Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2857

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2020
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
C/10/592574 / FA RK 20-1454
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

zorgmachtiging verleend art. 6:4 Wvggz

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0122
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/592574 / FA RK 20-1454

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 maart 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Indonesië,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Zorgboulevard aan de Maasstadweg 96, 3079 DZ te Rotterdam,

advocaat mr. I. Saey te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 4 maart 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door drs. F. van Hasselt, psychiater, van 10 februari 2020;

 de zorgkaart van 6 februari 2020;

 het zorgplan van 3 februari 2020;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur op het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 maart 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:

 betrokkene, in het bijzijn van J. van Eisendoorn, verpleegkundige, verbonden aan Antes, locatie zorgboulevard;

 mr. I. Saey, advocaat van betrokkene;

 drs. A. Buijs, arts, verbonden aan Antes, locatie zorgboulevard.

1.2.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft in het verleden in een ambulante setting medicatie ontvangen maar had veel last van bijwerkingen. Betrokkene heeft naar aanleiding daarvan de medicatie eenzijdig stopgezet. Betrokkene is vervolgens zo angstig geworden om opgenomen te worden dat zij de ambulant begeleiders niet meer binnenliet. Ook haar familie liet zij niet meer binnen. Zij isoleerde zichzelf en verwaarloosde zichzelf. Bij opname was zij psychotisch en katatoon. Betrokkene wordt op dit moment ingesteld op nieuwe medicatie, waarvan zij geen bijwerkingen heeft (olazepine). Zij is duidelijk minder achterdochtig en het gaat goed met haar. Nu wordt toegewerkt naar ontslag. De arts vond begeleid wonen voor betrokkene het meest aangewezen, maar betrokkene wil zo graag naar huis dat dit nu het plan is. Nu betrokkene geen bijwerkingen heeft van haar medicatie, zou dit goed kunnen gaan. Na haar ontslag zal zij haar medicatie moeten blijven gebruiken en thuiszorg moeten binnenlaten (die haar de medicatie zal verstrekken), anders kan het snel weer misgaan. Zonder medicatie wordt betrokkene zeer snel achterdochtig en onttrekt zij zich daardoor aan zorg. Betrokkene is op het moment nog niet in staat zelfstandig ambulante zorg te accepteren en zal nog maximaal twee weken in de accommodatie opgenomen moeten blijven om nog verder te stabiliseren en het ernstig nadeel af te wenden. Daarna is het voor betrokkene van belang dat er regelmatig toezicht is in de thuissituatie op haar medicatie inname. Het is van belang dat als betrokkene wederom zorg en medicatie weigert behandelaar in staat is snel in te grijpen om psychische schade en een langdurige opname te voorkomen.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaat uit:

 het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

 het opnemen in een accommodatie (thans voor de duur van maximaal twee weken en daarna voorwaardelijk, zie onder 2.2.3);

 het beperken van de bewegingsvrijheid (thans voor de duur van maximaal twee weken en daarna voorwaardelijk, zie onder 2.2.3).

2.2.3.

Het uitgangspunt is dat betrokkene ambulante zorg krijgt. De arts heeft verteld dat betrokkene binnenkort kan worden ontslagen, zodra de ambulante hulp is georganiseerd. Alleen wanneer het ziektebeeld verergert, mogelijk door het weigeren van medicatie, en te zien aan het niet meer binnenlaten van thuiszorg of familie, kan gebruik worden gemaakt van de vormen van verplichte zorg die als doel hebben om betrokkene op te nemen in een accommodatie. De rechtbank benadrukt dat deze vormen van verplichte zorg slechts worden gelegitimeerd wanneer betrokkene haar medicatie niet goed inneemt als gevolg waarvan het ziektebeeld kan ontregelen. Aansluiting bij het opnemen van verplichte zorg als zodanig kan worden gezocht in de Memorie van Toelichting, pagina 13, en de Tweede Nota van Wijziging, pagina 157.

2.2.4.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.5.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten van de Wvggz is voldaan. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

Hoewel de zorgmachtiging voor zes maanden wordt verleend, wijst de rechtbank op nog steeds geldende vaste rechtspraak van Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM 24 oktober 1979, Winterwerp v. The Netherlands, 6301/73, r.o. 39 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47). Wanneer een aanzienlijke periode reeds is verstreken en betrokkene moet worden opgenomen, moet betrokkene opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijk psychiater. De medische verklaring bij onderhavig verzoek kan na een aanzienlijke periode niet meer een vrijheidsbeneming rechtvaardigen. Een nieuwe beoordeling moet gebaseerd worden op het toestandsbeeld waarvan op dat moment sprake is.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2020.

Deze beschikking is op 24 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 30 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.