Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2456

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-03-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
C/10/583048 / HA ZA 19-910
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging ledenovereenkomst en samenwerkingsovereenkomst, toepasselijkheid concurrentiebeding en boeteclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/583048 / HA ZA 19-910

Vonnis van 11 maart 2020

in de zaak van

de coöperatie

COOPERATIEVE MIKLOMEDIA EN CO U.A.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.R.G.M. van Beurden te 's-Gravenhage,

tegen

1 [naam gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.F. Bienfait te Capelle aan den IJssel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAY IN TOUCH MEDIA B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. J.A.Th. van den Berg te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Miklomedia en respectievelijk [naam gedaagde] en Stay in Touch Media genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen van 1 mei 2019 met producties,

  • -

    de oproepingsexploten van 12 juni 2019,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie zijdens [naam gedaagde] , met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord zijdens Stay in Touch Media, met producties,

  • -

    de brief van 30 oktober 2019 van de rechtbank, waarbij een comparitie is bepaald,

  • -

    de Toelichting (ten behoeve van de comparitie) zijdens Miklomedia,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 januari 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 17 september 2015 hebben Miklomedia en [naam gedaagde] met elkaar een ledenovereenkomst en een samenwerkingsovereenkomst gesloten. In deze twee overeenkomsten zijn geen concurrentiebedingen of boetebedingen opgenomen. Al voor de totstandkoming van deze overeenkomsten heeft [naam gedaagde] werkzaamheden voor Miklomedia verricht.

2.2.

Tot januari 2018 heeft [naam gedaagde] werkzaamheden ten behoeve van Miklomedia verricht en aan Miklomedia gefactureerd. In de periode dat [naam gedaagde] werkzaamheden voor Miklomedia verrichte was Stay in Touch Media een opdrachtgever van Miklomedia.

2.3.

Op 29 december 2017 heeft [naam gedaagde] in een e-mail met als afzenderadres [mailadres] , aan vijftien ontvangers met de e-mailextensie “@miklomedia.nl”, onder meer, het volgende geschreven:

Lieve collega’s,

(…)

Zo tegen het einde van het jaar kijk ik altijd terug en sta ik stil bij alle mooie en minder mooie kanten in mijn leven, maar geniet vooral van de successen die ik het afgelopen jaar heb gevierd met jullie. Ook voor 2018 staan er veel in de planning. Ik ga er vanuit dat wij met z’n allen onze doelen gaan bereiken!

Rest mij jullie te zeggen; “EEN KNALLEND EN SUCCESVOL 2018”

Liefs,

[naam gedaagde]

2.4.

Op 8 januari 2018 is tussen Miklomedia en [naam gedaagde] discussie ontstaan over door [naam gedaagde] aan Miklomedia verzonden facturen.

2.5.

In januari 2018 heeft [naam gedaagde] haar werkzaamheden voor Miklomedia beëindigd. In haar brief van 9 mei 2018 heeft [naam gedaagde] , onder meer, hierover geschreven:

In januari heb ik per direct ontslag genomen bij uw bedrijf en ben zonder enige spullen vertrokken van mijn werkplek

2.6.

Na januari 2018 is [naam gedaagde] voor Stay in Touch Media gaan werken. Op haar LinkedIn-profiel heeft [naam gedaagde] , onder meer, vermeld:

Content Creator

Stay in Touch Media

februari 2018 – heden”.

2.7.

Miklomedia heeft haar commerciële activiteiten per mei 2019 gestaakt.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

Miklomedia vordert samengevat - [naam gedaagde] en Stay in Touch Media, hoofdelijk, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot, primair, betaling van een contractuele boete ten bedrage van € 250.000,00, alsmede van een contractuele boete ten bedrage van € 1.000,00 per dag met ingang van 1 mei 2018 tot aan de datum van betaling en, subsidiair, tot betaling van een bedrag van € 300.000,00 ten titel van schadevergoeding, alsmede de proceskosten.

3.2.

