Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2273

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
17-03-2020
Zaaknummer
10/750248-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring mensensmokkel van 17 personen uit winstbejag in vereniging. Het alternatieve scenario van verdachte is niet aannemelijk. Veroordeling tot gevangenisstraf van 40 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750248-19

Datum uitspraak: 4 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Roemenië) op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. W.A.E.M. Amesz, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. M. Blom, heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheden dat de verdachte het feit zou hebben begaan in de uitoefening van zijn ambt of beroep als vrachtwagenchauffeur en dat er van het ten laste gelegde levensgevaar voor de gesmokkelden te duchten zou zijn geweest;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Door de raadsman is vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

De vereiste wetenschap van de aanwezigheid van de gesmokkelden bij de verdachte ontbreekt. Evenmin had de verdachte dit kunnen vermoeden. De verdachte is dan ook niet behulpzaam geweest bij de mensensmokkel en heeft evenmin gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft.

Ook is geen sprake van winstbejag, nu de verdachte geen geld heeft ontvangen.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte geen chauffeur is van beroep en daarom van deze strafverzwarende omstandigheid dient te worden vrijgesproken.

4.1.2.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de

bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 16 juni 2019 komt via Interpol uit Engeland bij de Koninklijke Marechaussee en de politie de melding binnen dat er mogelijk een transport vreemdelingen onderweg is naar Hoek van Holland. Het zou gaan om een Mercedes Sprinter voorzien van het Britse kenteken [kentekennummer] . Vervolgens wordt het voertuig aangetroffen bij een tankstation in Hoek van Holland en wordt de verdachte aangehouden. In de laadruimte van het voertuig worden zeventien mensen in geprepareerde ruimtes aangetroffen. Zij zitten voorin de laadruimte, in een houten constructie met twee compartimenten boven elkaar, die door een gordijn zijn afgescheiden van de rest van de laadruimte. De laadruimte achter de houten constructie is vol gestapeld met losse autobanden. Vijftien vreemdelingen blijken afkomstig te zijn uit India, van twee is de nationaliteit onbekend.

Uit de stukken die uit Engeland zijn ontvangen blijkt onder andere het volgende. Een Roemeense website heeft voor de verdachte als hoofdpassagier een reservering ontvangen voor de oversteek op 16 juni 2019 met een ferry van Hoek van Holland naar Harwich (Groot-Brittannië) met een voertuig gekentekend [kentekennummer] . Als naam van de kaarthouder werd opgegeven “ [naam verdachte] ”. Voorts blijkt uit een observatie die door de Engelse autoriteiten is verricht dat op 12 juni 2019 omstreeks 16:30 uur in Hounslow (Engeland) door [naam 1] zwarte, ronde objecten naar het voertuig met kenteken [kentekennummer] werden overgebracht. Hier waren nog twee andere mannen bij aanwezig, te weten [naam 2] en

[naam 3] . Uit de historische telefoongegevens van de mobiele telefoon (met nummer eindigend op [nummer] ) die in gebruik is bij de verdachte is gebleken dat de telefoon op 12 juni 2019 om 16:28 uur, 17:27 uur en 18:11 uur aanstraalde in de omgeving Springwell Road in Hounslow. Voorts blijkt uit de historische telefoongegevens dat die telefoon op 13, 14, 15 en 16 juni 2019 vele malen contact heeft gehad met de telefoonnummers van [naam 3] .
Het belastbaar gewicht van het voertuig was 5.000 kg.
De telefoon blijkt op 14 juni gereset te zijn.

De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er mensen in zijn busje zaten.

Hij heeft bij de politie meerdere verklaringen afgelegd. Deze kwamen er op neer dat hij een busje had gekocht in Engeland, een klus had aangenomen voor € 500,- om autobanden op te halen in Aken en deze de volgende dag naar Engeland te brengen. De verdachte zou de ene dag naar Aken zijn gereden - waar een onbekende de bus had meegenomen terwijl de verdachte in een hotel sliep - en hij zou de volgende dag zijn terug gereden.

