Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2644

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-02-2020
Datum publicatie
27-03-2020
Zaaknummer
10/994356-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift, Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift.

Valselijk opmaken van aanvraagformulier werkloosheidsuitkering. UWV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/994356-17

Datum uitspraak: 5 februari 2020

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Joegoslavië) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] [woonplaats verdachte] ,

gemachtigd raadsman mr. T. Kemper, advocaat te Rosmalen.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 november 2018 en van 6 februari 2019 (zulks op de voet van artikel 377, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering).

Voorts is gelet op het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A. Kristic heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het verweer van de raadsman op de zitting, dat strekt tot vrijspraak van het

tenlastegelegde, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen in het dossier. In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van het wettig bewijs opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

zij

op 31 juli 2012, in Nederland, een digitale aanvraag WW-uitkering d.d. 31 juli 2012 op naam van verdachte, [naam verdachte] zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt , immers heeft zij, verdachte, toen aldaar in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – op de aanvraag d.d. 31 juli 2012 voornoemd onder punt 2. Laatste werkgever: “ [naam bedrijf] .” vermeld en bij Aanvang dienstverband: “02-01-2012”, terwijl verdachte in werkelijkheid nooit voor [naam bedrijf] . heeft gewerkt, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

2.

zij,

in de periode van 31 juli 2012 tot en met 10 augustus 2012, in Nederland, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de hierna te noemen valse salarisspecificaties, te weten:

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 31 maart 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte]

en;

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 30 april 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte]

en;

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 31 mei 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte] en;

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 30 juni 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als waren die geschriften echt en onvervalst,

bestaande die valsheid telkens-zakelijk weergegeven- hierin dat uit de salarisspecificaties voornoemd zou moeten blijken dat [naam bedrijf] . loon heeft betaald aan verdachte, mevrouw [naam verdachte] , zulks terwijl verdachte in werkelijkheid nooit loon heeft ontvangen van [naam bedrijf] . en nooit voor [naam bedrijf] . heeft gewerkt, en

bestaande dat gebruikmaken er telkens -zakelijk weergegeven- hierin dat zij, verdachte toen aldaar voornoemde valse salarisspecificaties heeft verstrekt aan het UWV ter verkrijging van een WW-uitkering.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

valsheid in geschrift;

2.

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een aanvraagformulier voor het verkrijgen van een werkloosheidsuitkering valselijk opgemaakt, door in strijd met de waarheid op dit formulier te vermelden dat zij sinds 2 januari 2012 in dienst was van [naam bedrijf] ., terwijl zij in de periode voorafgaand aan de aanvraag nooit persoonlijk arbeid heeft verricht voor en nooit salaris heeft ontvangen van dat bedrijf. De verdachte heeft daarbij doelbewust vier valse salarisspecificaties overgelegd. Op grond van deze valse informatie is aan de verdachte de bedoelde uitkering verstrekt voor in totaal een aanzienlijk bedrag. Dit bedrag heeft zij ten onrechte ontvangen.

Dit is een kwalijk feit, omdat hierdoor misbruik wordt gemaakt van een regeling die door de overheid in het leven is geroepen om werklozen tijdelijk en gedeeltelijk te compenseren voor hun verlies aan inkomen. Door het handelen van de verdachte wordt het sociale zekerheidsstelsel, dat wordt betaald met gemeenschapsgeld, ondermijnd. Ook is schade toegebracht aan het vertrouwen dat het UWV moet kunnen stellen in de juistheid van uitkeringsaanvragen en documenten die daarbij worden ingediend. De verdachte heeft zich kennelijk alleen laten leiden door haar eigen financiële gewin.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 november 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Gezien de ernst van de feiten en hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank een taakstraf opleggen. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank in de eerste plaats acht geslagen op straffen die gewoonlijk in soortgelijke zaken worden opgelegd. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat, anders dan de verdediging meent, er geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, aangezien het eerste verhoor van de verdachte (als verdachte) heeft plaatsgevonden op 31 mei 2017, waarna de rechtbank c.q. politierechter de behandeling van de zaak tweemaal (op 8 november 2017 en 6 februari 2019) op verzoek van de verdediging heeft aangehouden. Er zal daarom op die grond geen compensatie plaatsvinden door vermindering van de op te leggen taakstraf. Wel heeft de rechtbank in het voordeel van de verdachte meegewogen dat de bewezenverklaarde feiten niet van recente datum zijn.

Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank, overeenkomstig de strafeis van de officier van justitie, een taakstraf van 100 uren opleggen. De rechtbank acht deze straf in dit geval passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. van den Berg, voorzitter,

en mrs. C.E. Bos en S.E.C. Debets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij

op of omstreeks 31 juli 2012, in de gemeente Oss, althans in Nederland, een (digitale) aanvraag WW-uitkering d.d. 31 juli 2012 op naam van verdachte, [naam verdachte] (paginanummers 028-030 procesdossier), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst dan wel valselijk heeft doen/laten opmaken en/of vervalsen, immers heeft zij, verdachte, toen aldaar valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – op de aanvraag d.d. 31 juli 2012 voornoemd onder punt 2. Laatste werkgever: “ [naam bedrijf] .” vermeld en/of doen vermelden en bij Aanvang dienstverband: “02-01-2012”, terwijl verdachte in werkelijkheid nooit voor [naam bedrijf] . heeft gewerkt, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

2.

zij,

op één of meer tijdstip(pen) i of omstreeks de periode van 31 juli 2012 tot en met 10 augustus 2012, in de gemeente Oss, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt althans gebruik heeft doen maken van één of meer van de hierna te noemen vals(e) en/of vervalst(e) salarisspecificatie(s), te weten:

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 31 maart 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte] (paginanummer 031 procesdossier)

en/of;

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 30 april 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte] (paginanummer 032 procesdossier)

en/of;

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 31 mei 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte] (paginanummer 033 procesdossier) en/of;

-de salarisspecificatie van [naam bedrijf] . d.d. 30 juni 2012 ten name van verdachte, mevrouw [naam verdachte] (paginanummer 034 procesdossier);

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) -zakelijk weergegeven- hierin dat uit de salarisspecificatie(s) voornoemd zou moeten blijken dat [naam bedrijf] . loon heeft betaald aan verdachte, mevrouw [naam verdachte] , zulks terwijl verdachte in werkelijkheid nooit loon heeft ontvangen van [naam bedrijf] . en/of nooit voor [naam bedrijf] . heeft gewerkt, en bestaande dat gebruikmaken er (telkens) -zakelijk weergegeven- hierin dat zij, verdachte en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen aldaar één of meer van voornoemde valse en/of vervalste salarisspecificatie(s) heeft verzonden en/of verstrekt en/of overgelegd en/of laten verzenden en/of verstrekken en/of overleggen aan het UWV ter verkrijging van een WW-uitkering.