Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2840

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-03-2020
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
C/10/573732 / HA ZA 19-420
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeraar zegt op wegens veel schaderijden. Verzekerde is elders duurder uit. Geen aansprakelijkheid bemiddelaar in verzekeringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/573732 / HA ZA 19-420

Vonnis van 25 maart 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECOTRANS LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Vorden,

eiseres,

advocaat mr. A. Wiltink te Doetinchem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOELAARS & LAMBERT MAKELAARS IN ASSURANTIËN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Ecotrans en Boelaars & Lambert genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 29 november 2019 en de daarin genoemde processtukken

- de overgelegde producties

- het commentaar van beide partijen op het (buiten hun aanwezigheid opgemaakte) proces-verbaal, geleverd bij brief van Ecotrans van 13 december 2019 en bij faxbericht van Boelaars & Lambert van 8 januari 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Ecotrans exploiteert een onderneming op het gebied van goederenvervoer over de weg en het verrichten van laad-, los- en overslagactiviteiten.

2.2.

Boelaars & Lambert bemiddelt, als verzekeringsmakelaar, bij de totstandkoming van verzekeringen.

2.3.

Via bemiddeling door Boelaars & Lambert had Ecotrans haar wagenpark van 31 vrachtauto’s verzekerd bij Allianz, tegen een premie van laatstelijk € 55.000 per jaar.

2.4.

Partijen en Allianz hebben met elkaar gecommuniceerd (per brief/ e-mail/ bespreking) over de grote hoeveelheid claims die Ecotrans indiende bij Allianz en over (dreigende) beëindiging van de verzekering door Allianz. Daarbij gaat het onder meer (maar niet uitputtend) om het volgende.

2.5.

Allianz heeft in juni 2016 een preventiemedewerker naar Ecotrans gezonden omdat Ecotrans veel schadeclaims indiende. Doel was om het slechte schadeverloop in kaart te brengen en waar mogelijk verbeteringen voor te stellen.

2.6.

Het totale aantal schademeldingen van Ecotrans in 2016 bedroeg 64.

2.7.

De eerstvolgende premievervaldatum voor de onderhavige verzekering was 1 april 2017.

2.8.

Boelaars & Lambert heeft Ecotrans bij brief van 19 januari 2017 medegedeeld:

“De op uw contract betrokken verzekeraar Allianz heeft ons, overeenkomstig het daaromtrent in de bijzondere voorwaarden van uw wagenparkcontract bepaalde, tijdig bericht dat zij het onderhavige contract per 01-04-2017 zullen vrijmaken. Omtrent de vraag of zij bereid zijn om het contract per die datum voort te zetten, en zo ja tegen welke premies en condities, zullen wij binnenkort met hen overleg plegen.

Het spreekt uiteraard voor zich dat wij, teneinde uw belangen optimaal te behartigen, aan de hand van de recente schadestatistiek ook de mogelijkheden elders in de markt zullen onderzoeken.

Zodra mogelijk zullen wij u informeren omtrent de uitkomst van deze gesprekken met verzekeraars.”

2.9.

Boelaars & Lambert heeft Ecotrans bij e-mailbericht van 20 maart 2017 onder meer medegedeeld:

“Als waarschijnlijk bekend is de marktsituatie voor het verzekeren van vrachtwagens op dit moment beperkt. Er zijn vanwege jarenlange teleurstellende en verliesgevende resultaten verzekeraars gestopt met het verzekeren [VAN] vrachtwagens. Bestaande verzekeraars, waaronder Allianz Benelux, proberen bij verliesgevende wagenparken met harde maatregelen tot een verbetering van het resultaat te komen, daartoe gedwongen door financieel toezicht vanuit de overheid.”

2.10.

Boelaars & Lambert heeft Ecotrans bij e-mailbericht van 20 maart 2017 meegedeeld dat Allianz – alvorens een prolongatie voorstel te overwegen – graag wilde weten welke concrete (preventie) maatregelen er genomen zijn en/of genomen kunnen worden om het aantal schades bij Ecotrans terug te dringen.

2.11.

Allianz heeft op 28 maart 2017 telefonisch aan Boelaars & Lambert medegedeeld geen voorstel te zullen doen voor verlenging van de verzekeringsovereenkomst. Boelaars & Lambert heeft deze informatie bij e-mailbericht van dezelfde dag 2017 doorgespeeld aan Ecotrans. In reactie hierop heeft Ecotrans bij e-mailbericht van dezelfde dag aan Boelaars & Lambert geantwoord:

“Lees ik het nou goed dat wij per april ineens niet meer verzekerd zijn en dat ik dat vandaag te horen kreeg op 28 maart?

Jullie zijn mijn tussenpersoon en ik neem toch aan dat jullie dan ook degene zijn die een oplossing zoeken? Wij zijn nu 1 jaar verzekert en hebben een slecht jaar achter de rug. Dan kun je toch niet zomaar een verzekering opzeggen en tegen een bedrijf vertellen, je hebt drie dagen om zelf een andere oplossing te bedenken?

Ik snap het even niet meer.”