De verdachte heeft ter terechtzitting een compleet andere verklaring afgelegd. Deze hield in dat hij door ene [naam 4] is gevraagd om te helpen met een transport autobanden en dat dit 3 á 4 uur in beslag zou nemen en hij hier 500 lire voor aangeboden kreeg. De verdachte is samen met een Roemeense man genaamd [naam 5] vanuit Engeland vertrokken. Het voertuig was op dat moment al geladen met autobanden. Aangekomen op het vaste land nam [naam 5] de telefoon van de verdachte over en hield deze bij zich. Zij zijn een aantal maal heen en weer gereden tussen België en Nederland. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij drie nachten heeft overnacht in twee verschillende hotels en dat die hotelovernachtingen werden betaald door [naam 5] en door twee Pakistanen/Indiërs. Op 16 juni 2019 heeft de verdachte deze twee Pakistanen/Indiërs ontmoet bij een hotel in Nederland. Die dag moesten de verdachte en [naam 5] naar de stad, omdat een andere lading banden aan gekomen was die de verdachte mee moest nemen naar Engeland. De verdachte en [naam 5] zijn in de stad opgevangen door twee Turkse mannen. Zij werden naar een restaurant gestuurd om daar te wachten op de Turkse mannen, die de nieuwe autobanden in het voertuig van de verdachte zouden laden. Toen de verdachte en [naam 5] terug kwamen bij het voertuig, stonden de twee Pakistanen/Indiërs daar ook bij. De verdachte is vervolgens alleen naar Hoek van Holland gereden. De verdachte heeft ook verklaard dat hij met banden is gekomen en met banden is teruggereden en dat hij niet heeft gemerkt dat de auto

- vanwege de ingestapte zeventien personen in de laadruimte - zwaarder was geworden.

De rechtbank oordeelt als volgt.


Op enig moment blijkt uit het politieonderzoek dat de verklaringen die de verdachte bij de politie heeft afgelegd geen stand houden. Zo blijkt uit het onderzoek dat het voertuig al in Engeland is geladen met autobanden, dat de verdachte niet in Aken (Duitsland) is geweest en dat de verdachte heen en weer tussen België en Nederland heeft gereden.

Vervolgens heeft de verdachte ter terechtzitting een geheel andersluidende verklaring afgelegd. Het door de verdachte ter terechtzitting geschetste alternatieve scenario acht de rechtbank niet aannemelijk. Deze verklaring is niet verifieerbaar, weinig concreet en bevat ongerijmdheden. Zo is niet duidelijk geworden of de autobanden die reeds in Engeland zijn geladen elders zijn gelost, of dat deze autobanden weer terug naar Engeland zouden gaan. Voorts is niet duidelijk waar de nieuwe lading autobanden is geladen, in welke plaatsen de verdachte is geweest en heeft de verdachte niet verklaard in welke hotels hij is geweest, behalve “het Ibis in België”.

De verdachte heeft verklaard dat hij gaandeweg doorhad dat er iets niet klopte maar dat hij bang was omdat [naam 5] hem voorhield dat er niet te spotten viel met de Pakistanen. Het lag dan voor de hand dat de verdachte de politie had gewaarschuwd toen hij eenmaal alleen naar Hoek van Holland reed. Dat deed de verdachte echter niet.

De rechtbank acht het ook onaannemelijk dat de verdachte niet heeft gemerkt zijn busje

- met een laadgewicht van 5.000 kg - aanzienlijk zwaarder is geworden doordat zich op enig moment zeventien personen in de laadruimte bevonden. Al met al heeft het er alle schijn van dat de verdachte zijn bij de politie afgelegde verklaring ingrijpend heeft aangepast nadat hij bekend was geworden met de feiten uit het dossier.

De hierboven omschreven vaststaande feiten rechtvaardigen de conclusie dat de verdachte betrokken was bij, en wist van de mensensmokkel en dat het alternatieve scenario van verdachte niet aannemelijk is.

Nu uit het dossier voldoende blijkt dat de verdachte de opdracht kreeg van ene [naam 4] , in de buurt was op het moment dat de autobanden door anderen in Engeland in het voertuig zijn geladen, de verdachte hierna telefonisch contact heeft gehad met één van hen en hij samen met [naam 5] van Engeland naar België en Nederland is gereden, oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en voornoemde personen die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensensmokkel.

Winstbejag

Van winstbejag is sprake indien het handelen van de dader is ingegeven door een gerichtheid op verrijking, waarbij het niet noodzakelijk hoeft te gaan om een op geld waardeerbaar voordeel en evenmin bepalend is of het beoogde voordeel daadwerkelijk is behaald. Voldoende is dat de dader op verrijking uit is geweest. De term winstbejag strekt er toe om handelen met zuiver ideële motieven uit de werkingssfeer van artikel 197a, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht te houden.

