Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2521

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
26-03-2020
Zaaknummer
10-230611-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Dahlia. De verdachten hebben een zich schuldig gemaakt aan een sluwe woningoverval en krijgen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zij hebben gewacht tot er iemand op de escortadvertentie had gereageerd die bereid was om zich te laten vastbinden. De escort heeft het slachtoffer naakt op bed vastgebonden en toen haar mededaders binnengelaten in de woning. Het slachtoffer is een kussen op zijn gezicht gedrukt en onder bedreiging heeft hij de codes van zijn bankpas, telefoon en mobiel bankieren gegeven, tevens is zijn woning doorzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-230611-19

Datum uitspraak: 19 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsvrouw mr. S.P. Koerselman, advocaat te Zoetermeer.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K.P. Mandos heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaar met aftrek van voorarrest;

  • -

    oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaar, te weten een contactverbod met de aangever [naam slachtoffer] en een locatieverbod voor de gemeente Zwijndrecht, welke maatregel ook dadelijk uitvoerbaar dient te worden verklaard.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdachte ontkent dat hij in Zwijndrecht aanwezig is geweest en technisch bewijs van zijn aanwezigheid in Zwijndrecht of betrokkenheid bij de overval ontbreekt. Alleen de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte 1] is belastend voor de verdachte. Daar komt bij dat die verklaring niet geloofwaardig en betrouwbaar is.

4.1.2.

Beoordeling

Vaststaande feiten

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Aangever [naam slachtoffer] (hierna: aangever) heeft op 22 september 2019 rond 17:00 uur via de website sexjobs.nl een afspraak met escort [naam escort] gemaakt. Omstreeks 19:00 uur heeft [naam escort] bij aangever thuis in Zwijndrecht aangebeld, het bedrag van € 200,- dat zij waren overeengekomen aangenomen en dat bedrag naar haar auto gebracht. Daarna is zij terug naar de woning van aangever gegaan, waarna zij zich naar zijn slaapkamer hebben begeven. Aangever heeft zich uitgekleed en [naam escort] heeft hem met veters vastgebonden aan zijn bed. [naam escort] heeft de slaapkamer verlaten en kort daarna zag aangever twee of drie mannen zijn slaapkamer binnenkomen. Aangever kreeg een kussen op zijn gezicht gedrukt en er werd een hard voorwerp tegen zijn borst gedrukt. De mannen hebben de woning van aangever doorzocht en verschillende goederen meegenomen. Aangever werd, in de hulpeloze situatie waarin hij verkeerde, gedwongen de codes van zijn bankpas, mobiele telefoon en mobiel bankieren te geven. Nadat de personen zijn woning hadden verlaten heeft aangever zich los weten te maken en de politie gebeld om aangifte te doen.

Later die avond – het is dan inmiddels 23 september 2019, 1:18 uur – zijn in Zwijndrecht de inzittenden van een Renault Megane met het kenteken [kentekennummer] in het kader van de Wegenverkeerswet aan een politiecontrole onderworpen. Naast de bestuurder [naam medeverdachte 3] bleken de verdachten [naam medeverdachte 2] , [naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] inzittenden te zijn van die auto.

De politie heeft na het opnemen van de aangifte een spoedtap laten aansluiten op het telefoonnummer dat [naam escort] gebruikte voor het contact met aangever. Op basis van de zendmastgegevens van die telefoon (hierna ook: de werktelefoon) kreeg de politie later die nacht een Renault Megane met het kenteken [kentekennummer] in zicht met vier inzittenden. Die auto verplaatste zich parallel aan de telefoon. Daarom is de politie die auto gaan volgen. Gezien werd dat één van de inzittenden uitstapte in Zoetermeer. Later wordt die persoon herkend als [naam medeverdachte 2] . De auto verplaatste zich daarna naar Den Haag waar de inzittenden werden gecontroleerd. In de auto werden wederom de verdachten [naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] en ook [naam 1] aangetroffen. Omdat de stem van verdachte [naam medeverdachte 1] overeen bleek te komen met de stem van de persoon die te horen is in de gesprekken van de afgeluisterde telefoon van [naam escort] , werden de inzittenden aangehouden.

De volgende ochtend is ook verdachte [naam medeverdachte 2] aangehouden. In zijn woning zijn onder andere de werktelefoon met het door [naam escort] gebruikte telefoonnummer en een vuurwapen aangetroffen.

