Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:2187

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
13-03-2020
Zaaknummer
ROT 19/1378
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak; (Reclame) uitingen op de website leveren overtreding op van de Tabaks- en rookwarenwet; eiseres is terecht als overtreder aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/1378

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2020 in de zaak tussen

ROQZ Retail B.V., te Rijen, eiseres,

Gemachtigde: mr. J.A. Jacobs,

en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,

gemachtigden: mr. D.W. Gerritsen en [naam gemachtigede] .

Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Tevens is verschenen [naam] , directeur van eiseres.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 10 maart 2020 heeft de rechtbank

onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In geschil is of verweerder terecht aan eiseres een bestuurlijke boete heeft opgelegd voor een overtreding van de Tabaks- en rookwarenwet op de website www.rookwinkel.nl.

2. De website www.rookwinkel.nl was, ten tijde van de inspectie, bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als het internetadres van eiseres. Op deze website staat informatie over de fysieke winkels die door eiseres worden geƫxploiteerd. Verder wordt op de website reclame gemaakt voor producten waarvan tenminste een deel ook verkrijgbaar is in de fysieke winkels van eiseres. Daarmee maken [naam bedrijf] en eiseres gebruik van hetzelfde reclamemedium. Dat de via dat medium gemaakte reclame een overtreding oplevert van de Tabaks- en rookwarenwet is niet in geschil. Eiseres is dan ook als overtreder aan te merken. De beroepsgrond slaagt niet en het beroep is daarom ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is op 10 maart 2020 in het openbaar gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. N.S.J. Letschert, griffier.

griffier rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.