2.12.

Ecotrans heeft haar wagenpark vervolgens elders verzekerd. De desbetreffende verzekeringsovereenkomst is tot stand gekomen zonder bemiddeling door Boelaars & Lambert.

2.13.

De advocaat van Ecotrans heeft Boelaars & Lambert bij aangetekende brief van 16 mei 2017 aansprakelijk gesteld voor de schade die zij stelt te lijden omdat zij haar wagenpark tegen een veel hogere premie bij een andere verzekeringsmaatschappij heeft moeten verzekeren.

3. Het geschil

3.1.

Ecotrans vordert, samengevat:

- een verklaring voor recht dat Boelaars & Lambert aansprakelijk is voor schade ontstaan omdat zij is tekort geschoten in haar zorgplicht jegens Ecotrans;

- veroordeling van Boelaars & Lambert tot betaling van schadevergoeding, primair gesteld op ruim € 179.081,33, althans € 166.263,98, althans een bedrag nader op te maken bij staat

- veroordeling van Boelaars & Lambert in de proceskosten.

3.2.

Boelaars & Lambert voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

De rechtsvraag die voorligt is: heeft Boelaars & Lambert haar zorgplicht geschonden jegens Ecotrans, waardoor Ecotrans haar wagenpark per 1 april 2017 verzekerd zag tegen veel hogere premies en een hoger eigen risico?

4.2.

Boelaars & Lambert is een bemiddelaar in verzekeringen. Bemiddeling is een vorm van de overeenkomst van opdracht. Bij een overeenkomst van opdracht moet de opdrachtnemer de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Maatstaf is of de opdrachtnemer heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan.

4.3.

Het gevorderde zal worden afgewezen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.4.

Naar de rechtbank begrijpt maakt Ecotrans Boelaars & Lambert twee verwijten. Boelaars & Lambert zou te ‘makkelijk’ met de opzegging van Allianz zijn omgegaan en had de definitieve opzegging door Allianz eerder en duidelijker moeten overbrengen aan Boelaars (1) en Boelaars & Lambert heeft zich onvoldoende ingespannen om voor Boelaars een nieuwe verzekering af te sluiten (2).

4.5.

Ter zake het eerste verwijt geldt het volgende.

Ecotrans betwist niet dat zij veel claims heeft ingediend bij Allianz en met name niet dat dit er zelfs zoveel waren dat Allianz in juni 2016 een preventiemedewerker naar Ecotrans heeft gezonden om het slechte schadeverloop in kaart te brengen en waar mogelijk verbeteringen voor te stellen.

4.6.

Het moest daarom voor Ecotrans al in 2016 duidelijk zijn dat Allianz ontevreden was over haar contractuele relatie met Ecotrans. Het mag voor Ecotrans dan ook bepaald geen verrassing zijn geweest toen zij, in de brief van 19 januari 2017 van Boelaars & Lambert, vernam dat Allianz geen verlenging van de overeenkomst verlangde, maar opzegde tegen 1 april 2017.

4.7.

Ecotrans betoogt dat zij deze brief niet heeft hoeven begrijpen als een opzegging. Dit betoog faalt. Ecotrans heeft redelijkerwijs moeten begrijpen dat dit wel een opzegging was. De tekst laat daarover geen misverstand bestaan. Ecotrans stelt ook geen verklaringen of gedragingen die een andere uitleg van deze brief rechtvaardigen.

4.8.

Voorzover Allianz nadien toch bereid is gebleken om te onderhandelen over een nieuwe verzekeringsovereenkomst, maakt dit het oordeel niet anders. Deze onderhandelingen impliceerden niet dat er geen opzegging was. De onderhandelingen impliceerden slechts dat er ruimte was om te bezien of er een nieuwe overeenkomst kon worden gesloten (de situatie was ‘nee, tenzij’ en niet ‘ja, tenzij’).

4.9.

Het is daarbij niet aan Boelaars & Lambert, maar Allianz om te bepalen of zij wil opzeggen. Boelaars & Lambert is geen partij bij de verzekeringsovereenkomst. Boelaars & Lambert is een bemiddelaar en als zodanig ook geen hulppersoon van Allianz. Boelaars & Lambert hoeft er dus niet voor in te staan dat Allianz de verzekeringsovereenkomst onder geen enkele omstandigheid zal beëindigen. Om die reden komt geen betekenis toe aan het standpunt van Ecotrans dat haar schademeldingen vaak ‘klungelige’ schades betroffen, zoals het rijden tegen een stilstaand object (paaltje) en dat het vaak maar om relatief geringe schades ging.

4.10.

Overigens heeft Boelaars & Lambert gemotiveerd betwist dat het (alleen) maar om kleine schades ging, met haar verklaring ter comparitie die luidt: “Het is onjuist dat er enkel kleine schades in het dossier van dit wagenpark zitten, dat opgelost kan worden voor de verzekeraar door het eigen risico te verhogen. Uit de schadecijfers blijken onder andere bedragen van € 10.000,---, € 11.000,--, € 16.000,--, € 13.000,-- en € 14.000,--, waaronder ook letselschade. Dit zijn aanzienlijke bedragen, die met het verhogen van het eigen risico niet ineens niet meer voor rekening van de verzekeraar komen. Het blijkt een dramatisch schadedossier.”

