverwaard [verweerster] dat zij de medewerkers onvoldoende heeft geïnstrueerd telkens uit te loggen uit het systeem, dat [verweerster] onvoldoende alert is geweest bij het controleren van de facturen, dat zij facturen met grote en afwijkende hoeveelheden medicatie in het bijzonder opiaten heeft geaccordeerd, dat de overkoepelende organisatie ZON BOOG aan de bel heeft moeten trekken en dat geen maandelijkse controle van de opiaten voorraad heeft plaats gevonden. Voorts verwijt Apotheek Beverwaard [verweerster] dat zij, hoewel het haar na de brief van 8 augustus 2019 duidelijk was dat haar werkgever geschokt was over het incident, in de maanden erna er niet in is geslaagd voor een positieve wending te zorgen en het opiaten beheer op orde te brengen, hoewel haar wel de gelegenheid is geboden. Ten aanzien van personeelszaken verwijt Apotheek Beverwaard [verweerster] dat zij niet heeft ingegrepen in een sluimerende conflict tussen twee medewerkers waardoor het conflict is geëscaleerd.

Subsidiair is er volgens Apotheek Beverwaard gelet op het voorgaande sprake van een verstoorde arbeidsverhouding en dient de arbeidsovereenkomst op de g-grond te worden ontbonden. Apotheek Beverwaard heeft op grond van hetgeen zij heeft waargenomen en hetgeen dat uit de rapportage naar voren is gekomen ieder vertrouwen in een verdere vruchtbare samenwerking met [verweerster] verloren. Daarnaast is Apotheek Beverwaard van mening dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding tussen [verweerster] en het team.

Indien en voor zover wordt geoordeeld dat geen sprake is van een voldragen d-grond of g-grond, is Apotheek Beverwaard van mening dat indien deze gronden in samenhang worden bezien er sprake is van de cumulatiegrond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub i BW, zodat op die grond de arbeidsovereenkomst dient te eindigen.

4. Het verweer en de nevenverzoeken

4.1

Het verweer strekt primair tot afwijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Subsidiair – indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden – heeft [verweerster] verzocht om aan haar de transitievergoeding van € 6.252,18,00 bruto en een billijke vergoeding van € 84.317,76 bruto toe te kennen, te vermeerderen met de wettelijke rente en voor zover wordt ontbonden op de cumulatiegrond de toe te kennen vergoedingen te verhogen met 50% van de transitievergoeding. Tot slot heeft [verweerster] verzocht Apotheek Beverwaard zowel primair als subsidiair te veroordelen in de proceskosten.

4.2

[verweerster] heeft daartoe het volgende aangevoerd.

