Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2520

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
26-03-2020
Zaaknummer
10-230582-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Dahlia. De verdachten hebben een zich schuldig gemaakt aan een sluwe woningoverval. Zij hebben gewacht tot er iemand op de escortadvertentie had gereageerd die bereid was om zich te laten vastbinden. De escort heeft het slachtoffer naakt op bed vastgebonden en toen haar mededaders binnengelaten in de woning. Het slachtoffer is een kussen op zijn gezicht gedrukt en onder bedreiging heeft hij de codes van zijn bankpas, telefoon en mobiel bankieren gegeven, tevens is zijn woning doorzocht. De straf valt lager uit dan bij de medeverdachten gelet op haar houding, bekennende verklaring en omdat zij verminderd toerekeningsvatbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-230582-19

Datum uitspraak: 19 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboordatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, locatie Ter Peel,

raadsman: mr. M. Mesoudi, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K.P. Mandos heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapportage van 18 februari 2020, aangevuld met een contactverbod met aangever en een locatieverbod voor de gemeente Zwijndrecht.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte dient te worden vrijgesproken omdat niet kan worden bewezen dat haar opzet was gericht op de woningoverval. Zij was er niet van op de hoogte dat de aangever in zijn woning zou worden overvallen. Daarnaast ontbreekt het aan een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten ten aanzien van het ten laste gelegde.

4.1.2.

Beoordeling

Vaststaande feiten

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Aangever [naam slachtoffer] (hierna: aangever) heeft op 22 september 2019 rond 17:00 uur via de website sexjobs.nl een afspraak met escort [naam escort] gemaakt. Omstreeks 19:00 uur heeft [naam escort] bij aangever thuis in Zwijndrecht aangebeld, het bedrag van € 200,- dat zij waren overeengekomen aangenomen en dat bedrag naar haar auto gebracht. Daarna is zij terug naar de woning van aangever gegaan, waarna zij zich naar zijn slaapkamer hebben begeven. Aangever heeft zich uitgekleed en [naam escort] heeft hem met veters vastgebonden aan zijn bed. [naam escort] heeft de slaapkamer verlaten en kort daarna zag aangever twee of drie mannen zijn slaapkamer binnenkomen. Aangever kreeg een kussen op zijn gezicht gedrukt en er werd een hard voorwerp tegen zijn borst gedrukt. De mannen hebben de woning van aangever doorzocht en verschillende goederen meegenomen. Aangever werd, in de hulpeloze situatie waarin hij verkeerde, gedwongen de codes van zijn bankpas, mobiele telefoon en mobiel bankieren te geven. Nadat de personen zijn woning hadden verlaten heeft aangever zich los weten te maken en de politie gebeld om aangifte te doen.

Later die avond – het is dan inmiddels 23 september 2019, 1:18 uur – zijn in Zwijndrecht de inzittenden van een Renault Megane met het kenteken [kentekennummer] in het kader van de Wegenverkeerswet aan een politiecontrole onderworpen. Naast de bestuurder [naam bestuurder] bleken de verdachten [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] inzittenden te zijn van die auto.

De politie heeft na het opnemen van de aangifte een spoedtap laten aansluiten op het telefoonnummer dat [naam escort] gebruikte voor het contact met aangever. Op basis van de zendmastgegevens van die telefoon (hierna ook: de werktelefoon) kreeg de politie later die nacht een Renault Megane met het kenteken [kentekennummer] in zicht met vier inzittenden. Die auto verplaatste zich parallel aan de telefoon. Daarom is de politie die auto gaan volgen. Gezien werd dat één van de inzittenden uitstapte in Zoetermeer. Later wordt die persoon herkend als [naam medeverdachte 1] . De auto verplaatste zich daarna naar Den Haag waar de inzittenden werden gecontroleerd. In de auto werden wederom de verdachten [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] en ook [naam] aangetroffen. Omdat de stem van verdachte [naam verdachte] overeen bleek te komen met de stem van de persoon die te horen is in de gesprekken van de afgeluisterde telefoon van [naam escort] , werden de inzittenden aangehouden.