Miklomedia voert daartoe aan dat in een ledenvergadering van 8 september 2016 unaniem is besloten dat, indien iemand uit de samenwerking (naar de rechtbank begrijpt Miklomedia) vertrekt en werkzaam wordt voor een opdrachtgever of concurrent (van Miklomedia) deze een boete verschuldigd is van € 250.000,00 en van € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt. In een volgende ledenvergadering op 15 september 2016, is besloten dat deze boetes niet alleen in nieuwe ledenovereenkomsten zullen worden opgenomen, maar dat deze boetes ook van toepassing zijn op alle oude ledenovereenkomsten, zonder dat de oude leden daartoe een nieuwe overeenkomst zouden ondertekenen. [naam gedaagde] was bij beide ledenveregaderingen aanwezig en heeft met de boetebedingen en de toepasselijkheid daarvan voor de oude overeenkomsten ingestemd, aldus Miklomedia.

3.3.

Miklomedia stelt dat [naam gedaagde] door in januari 2018 haar werkzaamheden voor Miklomedia te staken en vervolgens voor Stay in Touch Media werkzaamheden te gaan verrichten, de contractuele boetes verschuldigd is geworden. Stay in Touch Media is aansprakelijk omdat zij [naam gedaagde] goed kende en dus bekend was met de afspraken tussen Miklomedia en [naam gedaagde] en daarmee ook met de wanprestatie van [naam gedaagde] . Door toch van de diensten van [naam gedaagde] gebruik te (blijven) maken heeft Stay in Touch Media onrechtmatig gehandeld, aldus Miklomedia.

3.4.

[naam gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij voert daartoe aan dat de ledenovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst wel door haar zijn ondertekend, maar dat allerlei bepalingen uit die overeenkomsten en/of uit de statuten van Miklomedia door Miklomedia niet zijn nageleefd. Zo werden er wel vrijwel wekelijks besprekingen gehouden, maar dat waren geen ledenvergaderingen. [naam gedaagde] heeft ook nooit uitnodigingen voor een ledenvergadering of jaarvergadering gekregen. Daarnaast zijn ook bepalingen met betrekking tot de jaarrekening, de financiële commissie en het Reglement Verdeelafspraken niet nageleefd. De overeenkomsten zijn dus nooit uitgevoerd en [naam gedaagde] heeft enkel als zzp’er voor Miklomedia gewerkt.

3.5.

[naam gedaagde] was bovendien niet gebonden aan enig concurrentie- of boetebeding. Deze staan immers niet in de door [naam gedaagde] ondertekende overeenkomsten en bij besprekingen waar een boetebeding is besproken of overeengekomen, is zij niet aanwezig geweest, aldus [naam gedaagde] .

3.6.

Subsidiair stelt [naam gedaagde] dat handhaving van het boetebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat Miklomedia haar activiteiten kort voor of na de dagvaarding heeft gestaakt. Meer subsidiair doet [naam gedaagde] een beroep op matiging.

3.7.

[naam gedaagde] verzet zich tegen de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad van een eventueel voor Miklomedia gunstig vonnis, vanwege het dan bestaande restitutierisico.

3.8.

Stay in Touch Media voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Stay in Touch Media voert daartoe aan dat er geen enkele contractuele verhouding tussen haar en Miklomedia bestaat, op grond waarvan Stay in Touch Media aan enig boetebeding gebonden zou zijn. Stay in Touch Media was ook niet op de hoogte van het concurrentiebeding. Na door (de advocaat van) Miklomedia te zijn aangeschreven heeft Stay in Touch Media alle informatie bij [naam gedaagde] opgevraagd en op basis van de verkregen informatie geconcludeerd dat er geen sprake was van een concurrentiebeding. Miklomedia was niet bereid haar standpunt nader te motiveren. Stay in Touch Media heeft niet onrechtmatig gehandeld.

In reconventie

3.9.

[eiseres] vordert samengevat - Miklomedia te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.941,00, te vermeerderen met rente en kosten. [eiseres] voert daartoe aan dat zij facturen heeft verzonden die door Miklomedia onbetaald zijn gelaten.

3.10.

Miklomedia voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Miklomedia voert daartoe aan dat van de klanten nog geen betaling was ontvangen, zodat [eiseres] ook nog niet had mogen factureren.

3.11.