[verweerster] betwist dat er aanleiding is de arbeidsovereenkomst op de d-grond te ontbinden. [verweerster] functioneert wel degelijk. Zij is in een apotheek terecht gekomen met veel ontwikkelpunten en een lastig team. [verweerster] is aan de slag gegaan om de apotheek weer te laten voldoen aan de basisvereisten. Volgens [verweerster] kan haar geen verwijt worden gemaakt met betrekking tot het incident met de opiaten en het incident tussen de twee medewerkster. [verweerster] heeft op het moment dat er het vermoeden was dat opiaten werden ontvreemd, direct actie ondernomen en veel tijd in het onderzoek gestoken. Ook heeft [verweerster] haar medewerking verleend aan het interne en het externe onderzoek. [verweerster] wijst er op dat, zoals blijkt uit het interne onderzoek, de groothandel de afwijkende bestellingen eerder had kunnen ontdekken, maar ,omdat Apotheek Beverwaard een nieuwe klant was, de afwijkende bestellingen pas later zijn ontdekt. [verweerster] erkent dat zij de facturen steekproefsgewijs had moeten controleren. Het volledig controleren van de facturen is volgens [verweerster] echter nagenoeg onmogelijk omdat dit te tijdrovend is. [verweerster] erkent dat de ontvreemding van de opiaten haar had kunnen opvallen, maar dat gelet op de omstandigheden waaronder de opiaten zijn ontvreemd, het nagenoeg onmogelijk was. [verweerster] heeft de medewerkers wel degelijk gewezen op het belang telkens uit te loggen en ook veel gewerkt aan het beheer van de voorraden en het verbeteren van de controle van de voorraad. Deze handelingen zijn echter niet gedocumenteerd. Dat [verweerster] het beheer van de opiaten nadien nog niet voldoende onder controle had, heeft te maken met het feit dat tijdens de MT-bijeenkomst van 4 november 2019 door de voormalig bestuurder nog is gezegd te wachten met het invoeren van verbeteracties totdat de resultaten van het externe onderzoek bekend zouden worden. [verweerster] heeft overigens wel actief gehandeld, zo is medio augustus 2019 de voorraad opiaten geteld en is aan de apothekersassistenten per e-mail een instructie gestuurd. Voorts is bij de maandwisseling van september en oktober 2019 een uitdraai gemaakt van de opiatenadministratie en heeft een steekproef van de correctheid van de voorraad plaatsgevonden. Op initiatief van [verweerster] heeft 1 oktober 2019 een gesprek plaatsgevonden met de voormalig bestuurder. Daarin heeft zij kenbaar gemaakt het gevoel te hebben er alleen voor te staan. In dit gesprek is afgesproken dat er regelmatig werkoverleg moet komen met de centrum manager en voorts is coaching aangeboden. [verweerster] heeft de aangeboden coaching geaccepteerd, omdat zij bemerkte dat ze bij een aantal zaken vastliep. Andere afspraken zijn tijdens dit gesprek niet gemaakt.

[verweerster] kan evenmin een verwijt worden gemaakt ten aanzien van het conflict tussen de twee medewerksters. [verweerster] merkt op dat met de medewerkster die als gevolg van de escalatie is ontslagen, al een traject liep wegens ongewenst gedrag. De andere medewerkster was nog maar kort in dienst. [verweerster] heeft tegen het einde van de proefperiode bij alle medewerkers navraag gedaan en gevraagd hoe het functioneren van de nieuwe medewerkster werd ervaren. Aangegeven werd dat zij nog meer taken moest leren en dat het goed zou komen met deze nieuwe medewerkster. Ten aanzien van het personeelsbeleid in het algemeen merkt [verweerster] op dat diverse medewerkers zijn aangesproken op hun gedrag en [verweerster] ook hulp heeft gevraagd bij P&O op dit vlak. Het rapport van Van Es is naar het oordeel van [verweerster] niet objectief. De positieve zaken zijn weggelaten en het lijkt erop dat is toegeschreven naar een negatief resultaat. Tijdens het gesprek op 19 november 2019 is [verweerster] niet in de gelegenheid gesteld te reageren op het rapport. Voor zover zou worden geoordeeld dat er wel sprake is van disfunctioneren, is ontbinding op deze grond niet aangewezen, omdat geen sprake is geweest van een verbetertraject.

[verweerster] betwist dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. [verweerster] begrijpt niet dat Apotheek Beverwaard op basis van de genoemde omstandigheden kan komen tot de conclusie dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie met Apotheek Beverwaard dan wel met het team. Voor zover sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie is deze volledig door Apotheek Beverwaard veroorzaakt.

[verweerster] betwist voorts dat een ontbinding op de cumulatiegrond (i-grond) aan de orde kan zijn.

4.3

Indien wordt geoordeeld dat er wel een grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst aanwezig is, dient Apotheek Beverwaard aan [verweerster] een billijke vergoeding van € 6.252,18 bruto te betalen.

4.4.

Voorts heeft [verweerster] bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst aanspraak op een riante billijke vergoeding. De billijke vergoeding dient naar de mening van [verweerster] te worden gesteld op één bruto jaarsalaris van € 84.317,76.

4.5.

