Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2911

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
03-04-2020
Zaaknummer
C/10/592951 / FA RK 20-1632
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, artikel 7:7 Wvggz. Er ontstaat een onmiddelijk dreigend ernstig nadeel bij afwijzing van het verzoek. Gelet op de voorzichtige verbetering bij betrokkene wordt de machtiging wel voor een kortere duur verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/592951 / FA RK 20-1632

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 maart 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene]

hierna: betrokkene,

wonende aan de van [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht,

advocaat mr. Y.J. Doornik te Den Haag.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 maart 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 10 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 10 maart 2020;

 de medische verklaring opgesteld door drs. M.J.W. Vreeling, psychiater, van 10 maart 2020;

 het episode journaal;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2020 op de rechtbank in Rotterdam.

Bij die gelegenheid zijn (als maatregel tegen het coronavirus) telefonisch gehoord:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 drs. P. Nazir, psychiater, en S. Benen, verpleegkundig specialist, beiden verbonden aan Yulius, locatie de Gantel.

1.3.

De officier is niet telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria crisismachtiging

2.1.1.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.

2.1.2.

Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg.

2.1.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft in het verleden meerdere psychoses gehad en is in 2018 opgenomen geweest na een suïcidepoging. Voorafgaand aan de huidige opname vertoonde betrokkene achterdochtig en verward gedrag. Hij had zich uit angst om besmet te raken met het coronavirus volledig teruggetrokken en verschanst in zijn woning. Voorts heeft hij zijn moeder de woning uitgezet en de deur gebarricadeerd. Ook heeft hij gedreigd zijn vader wat aan te doen. Betrokkene lijkt baat te hebben bij de structuur op de afdeling, aldus de verpleegkundig specialist ter zitting. Hoewel betrokkene antipsychotische medicatie accepteert en zelf aangeeft geen psychose meer te hebben, heeft hij het over bepaalde theorieën en is hij op de afdeling met mondkapjes in de weer. Daarnaast toont betrokkene geen ziektebesef en –inzicht. Zonder behandeling in de accommodatie wordt het risico op een terugval bij betrokkene groot geacht. Door de advocaat is naar voren gebracht dat er op dit moment geen sprake meer is van gevaar. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment weliswaar geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, maar dat dit nadeel weer zal ontstaan als betrokkene niet behandeld wordt en naar huis zal gaan.

2.1.4.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een paranoïde psychose met complottheorieën en achtervolgingswanen, vermoedelijk in het kader van schizofrenie.

2.1.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.2.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de verpleegkundig specialist ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.2.3.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.2.4.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.3.

Gelet op de voorzichtige verbetering die zichtbaar is bij betrokkene in de accommodatie, acht de rechtbank een machtiging voor een kortere duur passender. Een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel zal daarom worden verleend voor de duur van twee weken.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 maart 2020.

Deze beschikking is op 16 maart 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 23 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.