Op de stellingen in conventie en reconventie van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

Ten aanzien van gedaagde [naam gedaagde]

Toepasselijkheid boetebeding

4.1.

Vaststaat dat [naam gedaagde] al voor de totstandkoming van de ledenovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst voor Miklomedia werkzaamheden heeft verricht. Door [naam gedaagde] is niet betwist dat vervolgens besloten is om deze samenwerking in de vorm van een coöperatie te organiseren. Vaststaat immers ook dat Miklomedia en [naam gedaagde] op 17 september 2015 de ledenovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten.

4.2.

[naam gedaagde] stelt echter dat zij haar werkzaamheden als zzp’er is blijven doen omdat geen uitvoering is gegeven aan de overeenkomsten van 17 september 2015. [naam gedaagde] onderbouwt dit standpunt door te wijzen op verschillende contractuele- en statutaire bepalingen die, aldus [naam gedaagde] , niet zijn nageleefd.

4.3.

De rechtbank stelt, gezien het aangaan van de ledenovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst, vast dat het kennelijke doel van Miklomedia én [naam gedaagde] was dat [naam gedaagde] als lid van de coöperatie haar verdere werkzaamheden voor Miklomedia zou verrichten. [naam gedaagde] heeft daarna ook nog daadwerkelijk werkzaamheden voor Miklomedia verricht en heeft daarvoor van Miklomedia vergoedingen betaald gekregen. [naam gedaagde] maakte gebruik van een e-mailadres met de extensie @miklomedia.nl. Gesteld noch gebleken is dat [naam gedaagde] op enig moment heeft geklaagd over, of gewezen op de, door haar thans gestelde, omstandigheid dat contractuele- en statutaire bepalingen niet (naar behoren) werden nageleefd. Gesteld of gebleken is evenmin, dat [naam gedaagde] op enig moment heeft gewezen op de door haar thans gestelde omstandigheid dat geen ledenvergaderingen werden gehouden volgens de in de statuten voorziene procedure en dat de wel (vrijwel) wekelijks gehouden besprekingen niet als ledenvergaderingen kwalificeerden. Ook niet gesteld of gebleken is dat [naam gedaagde] Miklomedia op enig moment heeft verzocht of opgeroepen om wél volgens de statutair voorgeschreven procedure ledenvergaderingen te houden en ook overigens alle contractuele- en statutaire bepalingen na te leven. Uitgaande van het door [naam gedaagde] gestelde bij conclusie van antwoord in conventie, hebben al die thans gestelde gebreken in de naleving van statuten en de overeenkomsten van 17 september 2015, bovendien geen enkele kenbare bijdrage geleverd aan het besluit van [naam gedaagde] de samenwerking met Miklomedia te beëindigen. Tot slot heeft [naam gedaagde] in haar onder 2.5 aangehaalde brief van 9 mei 2018 geschreven bij Miklomedia ontslag te hebben genomen. Dit laatste duidt erop dat ook in de ogen van [naam gedaagde] sprake was van een veel hechtere contractuele band, dan enkel de band van de onafhankelijke zzp’er met een vaker terugkerende opdrachtgever.

4.4.

Het voorgaande leidt tot de constatering dat partijen in september 2015 het kennelijke doel hebben gehad een reeds bestaande samenwerking nader contractueel vast te leggen en nadien voort te zetten. De ledenovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst zijn gesloten en de samenwerking is ook daadwerkelijk voortgezet, waarbij in elk geval naar de geest van de overeenkomsten is gehandeld. Dat laatste heeft [naam gedaagde] ter comparitie bevestigd. Daar is zijdens [naam gedaagde] immers verklaard dat Miklomedia een doorgeefluik was voor de gezamenlijke zzp’ers om opdrachten te verwerven. Dat partijen niet naar de letter van die overeenkomsten hebben gehandeld, doet daar niet aan af. Dat geldt temeer als, zoals in dit geval, geen van de betrokken partijen te kennen geeft niet tevreden te zijn met de wijze waarop uitvoering aan de overeenkomsten wordt gegeven. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van [naam gedaagde] (waar zij overigens ook geen eenduidige juridische conclusies aan heeft verbonden) dat geen uitvoering aan de overeenkomsten van 17 september 2015 is gegeven.