De volgende ochtend is ook verdachte [naam medeverdachte 1] aangehouden. In zijn woning zijn onder andere de werktelefoon met het door [naam escort] gebruikte telefoonnummer en een vuurwapen aangetroffen.

Aangever heeft de verdachte op een foto herkend als [naam escort] .

De verdachte en haar medeverdachten ontkennen in eerste instantie allemaal iets met de woningoverval te maken te hebben. In haar derde verhoor heeft de verdachte echter een uitgebreide en gedetailleerde bekennende verklaring afgelegd.

In dat verhoor heeft de verdachte verklaard dat zij samen met medeverdachten [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] en een man die zij kent als ‘ [schuilnaam] ’ bij de overval betrokken is geweest. Zij is in de middag van 22 september 2019 samen met [naam medeverdachte 2] , zijn broer [naam broer medeverdachte] en [naam medeverdachte 1] naar een woning aan de [adres] in Zwijndrecht van twee Somalische jongens gereden. In de woning moest zij van [schuilnaam] , één van de Somalische jongens, telefonisch mannen te woord staan. Aan het begin van de avond zijn zij ( [naam broer medeverdachte] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] , [schuilnaam] en [naam verdachte] ) met de auto vertrokken naar de woning van een klant, de aangever. [naam verdachte] heeft verklaard dat zij van [schuilnaam] schoenveters mee kreeg om de klant mee vast te binden. Toen zij het van de aangever ontvangen geld naar de jongens in de auto bracht, kreeg zij instructies om propjes aluminiumfolie in de slotvangers te proppen zodat de portiek- en voordeur van de woning van aangever niet dicht zouden vallen. Zij heeft alleen een propje in de portiekdeur en niet in de voordeur van de woning gedaan. Uit door haar met haar privé telefoon naar haar werktelefoon verzonden SMS berichten blijkt dat zij haar medeverdachten per SMS heeft geïnformeerd over het moment waarop zij de woning zouden kunnen betreden. [naam medeverdachte 1] en [schuilnaam] hebben in de woning direct de slaapkamer van aangever betreden terwijl [naam medeverdachte 2] [naam verdachte] in de gang heeft verteld dat zij de woning moest verlaten.

Daarna is de auto met genoemde inzittenden teruggereden naar de woning in Zwijndrecht van waaruit zij eerder waren vertrokken. Daar zijn [naam medeverdachte 1] en [schuilnaam] uit de auto gestapt. [naam broer medeverdachte] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] zijn naar Zoetermeer gereden. In Zoetermeer is [naam broer medeverdachte] uit de auto gestapt en is [naam bestuurder] ingestapt. Zij zijn daarna weer naar de woning van [schuilnaam] in Zwijndrecht gereden. Op de terugweg later die nacht zijn zij ( [naam bestuurder] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] ) in Zwijndrecht als inzittenden van de auto gecontroleerd door de politie. Daarna zijn zij teruggereden naar Zoetermeer. Daar is [naam medeverdachte 1] uit de auto gestapt en [naam] is ingestapt. Later zijn zij in Den Haag weer aan een controle onderworpen en aangehouden.

[naam verdachte] heeft medeverdachte [naam medeverdachte 3] kort na het derde verhoor op een foto herkend als [schuilnaam] .

Opzet op de woningoverval/nauwe en bewuste samenwerking

De verdediging heeft aangevoerd dat [naam verdachte] er niet van op de hoogte was dat haar medeverdachten de woning van de aangever zouden overvallen. [naam verdachte] heeft in dat verband verklaard dat zij zich sinds ongeveer twee weken onder dwang van de medeverdachten heeft moeten prostitueren. [naam medeverdachte 2] zou naaktfoto’s en -filmpjes van haar hebben gemaakt en hebben gedreigd om die openbaar te maken als zij niet zou meewerken. In de woning in Zwijndrecht zat zij samen met [naam broer medeverdachte] te kletsen op een bank, terwijl medeverdachten [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] elders in de kamer zaten. Om die reden heeft zij niets meegekregen van waar [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] mee bezig waren.