Aangever heeft verdachte [naam medeverdachte 1] op een foto herkend als [naam escort] .

De verdachten ontkennen in eerste instantie allemaal iets met de woningoverval te maken te hebben. In haar derde verhoor legt verdachte [naam medeverdachte 1] echter een uitgebreide en gedetailleerde bekennende verklaring af.

Verklaring [naam medeverdachte 1]

In haar derde politieverhoor verklaart [naam medeverdachte 1] dat zij samen met medeverdachten [naam verdachte] , [naam medeverdachte 2] en een man die zij kent als ‘ [schuilnaam 1] ’ bij de overval betrokken is geweest. Zij verklaart dat zij zich onder dwang van de medeverdachten heeft moeten prostitueren en dat zij in de middag van 22 september 2019 samen met [naam verdachte] , zijn broer [naam broer medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 2] naar een woning in Zwijndrecht van twee Somalische jongens is gereden. In de woning moest zij van [schuilnaam 1] , één van de Somalische jongens, telefonisch mannen te woord staan. Aan het begin van de avond zijn zij ( [naam broer medeverdachte 2] , [naam verdachte] , [naam medeverdachte 2] , [schuilnaam 1] en [naam medeverdachte 1] ) met de auto vertrokken naar de woning van een klant, de aangever. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij van [schuilnaam 1] schoenveters mee kreeg om de klant mee vast te binden. Toen zij het van de aangever ontvangen geld naar de jongens in de auto bracht, kreeg zij instructies om propjes aluminiumfolie in de slotvangers te proppen zodat de portiek- en voordeur van de woning van aangever niet dicht zouden vallen. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij alleen een propje in de portiekdeur, maar niet in de voordeur van de woning heeft gedaan. Uit door haar met haar privé telefoon naar haar werktelefoon verzonden SMS berichten blijkt dat zij haar medeverdachten per SMS heeft geïnformeerd over het moment waarop zij de woning zouden kunnen betreden. [naam medeverdachte 2] en [schuilnaam 1] hebben in de woning direct de slaapkamer van aangever betreden terwijl [naam verdachte] in de gang heeft verteld dat zij de woning moest verlaten.

Daarna is de auto met genoemde inzittenden teruggereden naar de woning in Zwijndrecht van waaruit zij eerder waren vertrokken. Daar zijn [naam medeverdachte 2] en [schuilnaam 1] uit de auto gestapt. [naam broer medeverdachte 2] , [naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] zijn naar Zoetermeer gereden. In Zoetermeer is [naam broer medeverdachte 2] uit de auto gestapt en is [naam medeverdachte 3] ingestapt. Zij zijn daarna weer naar de woning van [schuilnaam 1] in Zwijndrecht gereden. Op de terugweg later die nacht zijn zij ( [naam medeverdachte 3] , [naam verdachte] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] ) in Zwijndrecht als inzittenden van de auto gecontroleerd door de politie. Daarna zijn zij teruggereden naar Zoetermeer. Daar is [naam medeverdachte 2] uit de auto gestapt en [naam 1] is ingestapt. Later zijn zij in Den Haag weer aan een controle onderworpen en aangehouden.

Woning [adres] Zwijndrecht

Alle andere betrokkenen ontkennen dat zij zijn samengekomen in een woning in Zwijndrecht, zoals [naam medeverdachte 1] heeft verklaard. De politie heeft onderzoek gedaan naar de woning. Op basis van onder meer een chatbericht in de werktelefoon waarin op 22 september 2019 om 16:41 uur tegen een potentiële klant wordt gezegd dat hij naar de [adres] moet komen en dan bij het portier (volgens de politie is wellicht bedoeld: portiek) moet betalen, de naam van de persoon die daar ingeschreven staat ( [naam 2] ) en de beschrijving van het portiek, hebben zij [naam medeverdachte 1] foto’s getoond van het portiek van die woning. Zij heeft het portiek van de woning aan de [adres] in Zwijndrecht herkend.

[naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat er in de woonkamer van die woning een foto van haar is gemaakt door [schuilnaam 1] omdat één van de potentiële klanten wilde zien hoe zij eruit zag met kleding aan. Die foto bevindt zich in het dossier. In de woning van [naam 2] heeft een schouw plaatsgevonden om te kunnen vaststellen of de foto van [naam medeverdachte 1] in die woning is gemaakt. Het behang op de bewuste plaats bleek inmiddels te zijn verwijderd, maar op basis van de indeling van de woning die overeenkwam met de plattegrond die [naam medeverdachte 1] eerder van de woning had getekend en diverse details die op de foto zichtbaar waren zoals gaten in de vloer en verschillende kleuren plinten is door de politie vastgesteld dat de foto van [naam medeverdachte 1] daadwerkelijk in die woning is gemaakt. [naam medeverdachte 1] heeft [naam 2] op een foto herkend als één van de twee Somalische mannen waar zij over verklaarde.

Getuigen

Getuige [naam getuige 1] woont in dezelfde straat als aangever. Hij heeft op 22 september 2019 drie in het zwart geklede mannen van ongeveer 20 jaar oud het portiek naast zijn portiek zien binnengaan. [naam getuige 1] heeft de signalementen van de mannen beschreven. Het betrof twee mannen met een donkere huidskleur en één blanke man die naar zijn inschatting van Turkse of Marokkaanse komaf was. Een van de mannen met donkere huidskleur droeg een Gucci pet.

Getuige [naam getuige 2] heeft verklaard dat hij vanaf zijn balkon drie in het zwart geklede mannen zag komen aanlopen om vervolgens een portiek in te gaan aan de [adres delict] . Het betroffen volgens hem twee mannen met een donkere huidskleur, waarvan er één een Gucci pet droeg en vermoedelijk van Surinaamse afkomst was, en een man van Marokkaanse afkomst. Even later heeft hij de mannen ook weer zien wegrennen. De mannen waren niet ouder dan 18 jaar.

Getuige [naam getuige 3] is op de avond van de overval zijn hond gaan uitlaten. Hij trof toen kort na 19:30 uur een aluminium propje aan waardoor de portiekdeur niet in het slot viel.

Op zichzelf bezien zijn de door de getuigen gegeven signalementen algemeen, maar zij sluiten de verdachten [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 4] en [naam verdachte] niet uit. Verdachten [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 4] hebben een donkere huidskleur en verdachte [naam medeverdachte 2] is van Surinaamse afkomst, terwijl de ouders van [naam verdachte] van Marokkaanse afkomst zijn. Alle drie de verdachten hebben een jeugdig uiterlijk zodat zij naar het oordeel van de rechtbank kunnen worden aangezien voor jonge mannen van 18 à 20 jaar oud. Bovendien bleek bij de doorzoeking van zijn slaapkamer dat de verdachte [naam medeverdachte 2] beschikte over een Gucci pet.

Betrouwbaarheid verklaring [naam medeverdachte 1]

Bepleit is dat [naam medeverdachte 1] haar belastende verklaring pas heeft afgelegd nadat zij gelegenheid heeft gehad om het dossier te lezen. Omdat zij heeft ingezien dat het voor haar niet meer vol te houden was om haar betrokkenheid te ontkennen zou zij een verklaring hebben samengesteld waarmee zij haar eigen aandeel zo klein mogelijk zou kunnen maken om er met een zo licht mogelijke straf van af te komen. De afgelegde verklaring is volgens de verdediging inconsistent en onbetrouwbaar.

De rechtbank verwerpt dat verweer. De voor verdachte [naam verdachte] belastende verklaring van [naam medeverdachte 1] vindt voldoende steun in de overige resultaten van het onderzoek. Zo blijkt uit mastgegevens van haar eigen telefoon en de werktelefoon van [naam escort] dat haar verklaring voor wat betreft het verblijf in de woning aan de [adres] in Zwijndrecht en de op 22 en 23 september 2019 afgelegde route overeenkomt met de onderzoeksresultaten. Die afzonderlijke processen-verbaal over de historische gegevens zijn weliswaar vóór de door [naam medeverdachte 1] op 25 oktober 2019 afgelegde belastende verklaring opgesteld, maar blijkens het aanbiedingsproces-verbaal pas verspreid op 4 november 2019.

Ook is gebleken dat de foto van [naam medeverdachte 1] inderdaad in de woning aan de [adres] in Zwijndrecht is gemaakt.

Dat de verklaring van [naam medeverdachte 1] over eerdere seksafspraken en de rol van [naam verdachte] daarbij, mogelijk niet juist is (zoals de verdediging betoogt), doet dan ook niet aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [naam medeverdachte 1] over de overval af.