Indien de arbeidsovereenkomst op grond van de cumulatiegrond wordt ontbonden, heeft [verweerster] bovendien aanspraak op een extra vergoeding ter hoogte van € 3.126,09 zijnde 50% van de transitievergoeding.

5. De beoordeling

5.1

Uit artikel 7:671b lid 2 BW volgt dat de kantonrechter een verzoek op grond van het eerste lid alleen kan inwilligen indien er geen opzegverboden of met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbare opzegverboden in een ander wettelijk voorschrift gelden. [verweerster] is thans nog arbeidsongeschikt en nu haar ziekte nog geen twee jaar heeft geduurd, is er in beginsel sprake van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 lid 1 onderdeel a BW. In afwijking daarvan kan een verzoek tot ontbinding worden ingewilligd als het verzoek geen verband houdt met de omstandigheden waarop de opzegverboden betrekking hebben. Weliswaar heeft [verweerster] aangevoerd dat zij zich achteraf bezien al eerder had moeten ziek melden, omdat de klachten al eerder aanwezig waren. Echter niet gebleken is dat het ontbindingsverzoek verband houdt met de ziekte van [verweerster] . De voornaamste reden waarom Apotheek Beverwaard de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wil ontbinden is dat er volgens haar sprake is van disfunctioneren dan wel een verstoorde arbeidsverhouding. Het opzegverbod staat ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 6 sub a BW dan ook in beginsel niet in de weg aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

5.2

Vooropgesteld wordt dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt, waarbij in lid 3 van dat wetsartikel nader is omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan.

5.3

In artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder d BW is bepaald, dat onder een redelijke grond als bedoeld in lid 1 wordt verstaan de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem voldoende in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer.

5.4

Apotheek Beverwaard heeft – kort gezegd – primair aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de stijl van leiderschap van [verweerster] niet aansluit op wat Apotheek Beverwaard nodig heeft omdat zij onvoldoende adequaat heeft opgetreden in de kwestie van de opiaten en ten aanzien van het personeelsbeleid.

5.5

[verweerster] is sinds 1 september 2017 in dienst bij Apotheek Beverwaard en vervult sindsdien de functie van beherend apotheker. Met [verweerster] is jaarlijks een beoordelingsgesprek gevoerd. Uit het beoordelingsverslag van 5 juli 2018 en het beoordelingsformulier van 18 juni 2019 leidt de kantonrechter af dat [verweerster] voldeed aan de verwachtingen en dat met haar is gesproken over aandachtspunten. Uit hetgeen is vastgelegd blijkt niet dat [verweerster] taken en verantwoordelijkheden die horen bij haar functie niet voldoende beheerst, dan wel dat [verweerster] zich op bepaalde punten aanzienlijk dient te verbeteren. Juist blijkt dat [verweerster] na het eerste jaar al veel heeft veranderd en de fundering van de apotheek beter staat dan toen [verweerster] begon en voorts dat zij zich in het tweede jaar ook bezig heeft gehouden met het verbeteren van de processen in de apotheek. De laatste beoordeling heeft er dan ook toe geleid dat aan [verweerster] een contract voor onbepaalde tijd is toegezegd en Apotheek Beverwaard aldus van oordeel was dat [verweerster] voldeed aan de functie-eisen van beherend apotheker.

