Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2378

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
20-03-2020
Zaaknummer
C/10/591633 / JE RK 20-472 en C/10/591634 / JE RK 20-473
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling zonder zitting i.v.m. het coronavirus

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2020-0078
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens : C/10/591633 / JE RK 20-472 en C/10/591634 / JE RK 20-473

datum uitspraak: 19 maart 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

beschikking verzoek verdeling zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de verzoekschriften met bijlagen van de GI van 14 februari 2020, ingekomen bij de griffie op 18 februari 2020.

- de fax van mr. K.E.H. Rueb-Braakman van 11 maart 2020,

- het verweerschrift van mr. M. Marić van 13 maart 2020, ingekomen bij de griffie op

16 maart 2020,

- de fax van mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers van 16 maart 2020,

- de fax van mr. K.E.H. Rueb-Braakman van 17 maart 2020.

De zaken zouden worden behandeld ter terechtzitting van 19 maart 2020.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen zitting plaatsgevonden. De advocaten en de GI zijn er door de griffier telefonisch van op de hoogte gesteld dat de zitting niet zal doorgaan. De griffier heeft aan de GI en de advocaten meegedeeld dat zij op 19 maart 2020 om 11.30 uur telefonisch kunnen worden gehoord op het verzoek om verlenging van de ondertoezichtstelling. Medegedeeld is dat het verzoek ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden aangehouden. Beide advocaten hebben aangegeven verder niet telefonisch gehoord te willen worden door de kinderrechter.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.

Bij beschikking van 11 april 2019 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 11 april 2020.

De verzoeken

(C/10/591633 / JE RK 20-472)


De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar.

(C/10/591634 / JE RK 20-473)

De GI heeft verzocht een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen.

De beoordeling


Mr. Marić heeft namens de vader te kennen gegeven dat de vader geen verweer voert tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling.

Mr. Marić is van mening dat de belangen/standpunten van vader ten aanzien van het verzoek om een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken onvoldoende naar voren zullen komen bij telefonisch horen. Zij verzoekt de behandeling van het verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met voorrang te plannen op een zitting.

Mr. Van der Vegt-Boshouwers heeft telefonisch meegedeeld dat de moeder instemt met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij vindt het telefonisch horen op dit verzoek dan ook niet noodzakelijk.

De advocaat stemt in met de aanhouding van het verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

De kinderrechter is van oordeel dat zij in dit geval zonder mondelinge behandeling op het verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen kan beslissen.

De kinderrechter is van oordeel dat gelet op de stukken is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van één jaar.

Het verzoek tot het vaststellen van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal de kinderrechter tot een nader te bepalen datum aanhouden. De betrokkenen zullen voor de nader te bepalen zitting worden opgeroepen.

De beslissing


De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 11 april 2021;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

en alvorens verder te beslissen

houdt de beslissing met betrekking tot de zaak met zaaknummer C/10/591634 / JE RK 20-473 aan tot een nog nader te bepalen zitting;

gelast de griffie tegen die nader te bepalen terechtzitting op te roepen:

- de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

- de moeder;

- de vader;

- de advocaat van de moeder, mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers;

- de advocaat van de vader, mr. M. Marić.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2020 door mr M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 maart 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.