Verklaringen verdachte [naam verdachte]

heeft ter zitting verklaard dat hij op de dag van de overval, 22 september 2019, overdag en in het eerste deel van de avond niet in Zwijndrecht is geweest en dat hij niet betrokken is geweest bij de overval. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

[naam verdachte] is meerdere malen door de politie verhoord. In zijn eerste verhoor heeft hij verklaard dat hij op 22 september 2019 rond 8:00 uur ’s ochtends thuis is gaan slapen en dat [naam medeverdachte 3] hem rond 19:00 of 20:00 uur is komen ophalen. Later zijn ze naar Zwijndrecht gegaan.

In zijn tweede verhoor heeft hij verklaard dat hij op 22 september 2019 pas ergens tussen 21:00 en 22:00 uur wakker is geworden. In de tussenliggende periode heeft hij geslapen.

In het derde verhoor zijn hem de verschillende verklaringen voorgehouden. Dan verklaart [naam verdachte] dat hij niet heeft gezegd dat [naam medeverdachte 3] hem tussen 19:00 en 20:00 uur heeft opgehaald. Dat weet hij zeker omdat hij tussen 22:00 en 24:00 uur wakker is geworden. Hij is daarna met [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] naar Zwijndrecht gereden om een andere jongen daar af te zetten.

[naam medeverdachte 2] is ook meerdere keren verhoord. Hij heeft verklaard dat hij [naam verdachte] op 22 september 2019 tussen 13:00 en 14:00 uur buiten tegen is gekomen en dat hij een paar jointjes met hem heeft gerookt. Ze zijn vervolgens tussen 16:00 en 18:00 uur naar Rotterdam gereden en tussen 19:00 en 20:00 uur is hij afgezet in Zwijndrecht. Rond 23:00 uur is hij in Zwijndrecht weer opgehaald door [naam verdachte] . Vanaf dat moment was [naam medeverdachte 1] aanwezig. [naam medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de Samsung werktelefoon bij zich had toen ze naar Rotterdam en later naar Zwijndrecht zijn gegaan.

Alhoewel de verklaringen van [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] niet geheel overeenstemmen, verklaren zij beiden dat zij eerder op de dag al met [naam verdachte] naar Zwijndrecht zijn gegaan. [naam medeverdachte 2] ontkent dat [naam medeverdachte 1] daar al direct bij was, maar hij verklaart wel dat hij de Samsung telefoon, de werktelefoon van [naam escort] , bij zich had. De verklaring van [naam medeverdachte 1] wordt, zoals hiervoor is overwogen, bevestigd door onder andere de resultaten van het onderzoek naar die werktelefoon. Verder blijkt uit de telefoongegevens van [naam verdachte] dat met zijn telefoon op 22 september 2019 om 11.45 een uitgaand WhatsApp gesprek is gevoerd met ene “ [schuilnaam 2] ”, voor welk feit [naam verdachte] geen aannemelijke verklaring heeft gegeven. [naam medeverdachte 2] verklaart bovendien dat hij [naam verdachte] die middag tussen 13.00 en 14.00 al buiten heeft ontmoet. Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [naam verdachte] dat hij op 22 september 2019 de hele dag en het eerste deel van de avond heeft liggen slapen en dat hij pas laat in de avond in Zwijndrecht was, kennelijk leugenachtig is.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat alle resultaten in onderlinge samenhang bezien maken dat het – behoudens een aannemelijke andersluidende verklaring waarvan niet is gebleken – niet anders kan zijn dan dat de verdachte één van de overvallers is geweest. Het ten laste gelegde is daarom wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 22 september 2019 te Zwijndrecht, in een woning gelegen aan de [adres delict] , tezamen en in vereniging met anderen, sleutels en een portemonnee (inhoudende een bankpas (Rabobank) en id-kaart en zorgpas (Zilverenkruis Achmea) en OV-chipkaart) en twee mobiele telefoons (merk: Samsung) en een horloge, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- die [naam slachtoffer] (op een bed) vast te binden en

- de woning/slaapkamer van die [naam slachtoffer] binnen te dringen / te betreden en

- ( daarbij) zich aan die [naam slachtoffer] op te dringen en

- een kussen op het gezicht van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en

- ( daarbij) een (hard) voorwerp op/tegen de borst van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en

- ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer] te schreeuwen en te gebieden dat die [naam slachtoffer] zijn (toegangs)codes van/voor zijn pinpas entelefoon en telebankieren diende prijs te geven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een geraffineerde en sluwe woningoverval. Zij hebben net zo lang gewacht tot er iemand op de advertentie van escort [naam escort] had gereageerd die bereid was om zich naakt te laten vastbinden op bed. Op die manier zou het slachtoffer namelijk direct in een erg kwetsbare toestand verkeren zodat het voor de verdachten makkelijk was om zijn woning binnen te dringen, die woning te doorzoeken naar waardevolle spullen en het slachtoffer te dwingen om zijn pincode en codes voor mobiele telefoon en mobiel bankieren kenbaar te maken. Bij het slachtoffer is een kussen tegen zijn gezicht gedrukt, waardoor hij in ademnood en paniek raakte. Ook is er een hard voorwerp op zijn borst gedrukt. Door het kussen op zijn gezicht heeft hij niet kunnen zien wat voor voorwerp dat was.

De verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer in zijn eigen woning, de plek waar hij zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Uit de aangifte van het slachtoffer en de bij zijn vordering gevoegde stukken blijkt dat de woningoverval voor hem traumatisch is geweest en dat hij nog steeds last heeft van angst- en onveiligheidsgevoelens.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

19 februari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte wel eerder is veroordeeld maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 februari 2020. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in.

De verdachte lijkt zich in een negatief sociaal netwerk te bevinden en hij lijkt beïnvloedbaar te zijn door anderen. Hij functioneert op zwak intelligentieniveau en heeft geen startkwalificatie voor werk. Hij is daardoor herhaaldelijk werkloos. Het ontbreekt aan een structurele en zinvolle dagbesteding. De verdachte heeft schulden opgebouwd zonder dat precies bekend is geworden waar hij schulden heeft en hoe hoog die schulden zijn. Er moet uitgebreid onderzoek plaatsvinden naar de verstandelijke vermogens van de verdachte om maatwerk te kunnen leveren. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit vindt de rechtbank enkel het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

De reclassering heeft geadviseerd om aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Gelet op de duur van de gevangenisstraf zal de rechtbank die straf geheel onvoorwaardelijk opleggen. Op die manier kan de verdachte in de toekomst mogelijk voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Indien nodig kunnen dan daaraan voorwaarden worden verbonden.

Ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren opgelegd, inhoudende een contactverbod met aangever [naam slachtoffer] .

De rechtbank ziet geen aanleiding om ook een gebiedverbod voor de gemeente Zwijndrecht op te leggen. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] : ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 669,38 aan materiële schade en een vergoeding van € 900,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering omdat er vrijspraak is bepleit.

8.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering tot schadevergoeding is door de verdachte niet weersproken en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal de vordering tot vergoeding van materiële schade worden toegewezen.

Tevens is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 900,-.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 september 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.569,38 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel is gelet op de artikelen 38v en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 5 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

1. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] te [geboorteplaats slachtoffer] );

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, wat betekent dat indien de een betaalt de ander van zijn betalingsverplichting zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van

€ 1.569,38 (zegge: vijftienhonderdnegenenzestig euro en achtendertig cent), bestaande uit € 669,38 aan materiële schade en € 900,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 september 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 1.569,38 (hoofdsom, zegge: vijftienhonderdnegenenzestig euro en achtendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 september 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 25 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.A. Bouter-Rijksen, voorzitter,

en mrs. R. Brand en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 22 september 2019 te Zwijndrecht, in/uit een woning gelegen aan de [adres delict] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer sleutels en/of een portemonnee (inhoudende een bankpas (Rabobank) en/of id-kaart en/of zorgpas (Zilverenkruis Achmea) en/of OV-chipkaart) en/of twee mobiele telefoons (merk: Samsung) en/of een horloge, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [naam slachtoffer] (op een bed) vast te binden en/of

- de woning/slaapkamer van die [naam slachtoffer] binnen te dringen / te betreden en/of

- ( daarbij) zich aan die [naam slachtoffer] op te dringen en/of

- een kussen op/tegen het gezicht van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en/of

- ( daarbij) een (hard) voorwerp op/tegen de borst van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en/of

- ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer] te schreeuwen en/of te gebieden dat die [naam slachtoffer] zijn (toegangs)codes van/voor zijn pinpas en/of telefoon en/of telebankieren diende prijs te geven.