Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2400

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-03-2020
Datum publicatie
25-03-2020
Zaaknummer
ROT 19/5489
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/5489

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

gemachtigde: mr. H. Mahyou,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 september 2019 van verweerder waarbij zijn bezwaren tegen de besluiten van 11 en 14 maart 2019 ongegrond zijn verklaard.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.

2. Bij aangetekende brief van 27 november 2019 heeft de griffier (de gemachtigde van) eiser erop gewezen dat hij een griffierecht van € 47,- verschuldigd is en hem aangemaand dit bedrag binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.

3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.

4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in aanwezigheid van
A.M.S.J. Baggerman, griffier. De uitspraak is gedaan op 20 maart 2020 en openbaar gemaakt door middel van publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.