5.6

Uit de stellingen van Apotheek Beverwaard blijkt dat dit beeld is gewijzigd als gevolg van het rapport van Van Es. De uitkomst van dit rapport is voor Apotheek Beverwaard aanleiding geweest om te besluiten de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te willen beëindigen. Ook indien zou moeten worden geoordeeld dat de in het rapport beschreven bevindingen en resultaten ten aanzien van [verweerster] en ten aanzien van de door [verweerster] beheerde apotheek correct zijn, is de kantonrechter van oordeel dat een ontbinding wegens disfunctioneren niet voor toewijzing in aanmerking komt. In het licht van de gegeven positieve beoordelingen, waaruit mede kan worden afgeleid dat toen [verweerster] bij de apotheek begon zeker geen sprake was van een apotheek die voldeed aan alle basis eisen, lag het op de weg van Apotheek Beverwaard in een gesprek de bevindingen van het rapport met [verweerster] te bespreken en haar de gelegenheid te bieden zich ten aanzien van de kritiek punten te verbeteren middels een verbetertraject. De stelling van Apotheek Beverwaard dat [verweerster] sinds de ontdekking van de ontvreemding van opiaten voldoende gelegenheid heeft gekregen zich te verbeteren volgt de kantonrechter niet. Immers eind juli 2019 is de kwestie aan het licht gekomen, waarna aan de hand van een intern onderzoek dat medio september 2019 klaar was duidelijk is geworden op welke wijze de medewerkster te werk is gegaan. Vervolgens heeft op 2 en 11 oktober 2019 de onderzoeker van Van Es de apotheek waarvan [verweerster] beherend apotheker is bezocht. Op basis van hetgeen de onderzoeker op 2 en 11 oktober 2019 heeft gezien, is het rapport, waarop Apotheek Beverwaard zich thans beroept, uitgebracht. Naar het oordeel van de kantonrechter is de periode gelegen tussen het uitbrengen van het interne rapport medio september 2019 en het bezoek van de onderzoeker op 2 en 11 oktober 2019, te kort om te komen tot een volledige verbetering van de verschillende processen waarvan uit het interne onderzoek is gebleken dat deze mede de ontvreemding van opiaten hebben mogelijk gemaakt. Het feit dat in deze periode ook gesprekken met [verweerster] zijn gevoerd doet daar niet aan af. Niet gebleken is dat in deze gesprekken met [verweerster] een verbetertraject is besproken, laat staan is vastgelegd welke doelen [verweerster] diende te behalen. Er is aan [verweerster] dus geen reële kans geboden het vermeende disfunctioneren te verbeteren. Daar komt bij dat uit de interne rapportage valt af te leiden dat in alle apotheken niet duidelijk was hoe de governance geregeld was (structuur, rapportage lijnen, periodieke verantwoording over kernindicatoren, rol MT Farmacie, taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden van beherend apothekers en Centrum managers).

Daar lag niet alleen een taak voor [verweerster] .

5.7

Gezien het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een voldragen d-grond die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

5.8

Apotheek Beverwaard heeft subsidiair aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag gelegd dat de arbeidsverhouding tussen partijen is verstoord. Indien een beroep wordt gedaan op het bestaan van een redelijke grond in de zin van artikel 7:669 lid 3 onder g BW, dient te worden beoordeeld of er sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, die van dien aard is dat van de werkgever in redelijkheid niet langer gevergd kan worden het dienstverband te continueren.

