Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2495

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
25-03-2020
Zaaknummer
ROT 20/1475
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

afwijzen voorlopige voorziening inzake afgelasten markten vanwege corona.

Een noodverordening kan niet als een besluit worden aangemerkt daarom dient het verzoek om voorlopige voorziening te worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/1475

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 maart 2020 als bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Alle marktplaatsvergunninghouders op de warenmarkten in Rotterdam, verzoekers, gemachtigde: mr. M.C. van Meppelen Scheppink,

en

de voorzitter van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, verweerder.

Procesverloop

Op 17 maart 2020 heeft verweerder de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (de Noodverordening) vastgesteld. Daaruit volgt dat alle markten in Rotterdam vanwege het corona-virus worden afgelast.

Verzoekers hebben op 19 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen het afgelasten van de markten in Rotterdam. Ook hebben verzoekers op 19 maart 2020 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet gelet op artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening richt zich tegen de Noodverordening. Een noodverordening bevat naar zijn aard algemeen verbindende voorschriften zodat deze reeds om die reden, gelet op de artikelen 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, en 7:1 van de Awb niet als een besluit kan worden aangemerkt waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

4. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

zaaknummer: ROT 20/1475, Alle marktplaatsvergunninghouders op de

warenmarkten in Rotterdam 2

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hielkema, griffier.

De uitspraak is gedaan op 19 maart 2020 en openbaar gemaakt door middel van publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.