De verdachte heeft verder verklaard dat de medeverdachten haar vooraf hadden verteld dat het de wens van de aangever was om vastgebonden te worden. Toen zij het geld van de aangever naar de auto bracht en [naam medeverdachte 2] haar opdroeg om propjes aluminiumfolie in de slotvangers van de portiek- en de voordeur te doen, heeft zij hem gevraagd of zij dat moest doen zodat de anderen haar zouden kunnen filmen terwijl zij seks met de aangever had. [naam medeverdachte 2] reageerde daarop agressief en zou hebben gezegd dat zij gewoon haar werk moest doen. Omdat [naam verdachte] wilde verhinderen dat [naam medeverdachte 2] opnamen zou maken van de seks die zij met de aangever zou hebben en waarmee [naam medeverdachte 2] haar verder zou kunnen chanteren, heeft zij geen propje in de voordeur van de woning van de aangever gestopt. Nadat zij de aangever had vastgebonden heeft zij SMS berichten naar de werktelefoon die in het bezit was van haar medeverdachten gestuurd, met de mededeling dat ze naar de voordeur van de woning moesten komen. [naam verdachte] heeft verklaard dat zij bewust haar kleding nog had aangehouden en hoopte dat [naam medeverdachte 2] weer zou vertrekken als hij bij binnenkomst in de woning zou zien dat zij haar dagelijkse kleding nog droeg. [naam verdachte] zou dan haar werkzaamheden hebben hervat, zodra [naam medeverdachte 2] weer was vertrokken.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. De verdachte heeft verklaard dat zij bang was en daardoor als een soort robot te werk ging en orders opvolgde. Dat strookt echter niet met de verklaring van de verdachte dat zij besloot om tegen de opdracht in geen aluminiumpropje in de slotvanger van de voordeur van de woning van aangever te doen, zodat [naam medeverdachte 2] niet zonder haar tussenkomst de woning kon betreden. Daar komt bij dat uit haar eerste SMS bericht blijkt dat zij meerdere mensen verwachtte, en niet alleen [naam medeverdachte 2] . Haar eerste bericht luidt immers: “Jullie moeten zachtjes tikken op de voordeur als jullie er zijn”. Wat de SMS berichten betreft overweegt de rechtbank verder dat de verdachte in haar tweede bericht binnen dezelfde minuut verduidelijkt: “Dan maak ik open anders hoort ie de deur opengaan”. Zeven minuten later stuurt zij een derde bericht met de tekst: “Kom nuuu binnen”. Uit het extractierapport van de uitgelezen telefoon blijkt dat er kort na het derde bericht nog twee berichten zijn verzonden door de verdachte waarin zij een opdracht geeft: “Maak de kaste schoon in de keuke”. En in het laatste bericht: “En dr is daar een glas”. De rechtbank is van oordeel dat de SMS berichten, gelet op de inhoud en woordkeuze, instructies bevatten aan de mededaders waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte wel op de hoogte was van wat er stond te gebeuren. De formuleringen van de SMS berichten wijzen er niet op dat de verdachte onder zware druk van haar medeverdachte(n) handelde en angstig was. Uit de inhoud van die berichten afgezet tegen de uiterlijke verschijningsvorm van de hierboven beschreven gang van zaken bij de overval leidt de rechtbank een nauwe en bewuste samenwerking af tussen de verdachte en haar medeverdachten. De rechtbank sluit niet uit dat de verdachte in haar bekennende verklaringen heeft geprobeerd haar eigen aandeel in het geheel kleiner te maken dan dat dit in werkelijkheid is geweest.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte op de hoogte was van de overval en daar een aandeel in heeft gehad door de aangever vast te binden en de medeverdachten toegang tot de woning te verschaffen.