5.9

Ter onderbouwing van de verstoorde arbeidsverhouding heeft Apotheek Beverwaard verwezen naar de feiten en omstandigheden die Apotheek Beverwaard ook aan haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de d-grond ten grondslag heeft gelegd. Daarvan is hiervoor reeds geoordeeld dat deze een ontbinding niet kunnen dragen. De g-grond is niet bedoeld als reparatie van een van de in artikel 7:669 lid 3 BW genoemde gronden. Het enkele feit dat er een andere onvoldragen grond bestaat en bij Apotheek Beverwaard de wens leeft om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te beëindigen, biedt onvoldoende basis om de ontbinding op basis van een verstoorde arbeidsverhouding toe te wijzen. Het duurzaamheidscriterium brengt met zich dat wanneer sprake is van een verstoorde relatie partijen tenminste constructieve en reële pogingen moeten hebben gedaan om te onderzoeken of de verstoorde relatie nog herstelbaar is, bijvoorbeeld door middel van gesprekken of mediation en dat die pogingen niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Niet gebleken is dat dergelijke gesprekken hebben plaatsgevonden. Integendeel, direct na het rapport van Van Es heeft Apotheek Beverwaard aan [verweerster] te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. Daarmee heeft Apotheek Beverwaard te snel gegrepen naar ontslag. Dat [verweerster] hierdoor is overvallen en zich ziek heeft gemeld, is niet onbegrijpelijk. Deze ziekmelding is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Na het bekend worden van het rapport had van Apotheek Beverwaard, c.q. feitelijk de overkoepelende organisatie, verwacht mogen worden dat zij met [verweerster] in gesprek zou gaan om te bezien hoe zij tot een verbetering zouden kunnen komen. Apotheek Beverwaard heeft voorts nog aangevoerd dat volgens haar ook sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding tussen [verweerster] en het team. Hoewel uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht kan worden afgeleid dat [verweerster] aandacht en tijd heeft moeten besteden aan het team, is onvoldoende gebleken dat de afgelopen 2 jaar sprake is geweest van strubbelingen met het personeel, die zodanig zijn dat moet worden geoordeeld dat sprake is van een verstoorde verhouding met het personeel. Apotheek Beverwaard heeft verder onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die op zichzelf de conclusie kunnen rechtvaardigen dat sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, in die zin dat van Apotheek Beverwaard in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te laten voortduren. Dat Apotheek Beverwaard stelt het vertrouwen in [verweerster] te hebben verloren en dat haar terugkeer in de apotheek zou leiden tot onrust bij het personeel is op zichzelf ook onvoldoende om te komen tot een duurzaam verstoorde relatie.

5.10

Gelet op het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat een ontbinding op de g-grond evenmin toewijsbaar is.

5.11

Apotheek Beverwaard heeft, indien zou worden geoordeeld dat geen sprake is van een voldragen d-grond of g-grond, gesteld dat in dat geval sprake is van de cumulatiegrond als bedoel in artikel 7:669 lid 3 onder i BW. Volgens Apotheek Beverwaard is indien de d-grond en de g-grond in samenhang worden bezien sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

5.12

De kantonrechter stelt voorop dat met deze zogenoemde "cumulatiegrond" wordt beoogd het ontslagstelsel te verruimen, zonder te breken met het huidige stelsel van gesloten ontslaggronden (Kamerstukken I, 2018-2019, 35 074, nr. 9, p. 59). De cumulatiegrond is voor die gevallen bedoeld waarin voortzetting van het dienstverband in redelijkheid niet meer van de werkgever gevergd kan worden, waarbij de werkgever dat niet kan baseren op omstandigheden uit één enkele ontslaggrond, maar dit wel kan motiveren en onderbouwen met omstandigheden uit meerdere ontslaggronden samen (Kamerstukken I, 2018-2019, 35 074, F, pag. 26). Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om verwijtbaar handelen van de werknemer gecombineerd met onvoldoende functioneren en/of een verstoorde arbeidsverhouding (Kamerstukken I, 2018-2019, 35 074, nr. 3, pag. 52).

5.13

De enkele stelling dat de d-grond en de e-grond in samenhang bezien een redelijke grond voor ontbinding opleveren is een onvoldoende toelichting van deze ontslaggrond. Het is niet aan de rechter om wanneer iedere toelichting ontbreekt de omstandigheden die zijn aangevoerd in het kader van de afzonderlijke ontslaggronden in het kader van de i-grond te verzamelen en zelfstandig te beoordelen of dat voldoende is voor een voldragen i-grond. Daar komt nog bij dat de kantonrechter hierboven heeft geoordeeld dat geen van de aan het verzoek ten grondslag gelegde afzonderlijke ontslaggronden voldragen is. Van een bijna voldragen ontslaggrond is evenmin sprake. Om die reden is er dan ook geen grond voor het oordeel dat niet meer van Apotheek Beverwaard kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten.

5.14

De slotsom luidt dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden afgewezen. Om die reden wordt niet toegekomen aan de nevenverzoeken van [verweerster] .

5.15

Apotheek Beverwaard zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de proceskosten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst af het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst;

veroordeelt Apotheek Beverwaard in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op € 721,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze beschikking ten aanzien van de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

754