4.5.

Miklomedia heeft haar stellingen dat [naam gedaagde] aanwezig was bij de (leden)vergaderingen van respectievelijk 8 en 15 september 2016, waarin is besloten dat het nieuwe concurrentie- en boetebeding ook van toepassing zou zijn op alle oude ledenovereenkomsten, zonder dat de oude leden daartoe een nieuwe overeenkomst zouden (moeten) ondertekenen en dat [naam gedaagde] toen daarmee heeft ingestemd, onderbouwd met een door drie personen ondertekende schriftelijke verklaring. Hier tegenover staat enkel de blote ontkenning van [naam gedaagde] bij die vergaderingen aanwezig te zijn geweest of de gewraakte bepalingen te kennen, c.q. daarmee in gestemd te hebben. Op genoemde, door Miklomedia overgelegde, schriftelijke verklaring is [naam gedaagde] in het geheel niet ingegaan.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat [naam gedaagde] de stellingen van Miklomedia over de totstandkoming van, en instemming door [naam gedaagde] met, het concurrentie- en boetebeding daarmee onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Van de juistheid van die stellingen van Miklomedia moet dus worden uitgegaan. Dat betekent dat, in elk geval vanaf 15 september 2016, deze bedingen van toepassing waren op de samenwerking tussen Miklomedia en [naam gedaagde] .

4.7.

Het verweer van [naam gedaagde] dat Stay in Touch Media geen concurrent van Miklomedia is kan onbesproken blijven, aangezien het concurrentiebeding zich mede uitstrekt tot (voormalig) opdrachtgevers van Miklomedia. Dat Stay in Touch Media een opdrachtgever van Miklomedia was, is tussen partijen niet in geschil.

4.8.

De rechtbank zal voorbij gaan aan het subsidiaire verweer van [naam gedaagde] dat Miklomedia geen belang heeft bij handhaving van het beding omdat zij haar activiteiten kort voor of na de dagvaarding heeft gestaakt. [naam gedaagde] is ruim een jaar voor het uitbrengen van de dagvaarding bij Miklomedia vertrokken. Op dat moment was er nog geen sprake van dat Miklomedia de activiteiten had gestaakt of zou staken. Dat de activiteiten ruim een jaar later wel zijn gestaakt doet aan een ten tijde van [naam gedaagde] daadwerkelijke vertrek bestaande belang niet af. Dat Miklomedia toen wel een belang bij handhaving had is door [naam gedaagde] niet betwist. Dat Miklomedia, naar mening van [naam gedaagde] , geen schade zou hebben geleden is, nu Miklomedia primair een boete vordert en geen schadevergoeding, behoudens voor zover in het navolgende nog te bespreken, niet relevant.

Matiging ex artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek

4.9.

Op grond van artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek is de rechter bevoegd om een contractueel overeengekomen boete op verzoek van de schuldenaar te matigen. Ambtshalve matiging is niet mogelijk.

4.10.

Bij de toepassing van artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek geldt dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dat brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (Hoge Raad 24 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638).

4.11.

Dat de billijkheid eist dat de boete gematigd wordt, zal in zo’n geval door de schuldenaar (in dit geval [naam gedaagde] ) onderbouwd moeten worden.

4.12.

[naam gedaagde] heeft de noodzaak tot matiging van de boete bij conclusie van antwoord in reconventie slechts zeer algemeen onderbouwd met een verwijzing naar “de omstandigheden zoals bij de feiten geschetst” (rn. 47 conclusie van antwoord in conventie). De rechtbank begrijpt dat [naam gedaagde] daarmee doelt op “het incident in september 2017” (rn. 23 conclusie van antwoord in conventie). Dit wordt bevestigd door wat [naam gedaagde] ter comparitie heeft verklaard. Dit incident en de wijze waarop daar door Miklomedia mee is omgegaan, zo begrijpt de rechtbank de stellingen van [naam gedaagde] , zou de grond voor [naam gedaagde] zijn geweest haar samenwerking met Miklomedia te beëindigen. [naam gedaagde] heeft dit medegedeeld, zo begrijpt de rechtbank [naam gedaagde] nog steeds, middels haar “neutrale afscheidsmail” van 29 december 2017 (rn. 24 conclusie van antwoord in conventie). De rechtbank begrijpt dit als een beroep op de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen, zoals hiervoor aangehaald onder randnummer 4.10.