De verdachte heeft verklaard dat hij betaald zou worden voor het transport (bij de politie verklaarde hij € 500,-, ter zitting 500 lire). De rechtbank acht bewezen dat de verdachte uit winstbejag heeft gehandeld.

In de uitoefening van ambt of beroep als chauffeur

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor dit onderdeel van de tenlastelegging onvoldoende bewijs aanwezig is, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Levensgevaar

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank voorts van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat ten gevolge van het ten laste gelegde levensgevaar voor de vreemdelingen te duchten is geweest. De verdachte zal ook van dat onderdeel worden vrijgesproken.

4.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheden dat de verdachte het feit zou hebben begaan in de uitoefening van zijn ambt of beroep als vrachtwagenchauffeur en dat er levensgevaar voor de vreemdelingen te duchten is geweest.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 16 juni 2019 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met anderen,

als chauffeur van een voertuig,

anderen, te weten 17 personen van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en genoemde personen daartoe gelegenheid en middelen heeft verschaft

en

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederlanden een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en genoemde personen daartoe gelegenheid en middelen heeft verschaft,

door

- bovengenoemde personen (in een geprepareerde ruimte) in de laadruimte van een voertuig met kenteken [kentekennummer] te vervoeren door Nederland richting Hoek van Holland om vervolgens de veerboot naar Groot-Brittannië te nemen en

- een ticket aan te schaffen voor de veerboot van Hoek van Holland naar Groot-Brittannië,

en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het verblijf in Nederland en/of Groot-Brittannië gefaciliteerd,

terwijl hij, verdachte en zijn mededaders, wist(en) dat die toegang of die doorreis of dat verblijf wederrechtelijk was.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

eendaadse samenloop van:

mensensmokkel

en

een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, en die ander daartoe gelegenheid en middelen verschaffen, terwijl hij ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is,

terwijl de feiten in vereniging worden begaan door meerdere personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de smokkel van zeventien personen door hen in zijn auto door Nederland te vervoeren met als bestemming

Groot-Brittannië. Onder de gesmokkelden bevonden zich kinderen en een zwangere vrouw. Hoewel uit het dossier niet naar voren is gekomen dat sprake is geweest van direct levensgevaar, zaten de betrokkenen onder inhumane omstandigheden in het busje en hadden zij in het geval er zich een calamiteit had voorgedaan - zoals een ongeluk of onwel worden - opgesloten gezeten, met alle mogelijke gevolgen van dien. De verdachte heeft uit winstbejag gehandeld.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal

verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan de instandhouding van een illegaal circuit. De handelwijze van de verdachte ondermijnt dit beleid. Ook leiden dit soort feiten gemakkelijk tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een blanco uittreksel uit de justitiële documentatie van

30 januari 2020.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank komt hierbij uit op een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd.

De verdediging heeft verzocht te volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de door de verdachte reeds ondergane voorlopige hechtenis in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding, gelet op de ernst van de feiten.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen vrachtauto met kenteken [kentekennummer] verbeurd te verklaren.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het in beslag genomen goed.

8.3.

Beoordeling

De in beslag genomen vrachtauto met kenteken [kentekennummer] zal worden verbeurd verklaard.

De bewezen feiten zijn met behulp van dit voorwerp begaan.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 55 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

10 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de bewezen verklaarde feiten: de vrachtauto met kenteken [kentekennummer] .

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Putters, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste en jongste rechters zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 16 juni 2019 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, en/of in een of meer plaatsen in Duitsland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

als chauffeur van een voertuig, een ander of anderen, te weten 17, althans één of meer, personen met de Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Duitsland en/of Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft

en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Duitsland en/of Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

door

- bovengenoemde personen (in een geprepareerde ruimte) in de laadruimte van een voertuig met kenteken [kentekennummer] te vervoeren door Duitsland en/of Nederland richting Hoek van Holland om vervolgens de veerboot naar Groot-Brittannië te nemen en/of

- een ticket aan te schaffen voor de veerboot van Hoek van Holland naar Groot-Brittannië,

en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het verblijf in Duitsland en/of Nederland en/of Groot-Brittannië georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd,

terwijl hij, verdachte en zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis of dat verblijf wederrechtelijk was,

en/of dit feit werd begaan in de uitoefening van zijn ambt of beroep, als chauffeur van voornoemd voertuig,

en/of terwijl daarvan levensgevaar voor een of meer ander(en), te weten genoemde 18 personen van Afghaanse, althans buitenlandse, afkomst, te duchten was.