4.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

zij op 22 september 2019 te Zwijndrecht, in een woning gelegen aan de [adres delict] , tezamen en in vereniging met anderen, sleutels en een portemonnee (inhoudende een bankpas (Rabobank) en id-kaart en zorgpas (Zilverenkruis Achmea) en OV-chipkaart) en twee mobiele telefoons (merk: Samsung) en een horloge, die aan een ander dan aan verdachte en haar mededaders toebehoorden, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- die [naam slachtoffer] (op een bed) vast te binden en

- de woning/slaapkamer van die [naam slachtoffer] binnen te dringen / te betreden en

- ( daarbij) zich aan die [naam slachtoffer] op te dringen en

- een kussen op het gezicht van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en

- ( daarbij) een (hard) voorwerp op/tegen de borst van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en

- ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer] te schreeuwen en te gebieden dat die [naam slachtoffer] zijn (toegangs)codes van/voor zijn pinpas entelefoon en telebankieren diende prijs te geven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt verdediging

De verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat haar gedragingen haar niet aan te rekenen zijn. Uit de rapportage van de psycholoog blijkt dat zij sinds twee maanden onder druk stond van medeverdachte [naam medeverdachte 2] . Onder die grote van buiten komende druk is zij tot het bewezenverklaarde gekomen. Zij kon geen weerstand bieden aan die druk.

6.2.

Beoordeling

Door de verdediging is een beroep gedaan op psychische overmacht. Van psychische

overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze

geen weerstand kan en ook niet behoeft te bieden.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat er sprake was van een

zodanige drang. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De verdachte heeft verklaard dat zij door medeverdachte [naam medeverdachte 2] werd gedwongen om zich te prostitueren omdat hij dreigde om naaktfoto’s en -filmpjes van haar openbaar te maken. De telefoon van [naam medeverdachte 2] is uitgelezen en onderzocht, maar naaktfoto’s of -filmpjes van de verdachte zijn daarop niet aangetroffen. Ook overigens biedt het dossier (waaronder het hierna onder 7.3.2 te bespreken rapport van de psycholoog) geen aanknopingspunten voor het vergaande standpunt dat de verdachte niet anders kon en hoefde te doen dan deel te nemen aan de woningoverval. De rechtbank verwijst in dit verband nog naar wat zij hiervoor onder 4.1.2 bij de beoordeling heeft overwogen.

Gelet op het voorgaande is niet aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Alles afwegende wordt het beroep op psychische overmacht verworpen.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de

verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit.

6.3.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met haar mededaders schuldig gemaakt aan een geraffineerde en sluwe woningoverval. Zij hebben net zo lang gewacht tot er iemand op de advertentie van escort [naam escort] had gereageerd die bereid was om zich naakt te laten vastbinden op bed. Op die manier zou het slachtoffer namelijk direct in een erg kwetsbare toestand verkeren zodat het voor de verdachten makkelijk was om zijn woning binnen te dringen, die woning te doorzoeken naar waardevolle spullen en het slachtoffer te dwingen om zijn pincode en codes voor mobiele telefoon en mobiel bankieren kenbaar te maken. Bij het slachtoffer is een kussen tegen zijn gezicht gedrukt, waardoor hij in ademnood en paniek raakte. Ook is er een hard voorwerp op zijn borst gedrukt. Door het kussen op zijn gezicht heeft hij niet kunnen zien wat voor voorwerp dat was.

De verdachte en haar mededaders hebben door hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer in zijn eigen woning, de plek waar hij zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Uit de aangifte van het slachtoffer en de bij zijn vordering gevoegde stukken blijkt dat de woningoverval voor hem traumatisch is geweest en dat hij nog steeds last heeft van angst- en onveiligheidsgevoelens.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 november 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 februari 2020. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in.