4.13.

De kwalificatie “neutrale afscheidsmail” wordt naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet ondersteund door de tekst van de bedoelde e-mail. De e-mail is niet neutraal van toon en bevat geen enkel afscheid (behalve wellicht in zijn algemeenheid van het jaar 2017). Integendeel; de rechtbank kan deze e-mail niet anders lezen dan als een enthousiaste vooruitblik naar een voortzetting van de bestaande samenwerking in het nieuwe jaar. Dat [naam gedaagde] haar samenwerking met Miklomedia beëindigde, of zelfs maar overwoog te beëindigen, valt uit de e-mail van 29 december 2017 niet te destilleren.

4.14.

Ook in de nadien in januari 2018 gevoerde e-mailcorrespondentie over de niet betaalde facturen schrijft [naam gedaagde] niet de samenwerking met Miklomedia al te hebben beëindigd of dan te beëindigen, laat staan wat de grond voor zo’n beëindiging zou zijn. Het tegendeel is eerder het geval. Zo schrijft [naam gedaagde] in haar e-mail van 8 januari 2018, 22:09u “Ik wil graag weten wat er de laatste tijd aan de hand is, waarom jij de factureren achterhoudt van mij of elke keer met een excuus komt. Dit is voor mij niet meer leuk werken!” en in haar e-mail van 9 januari 2018, 15:14u “Dit is geen discussie, het is een feit dat zoals het nu loopt voor mij twijfels brengt voor wat betreft het doorgang in mijn werkzaamheden [vet: rechtbank]”. Het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden begrepen dan dat de samenwerking in januari 2018 nog steeds onveranderd in stand was, maar dat [naam gedaagde] inmiddels twijfels kreeg over de voortzetting van die samenwerking. Tot slot wordt de stelling van [naam gedaagde] dat zij met de e-mail van 29 december 2017 afscheid had genomen gelogenstraft door haar brief van 9 mei 2018, waarin [naam gedaagde] schrijft “in januari (…) per direct” ontslag te hebben genomen. Overigens wederom zonder enige mededeling te doen omtrent de grond voor dat (in haar eigen bewoordingen) ontslag.

4.15.

De rechtbank is van oordeel dat, voor zover uit de hierboven aangehaalde correspondentie van [naam gedaagde] al enige reden voor het beëindigen van de relatie met Miklomedia te putten valt, dat in elk geval niet het “incident in september 2017” is. Uit niets, behalve hetgeen nu in deze procedure door [naam gedaagde] is gesteld, blijkt dat dat incident überhaupt een factor is geweest bij de beslissing de samenwerking te beëindigen. Daarmee is dat incident niet relevant voor de vraag of de billijkheid matiging van de boete vereist en zal het door [naam gedaagde] gedane bewijsaanbod aangaande de aard en inhoud van dat incident worden gepasseerd.

4.16.

Het gestelde omtrent het incident in september 2017 kan het beroep op artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek niet dragen.

4.17.

De rechtbank merkt overigens op dat [naam gedaagde] zich, gezien het voorgaande, een opvallende mate van vrijheid lijkt te permitteren waar het aankomt op de presentatie van de “feiten”, ten opzichte van de daadwerkelijke gang van zaken zoals die uit de onderliggende stukken volgt, die de geloofwaardigheid meer in het algemeen niet persé ten goede komt.

4.18.

Behoudens het incident in september 2017 heeft [naam gedaagde] geen concrete feiten of omstandigheden aan haar beroep op artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek ten grondslag gelegd. [naam gedaagde] heeft enkel in zijn algemeenheid betwist dat Miklomedia schade zou hebben geleden. [naam gedaagde] heeft deze betwisting slechts onderbouwd ten aanzien van het Format “Da’s goed geregeld”, waarvan de economische eigendom volgens [naam gedaagde] aan Stay in Touch Media zou toebehoren. De stellingen van Miklomedia met betrekking tot de overige twee in de dagvaarding genoemde formats (“Van Passie Naar Droombaan” en “Welkom in …”) heeft [naam gedaagde] onbesproken gelaten. [naam gedaagde] heeft enkel nog in zijn algemeenheid het verweer gevoerd dat Miklomedia haar schade niet heeft onderbouwd.