4.11.

Ecotrans stelt dat zij verwachtte in de toekomst minder claims te zullen gaan indienen omdat zij zojuist een ander transportbedrijf had overgenomen (waardoor enige onrust bestond, die volgens Ecotrans zou wegebben) en dat zij doende was om deugdelijke preventiemaatregelen te treffen. Kennelijk heeft deze verwachting van Ecotrans Allianz er niet van kunnen overtuigen om de verzekeringsrelatie voort te zetten. Dat mag Ecotrans niet verwijten aan Boelaars & Lambert. Hoogstens mag zij dit zichzelf verwijten, zeker nadat Allianz in 2016 een medewerker had langs gestuurd bij Ecotrans om (de oorzaken van) het claimgedrag van Ecotrans in kaart te brengen.

4.12.

Ter zake het tweede verwijt geldt het volgende. Van Boelaars & Lambert mocht worden verwacht dat zij zich in redelijke mate zou inspannen teneinde Allianz te bewegen om toch een nieuwe overeenkomst te sluiten met Ecotrans. Daarbij rustte echter op Boelaars & Lambert geen resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting. De gedingstukken laten geen andere conclusie toe dan dat Boelaars & Lambert zich voldoende (zo niet: zeer intensief) heeft ingespannen voor Ecotrans, maar dat Allianz niet meer met Ecotrans in zee wilde omdat Ecotrans te veel claims indiende. Dit alles terwijl de markt voor het verzekeren van vrachtwagens toch al slecht was voor verzekeraars.

4.13.

Boelaars & Lambert mag evenmin worden verweten dat zij te weinig moeite heeft gedaan om Ecotrans (op redelijke voorwaarden) bij een andere maatschappij verzekerd te krijgen. Die stelling is, tegenover het gemotiveerde verweer van Boelaars & Lambert, onvoldoende nader onderbouwd. Ook bij het eventuele vinden van een andere verzekeraar rustte op Boelaars & Lambert geen resultaats-, maar een inspanningsverbintenis. Boelaars & Lambert heef aangevoerd dat zij zes verzekeraars heeft aangeschreven (TVM, Reaal, Amlin, HDI, Nationale Nederlanden en Delta Lloyd). Deze stelling gaat vergezeld van verificatoire bescheiden in de vorm van e-mails van Boelaars & Lambert aan HDI, Amlin, Reaal en TVM. Strekking van de antwoorden van de desbetreffende verzekeraars is dat zij Ecotrans een onaantrekkelijke contractspartij vinden vanwege haar claimverleden. Het aanschrijven van potentiële verzekeraars vond al plaats halverwege februari 2017. Het ligt ook niet zonder meer voor de hand dat Boelaars & Lambert een voor Ecotrans voldoende aantrekkelijke andere verzekeringsmaatschappij kon vinden. Een verzekeraar die meer geld uitgeeft dan binnenkomt gaat uiteindelijk failliet. Een verzekeraar zal dus in kaart willen brengen hoeveel claims hij kan verwachten als zich een gegadigde voor een verzekering als hier in geding aanmeldt. Zoals reeds overwogen onder r.o. 4.5., 4.9. en 4.10. waren er kennelijk veel claims zijdens Ecotrans. Voorts weegt mee dat Boelaars & Lambert als onbetwist hebben aangevoerd de onderhavige markt inmiddels weinig aantrekkelijk was geworden voor verzekeraars en dat dit het vinden van een andere verzekeraar er niet eenvoudiger op maakte. In het licht van deze omstandigheden valt in te zien waarom aan Boelaars & Lambert een gebrek aan inspanning zou kunnen worden verweten.

4.14.

Op Boelaars & Lambert rustte ook niet de plicht om de best denkbare prestatie te leveren bij het vinden van een andere verzekeraar. Op Boelaars & Lambert rustte slechts de plicht om, als redelijk handelend en redelijk bekwaam opdrachtnemer, zich in voldoende mate in te spannen om een andere verzekeraar te zoeken. Aan die plicht heeft zij, zoals gezegd, voldaan.

4.15.

Ecotrans zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Boelaars & Lambert worden begroot op € 7.444, zijnde € 4.030 aan griffierecht en € 3.414 aan salaris advocaat (conform de Liquidatietarieven: twee punten, tarief V ad € 1.707 per punt voor vorderingen met een waarde van € 98.000 tot € 195.000).

Dit bedrag zal nog worden vermeerderd met de gevorderde nakosten en wettelijke rente. De proceskostenveroordeling zal, zoals eveneens gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Ecotrans in de proceskosten, aan de zijde van Boelaars & Lambert tot op heden begroot op € 7.444, vermeerderd met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Ecotrans niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, beide bedragen (proceskosten en nakosten) vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. den Hollander en in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman, rolrechter, op 25 maart 2020.

[2517/2872]