De voorgeschiedenis van de verdachte is belast. Zij staat er alleen voor sinds zij zeventien jaar oud is. Zij heeft in feite niemand waar zij op kan terugvallen. Er is sprake geweest van instabiliteit op diverse leefgebieden. De verdachte heeft een hulpvraag en is gemotiveerd om aan zichzelf te werken. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden.

Psycholoog R.M.C. Hoogstraten heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 23 december 2019. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in.

Er is bij de verdachte sprake van een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens die voortdurend en continue aanwezig is. Die ziekelijke stoornis heeft de gedragingen van de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde – indien bewezen verklaard – beïnvloed. Zij werd beïnvloed door angst omdat zij geen uitweg zag en totaal afhankelijk was van de medeverdachte die haar volledig had geïsoleerd van alle mogelijkheden en middelen om weg te kunnen. Indien het tenlastegelegde feit bewezen wordt verklaard dan is het advies om de verdachte dat in verminderde mate toe te rekenen. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat en de verdachte heeft een sterke wil om uit de problemen te komen en staat open voor hulp. Om de kans op recidive verder te verkleinen en om de ontwikkeling van de verdachte positief te beïnvloeden wordt geadviseerd om behandeling en begeleiding op te leggen in het kader van bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke detentie.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapportages.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door zijn bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee zij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van het feit vindt de rechtbank enkel het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken in het algemeen en in de zaken van de medeverdachten in het bijzonder worden opgelegd. Gelet op de houding van de verdachte tijdens het onderzoek en de zitting en gelet op wat hiervoor is bepaald over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte valt de straf voor haar lager uit dan voor de medeverdachten.

De reclassering heeft geadviseerd om aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Gelet echter op de duur van de op te leggen gevangenisstraf en het op de terechtzitting door de verdachte uitgesproken voornemen om naar het buitenland te verhuizen, ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Door het opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan de verdachte in de toekomst mogelijk voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Indien nodig en nog van toepassing gezien de verhuisplannen van verdachte, kunnen dan daaraan voorwaarden worden verbonden.

De rechtbank ziet, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en haar houding, geen aanleiding om aan de verdachte – net als bij de medeverdachten – een contactverbod met aangever in de vorm van een maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] : ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 669,38 aan materiële schade en een vergoeding van € 900,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering omdat er vrijspraak is bepleit.

8.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering tot schadevergoeding is door de verdachte niet weersproken en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal de vordering tot vergoeding van materiële schade worden toegewezen.

Tevens is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het de bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 900,-.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 september 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.569,38 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, wat betekent dat indien de een betaalt de ander van zijn betalingsverplichting zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van

€ 1.569,38 (zegge: vijftienhonderdnegenenzestig euro en achtendertig cent), bestaande uit € 669,38 aan materiële schade en € 900,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 september 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 1.569,38 (hoofdsom, zegge: vijftienhonderdnegenenzestig euro en achtendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 september 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 25 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.A. Bouter-Rijksen , voorzitter,

en mrs. R. Brand en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 22 september 2019 te Zwijndrecht, in/uit een woning gelegen aan de [adres delict] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer sleutels en/of een portemonnee (inhoudende een bankpas (Rabobank) en/of id-kaart en/of zorgpas (Zilverenkruis Achmea) en/of OV-chipkaart) en/of twee mobiele telefoons (merk: Samsung) en/of een horloge, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [naam slachtoffer] (op een bed) vast te binden en/of

- de woning/slaapkamer van die [naam slachtoffer] binnen te dringen / te betreden en/of

- ( daarbij) zich aan die [naam slachtoffer] op te dringen en/of

- een kussen op/tegen het gezicht van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en/of

- ( daarbij) een (hard) voorwerp op/tegen de borst van die [naam slachtoffer] te drukken/duwen en/of

- ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer] te schreeuwen en/of te gebieden dat die [naam slachtoffer] zijn (toegangs)codes van/voor zijn pinpas en/of telefoon en/of telebankieren diende prijs te geven.