4.19.

Miklomedia vordert primair echter geen schadevergoeding, maar betaling van een contractueel overeengekomen boete. Er rust op Miklomedia in dat kader geen bijzondere bewijslast, en zelfs geen stelplicht, ten aanzien van enige daadwerkelijk geleden schade. [naam gedaagde] daarentegen verzoekt die boete te matigen. Het is onder die omstandigheden aan [naam gedaagde] om de gronden voor die matiging, deugdelijk onderbouwd aan te dragen. Dat kan, onder meer, door aan te voeren én te onderbouwen dat de daadwerkelijke schade veel lager is dan de contractueel verbeurde boete. [naam gedaagde] heeft dat in dit geval echter maar voor een deel (ongeveer de helft) van de door Miklomedia subsidiair gestelde schade concreet gedaan. Het resterende deel heeft [naam gedaagde] niet concreet of onderbouwd weersproken. Een en ander vertaalt zich als volgt.

4.20.

De door Miklomedia in verband met de subsidiaire vordering gestelde schade is opgebouwd uit drie componenten; “Van Passie Naar Droombaan”, omzet ca. € 150.000,00, “Welkom in …”, omzet ca. € 150.000,00 en “Da’s goed geregeld”, omzet ca. € 360.000,00. Op basis van deze drie componenten stelt Miklomedia in haar subsidiaire vordering een schade te hebben geleden van € 300.000,00. Van deze schade is ondeugdelijkheid van de component die goed is voor iets meer dan de helft van het totaal (“Da’s goed geregeld”) gemotiveerd door [naam gedaagde] gesteld. Deze stelling is door Miklomedia op haar beurt niet betwist. Op grond hiervan moet, binnen het kader van de beoordeling van het beroep op artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek worden uitgegaan van:

- de juistheid van de (niet weersproken) stellingen van Miklomedia omtrent de formats “Van Passie Naar Droombaan” en “Welkom in …”; gezamenlijk goed voor iets minder dan de helft van de subsidiair gestelde totale schade van € 300.000,00,

- de juistheid van de (niet weersproken) stellingen van [naam gedaagde] omtrent het format “Da’s goed geregeld”; goed voor iets meer dan de helft van de totaal gestelde schade van € 300.000,00.

4.21.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep van [naam gedaagde] op artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek slaagt en wel op grond van de verhouding tussen de daadwerkelijke schade en de hoogte van de boete. De daadwerkelijke schade bedraagt naar het oordeel van de rechtbank in het licht van het voorgaande niet meer dan € 150.000,00. Integrale toewijzing van de gevorderde boete is, afgezet tegen deze schade buitensporig en leidt daarom tot een onaanvaardbaar resultaat. De rechtbank zal de boete tot een bedrag van € 150.000,00 matigen.

Rente, (buitengerechtelijke) kosten en uitvoerbaarheid bij voorraad

4.22.

Miklomedia heeft in het lichaam van de dagvaarding melding gemaakt van wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Echter zonder enige ingangsdatum te noemen of enige nadere invulling te geven. In het petitum van de dagvaarding worden bovendien (met uitzondering van de wettelijke rente over de proceskosten) ter zake geen concrete vorderingen geformuleerd. De stellingen omtrent wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten kunnen derhalve verder onbesproken blijven.

4.23.

[naam gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de door Miklomedia gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad van het in conventie te wijzen vonnis. Wat [naam gedaagde] in dit verband heeft gesteld (onder meer dat Miklomedia alle activiteiten heeft gestaakt, nog maar net geld heeft kunnen vinden om deze procedure te voeren en dat er geen enkel inzicht bestaat in de vermogenssituatie van de vennootschap doordat geen jaarstukken zijn gedeponeerd) is door Miklomedia niet weersproken, laat staan weerlegd.

4.24.

De rechtbank is van oordeel dat uit de stellingen van [naam gedaagde] , waar bij gebrek aan (gemotiveerde) betwisting vanuit moet worden gegaan, een daadwerkelijk en substantieel restitutierisico blijkt. Afgezet tegen de hoogte van de jegens [naam gedaagde] uit te spreken veroordeling verzet dit restitutierisico zich naar het oordeel van de rechtbank tegen uitvoerbaarverklaring van die jegens [naam gedaagde] uit te spreken veroordeling. Het vonnis in conventie zal daarom niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.25.

[naam gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Miklomedia op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 88,09

- griffierecht 4.030,00

- salaris advocaat 3.414,00 (2,0 punten × tarief € 1.707,00)

Totaal € 7.532,09

4.26.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

Ten aanzien van gedaagde Stay in Touch Media

4.27.

Tussen Miklomedia enerzijds en Stay in Touch Media anderzijds bestond geen contractuele verhouding waarin sprake was van enig boetebeding. De primaire vordering van Miklomedia jegens Stay in Touch Media zal daarom worden afgewezen.

4.28.

Miklomedia heeft haar stelling dat Stay in Touch Media wist van het concurrentiebeding en dus onrechtmatig handelde, slechts onderbouwd door te stellen dat Stay in Touch Media en [naam gedaagde] elkaar goed kenden en nauw met elkaar hadden samengewerkt. In het licht van de gemotiveerde betwisting door Stay in Touch Media heeft Miklomedia onvoldoende gemotiveerd in haar stellingen aangaande onrechtmatig handelen door Stay in Touch Media volhard. Ook de subsidiaire vordering jegens Stay in Touch Media zal daarom worden afgewezen.

4.29.

Miklomedia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stay in Touch worden begroot op:

- griffierecht € 4.030,00

- salaris advocaat 2.804,00 (2,0 punten × tarief € 2.402,00)

Totaal € 6.834,00

In reconventie

4.30.

Miklomedia heeft als verweer tegen de reconventionele vordering van [eiseres] volstaan met een verwijzing naar hetgeen in conventie al was aangevoerd, namelijk dat de afspraak was dat pas mocht worden gefactureerd nadat daadwerkelijk was gecontracteerd en de opdrachtgever aan Miklomedia had betaald. Bewijslast en –risico liggen voor dit bevrijdende verweer aan de zijde van Miklomedia. Miklomedia heeft de gestelde afspraak echter op geen enkele wijze onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Miklomedia de stellingen van [eiseres] daarmee onvoldoende gemotiveerd betwist. De vordering van [eiseres] zal als hierna te formuleren worden toegewezen.

4.31.

Miklomedia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- salaris advocaat € 461,00 (1,0 punten × tarief € 461,00)

Totaal € 461,00

4.32.

Nu [eiseres] in reconventie, behalve voor wat betreft de proceskosten, niet heeft gevorderd de veroordeling jegens Miklomedia uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal ook in reconventie dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, behalve voor wat betreft de proceskosten in reconventie.

5 De beslissing

De rechtbank

In conventie

5.1.

veroordeelt [naam gedaagde] om aan Miklomedia te betalen een bedrag van € 150.000,00 (éénhonderdvijftig duizend euro),

5.2.

veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Miklomedia, tot op heden begroot op € 7.532,09, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige voldoening,

5.3.

veroordeelt [naam gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige voldoening,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.5.

veroordeelt Miklomedia in de proceskosten aan de zijde van Stay in Touch Media, tot op heden begroot op € 6.834,00,

In reconventie

5.6.

veroordeelt Miklomedia om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.941,00 (tweeduizendnegenhonderdéénenveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW over dit bedrag met ingang van met 31 januari 2018 tot aan de dag van volledige voldoening,

5.7.

veroordeelt Miklomedia in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot op heden begroot op € 461,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige voldoening,

5.8.

veroordeelt Miklomedia in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Miklomedia niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening,

5.9.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de hiervoor onder 5.7 en 5.8 uitgesproken veroordelingen,

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2020.

[3195/2221]